- Arrest van 11 januari 2012

11/01/2012 - P.12.0009.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verwantschap in de vierde graad, met de korpschef van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, van een procespartij die naar dat rechtscollege is verwezen, vormt op zich niet zo een nauwe graad van verwantschap dat zij een grond tot gewettigde verdenking kan vormen tegen alle leden van dat rechtscollege.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0009.F

1. F.-E. H.,

2. E. N.,

Mr. Geoffroy Huez, advocaat bij de balie te Doornik,

in de zaak van

1. F.-E. H.,

2. E. N.,

tegen

P.-H. F.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

In het verzoekschrift dat de eisers op 2 januari 2012 bij de griffie van het Hof hebben ingediend en waarvan een eensluidend afschrift aan dit arrest is gehecht, vorderen zij dat het dossier met het nummer 2011/PGM/001 165 van het parket-generaal, dat was ingeleid op de rechtszitting van de derde kamer van 26 december 2011 en verdaagd naar de rechtszitting van 1 februari 2011, aan het hof van beroep te Bergen zou worden onttrokken wegens gewettigde verdenking

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De verzoekers, die vervolgd worden wegens belaging en laster, voeren aan dat, enerzijds, de klager een volle neef is van de eerste voorzitter van het hof van beroep en dat, anderzijds, één van de telastleggingen betrekking heeft op feiten die tegen een rechter van de rechtbank van eerste aanleg te Bergen zouden zijn gepleegd.

De verwantschap in de vierde graad, met de korpschef van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, van een procespartij die naar dat rechtscollege is verwezen, vormt op zich niet zo een nauwe graad van verwantschap dat zij een grond tot gewettigde verdenking kan vormen tegen alle leden van dat rechtscollege.

De magistraat die slachtoffer zou zijn geweest van een van de aan de verzoekers tenlastegelegde misdrijven, maakt geen deel uit van het rechtscollege dat kennis moet nemen van de zaak. Het feit dat hij deel uitmaakt van een rechtbank die tot het rechtsgebied van het hof van beroep behoort, kan geen grond opleveren om alle magistraten waaruit de rechtbank is samengesteld te verdenken van werkelijke of schijnbare partijdigheid.

De in het verzoekschrift aangevoerde gronden zijn dus onvoldoende om de onpartijdigheid van het gehele hof van beroep te Bergen in twijfel te trekken.

Het verzoek is kennelijk niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Gelet op de artikelen 544 en 545, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, wijst het verzoek af.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 11 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Gewettigde verdenking

  • Verwantschap tussen een partij en de korpschef van het rechtscollege waarbij de zaak aanhangig is