- Arrest van 11 januari 2012

11/01/2012 - P.12.0023.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De in vrijheid gelaten inverdenkinggestelde, in de zin van artikel 28, §1, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, is de persoon die door de onderzoeksrechter is ondervraagd, aan wie hij de ernstige aanwijzingen van schuld ter kennis heeft gebracht, overeenkomstig artikel 61bis van het Wetboek van Strafvordering, en tegen wie hij geen hechtenistitel heeft verleend ; artikel 28 is bijgevolg niet toepasselijk op de persoon die, nadat hij door de politie was verhoord, niet ter beschikking werd gesteld van de onderzoeksrechter, zelfs op bevel van die magistraat, en bijgevolg niet door hem is ondervraagd of in verdenking gesteld (1). (1) Zie Cass. 2 mei 1989, AR 3320, AC, 1989, nr. 499 en 22 sep. 1993, AR P.93.1311.F, AC, 1993, nr. 370; Raoul DECLERCQ, R.P.D.B., Aanvulling X, Verbo “Détention préventive”, Bruylant, 2007, p. 176, nr. 293; doch zie ook Henri D. BOSLY, Damien VANDERMEERSCH en Marie-Aude BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, 6de uitg., Die Keure, 2010, p. 844.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0023.F

J.-Ch. V. L.,

Mr. Marc Preumont, advocaat bij de balie te Namen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 december 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat de eiser op 2 augustus 2011 werd aangehouden, de speurders hem op bevel van de onderzoeksrechter in vrijheid hebben gesteld zonder dat laatstgenoemde hem had verhoord, hij opnieuw van zijn vrijheid werd beroofd op 12 december 2011 en dat hij toen onder aanhoudingsbevel werd geplaatst.

De kamer van inbeschuldigingstelling wordt verweten dat zij het bevel heeft aangevuld door zelf, met toepassing van artikel 28, § 1, Voorlopige Hechteniswet, de nieuwe en ernstige omstandigheden te vermelden die de maatregel noodzakelijk maken.

Het middel steunt op de bewering dat het bevel tot aanhouding, omdat het die omstandigheden niet vermeldt, een onregelmatigheid vertoont die de onderzoeksgerechten niet konden verhelpen.

De in vrijheid gelaten inverdenkinggestelde, in de zin van het voormelde artikel 28, § 1, is de persoon die door de onderzoekrechter is ondervraagd, aan wie hij de ernstige aanwijzingen van schuld ter kennis heeft gebracht, overeenkomstig artikel 61bis, Wetboek van Strafvordering, en tegen wie hij geen hechtenistitel heeft verleend. Artikel 28 is bijgevolg niet toepasselijk op de persoon die, nadat hij door de politie was verhoord, niet ter beschikking werd gesteld van de onderzoeksrechter, zelfs op bevel van die magistraat, en bijgevolg niet door hem is ondervraagd of in verdenking gesteld.

Het middel dat op de bewering van het tegendeel berust, faalt naar recht.

Tweede middel

Het middel voert de miskenning aan van het algemeen rechtsbeginsel van de eerbiediging van het recht van verdediging en de schending van artikel 18, § 2, Voorlopige Hechteniswet.

Eerste onderdeel

De verplichting om de inverdenkinggestelde een afschrift van de processen-verbaal van zijn verhoren te overhandigen, zodra hem een bevel tot aanhouding werd betekend, werd opgelegd om de inverdenkinggestelde de kans te geven zijn verdediging beter voor te bereiden, zijn advocaat in te lichten en om een eventueel debat op tegenspraak mogelijk te maken, vóór de eerste verschijning voor de raadkamer.

Dat vormvereiste is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven en de straf op de miskenning ervan wordt beoordeeld in het licht van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van verdediging.

Het arrest oordeelt dat het bij artikel 18, § 2, Voorlopige Hechteniswet beoogde doel was bereikt, aangezien de gegevens van het videoverhoor werden samengevat door de onderzoeksrechter en systematisch aan de tegenspraak van de eiser, bijgestaan door zijn advocaat, waren onderworpen.

Uit het feit alleen dat de eiser en zijn raadsman vóór de rechtszitting van de raadkamer noch inzage hebben gekregen van de audiovisuele opname, noch van een proces-verbaal waarin de inhoud ervan zou zijn overgeschreven, kan geen miskenning van het recht van verdediging worden afgeleid, vermits de enige gegevens die in overweging zijn genomen om te beslissen over de inhechtenisneming en de handhaving ervan, gegevens zijn waarover tegenspraak is gevoerd.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Het middel berust op de bewering dat een proces-verbaal was opgemaakt met de transcriptie van de verklaringen van de eiser tijdens zijn politieverhoor.

Aangezien dergelijke bewering betrekking heeft op feiten, is het daarop gegronde middel niet ontvankelijk.

Derde onderdeel

De eiser oefent kritiek uit op de vermelding volgens welke zijn advocaat geen enkel bezwaar heeft aangetekend toen de onderzoeksrechter het videoverhoor door de speurders ter sprake bracht.

Het middel vermeldt niet op welke wijze de bekritiseerde vermelding het recht van verdediging miskent.

Het middel is onnauwkeurig en mitsdien niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 11 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Eerder in vrijheid gelaten inverdenkinggestelde