- Arrest van 10 januari 2012

10/01/2012 - P.11.1116.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 5, 60.2 en 68.2 Wegverkeersreglement volgt dat de mogelijkheid tot aankondiging van een verkeersteken als bedoeld in artikel 68.2 Wegverkeersreglement, en de vrije appreciatie van de overheid die deze mogelijkheid inhoudt, slechts bestaan wanneer de plaatsingsvoorwaarden ervan niet bij de ter uitvoering van artikel 60.2 Wegverkeersreglement genomen reglementering zijn bepaald.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1116.N

M R F G,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Marc Van Asch, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 12 mei 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee grieven aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste grief

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 5, 60.2 en 68.2 Wegverkeersreglement en 9.9.3° van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden worden bepaald (hierna ministerieel besluit van 11 oktober 1976): het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat de overheid een appreciatiebevoegdheid heeft om een verkeersbord C43 te laten voorafgaan door een gelijkaardig verkeersbord; dergelijke aankondiging is verplicht van zodra het verschil tussen de maximaal toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u bedraagt.

2. Artikel 5 Wegverkeersreglement bepaalt: "De weggebruikers moeten de verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen in acht nemen, wanneer deze regelmatig zijn naar de vorm, voldoende zichtbaar zijn en overeenkomstig de voorschriften van dit reglement zijn aangebracht."

Artikel 60.2 bepaalt: "De minister van Verkeerswezen bepaalt de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens die niet in dit reglement zijn voorzien, evenals de manier waarop de werken en de verkeersbelemmeringen moeten gesignaleerd worden."

Artikel 68.2 Wegverkeersreglement bepaalt: "Een verkeersbord mag aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord, aangevuld met een onderbord dat bij benadering de afstand aanduidt waarop het verbod begint."

3. Uit deze bepalingen volgt dat de mogelijkheid tot aankondiging van een verkeersteken als bedoeld in artikel 68.2 Wegverkeerswet, en de vrije appreciatie van de overheid die deze mogelijkheid inhoudt, slechts bestaan wanneer de plaatsingsvoorwaarden ervan niet bij de ter uitvoering van artikel 60.2 Wegverkeersreglement genomen reglementering zijn bepaald.

4. Artikel 9.9.3°, van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 bepaalt: "Wanneer een snelheidsbeperking wordt opgelegd buiten de bebouwde kom, moet het eerste verkeersbord C43 aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord, aangevuld met een onderbord van het type I a van bijlage 2 tot dit besluit, indien het verschil tussen de maximale toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u bedraagt."

5. Deze bepaling, genomen ter uitvoering van artikel 60.2 Wegverkeersreglement, houdt in dat indien het verschil tussen de maximaal toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u bedraagt, de overheid de verplichting heeft het verkeersbord eerst aan te kondigen, zonder dat zij daarover enige appreciatiemogelijkheid heeft. Het bestreden vonnis, dat anders oordeelt, is niet naar recht verantwoord.

De grief is gegrond.

Tweede grief

6. De grief kan niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoeft bijgevolg geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Leuven, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 97,45 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 10 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Verkeerstekens

  • Afmetingen en bijzondere plaatsingsvoorwaarden

  • Mogelijkheid tot aankondiging van een verkeersteken

  • Vrije appreciatie van de overheid