- Arrest van 12 januari 2012

12/01/2012 - C.12.0016.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Met de aanvang van de pleidooien wordt bedoeld het tijdstip waarop één der partijen in de zaak begint te pleiten en niet het tijdstip waarop het pleidooi van de partij die de wraking wil voordragen, een aanvang neemt (1). (1) Zie Cass. 14 nov. 2000, AR P.00.1231.N, AC, 2000, nr. 620.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0016.N

AGO CONSULTANTS bvba, met zetel te 2140 Borgerhout, Hof ter Lo 7/C, bus 5, met als lasthebber ad hoc Frank Van Vlaenderen, met kantoor te 9000 Gent, Krijgslaan 47,

verzoekster tot wraking,

in de zaak AR 2010/NT/857 van het hof van beroep te Gent van

1. P. V.W.,

beklaagde,

met als raadsman mr. Hans Rieder, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Recollettenlei 39-40,

2. F. D. W.,

beklaagde,

met als raadsman mr. Robert Demets, advocaat bij de balie te Antwerpen, met kantoor te 2000 Antwerpen, Verlatstraat 23-25,

3. AGO CONSULTANTS bvba, met zetel te 2140 Borgerhout, Hof ter Lo 7/C, bus 5,

beklaagde,

met als raadsman mr. Frank Van Vlaenderen, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent,Krijgslaan 47,

4. E. C.,

burgerlijke partij,

met als raadsman mr. Eddie Carnewal, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9000 Gent, Martelaarslaan 402.

I. VERZOEK TOT WRAKING

Het verzoek tot wraking, waarvan een afschrift aan dit arrest is gehecht, werd neergelegd op de griffie van het hof van beroep te Gent op 3 januari 2012.

Plaatsvervangend raadsheer W. C. wiens wraking gevorderd wordt, heeft op 5 januari 2012 de bij artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek, voorgeschreven verklaring gedaan, volgens welke hij weigert zich van de zaak te onthouden.

II. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

III. BESLISSING VAN HET HOF

1. De verzoekster vordert de wraking van plaatsvervangend raadsheer W. C. op grond van artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, omdat de behandeling van de zaak door een plaatsvervangend raadsheer niet de noodzakelijke waarborgen inzake onpartijdigheid, onafhankelijkheid en deskundigheid zou garanderen.

2. Krachtens artikel 833 Gerechtelijk Wetboek, moet hij die een wraking wil voordragen, dit doen voor de aanvang van de pleidooien tenzij de redenen van wraking later zijn ontstaan.

Met de aanvang van de pleidooien wordt bedoeld het tijdstip waarop één der partijen in de zaak begint te pleiten en niet het tijdstip waarop het pleidooi van de partij die de wraking wil voordragen, een aanvang neemt.

De wraking die na de aanvang van de pleidooien wordt ingesteld, is nochtans ontvankelijk, wanneer zij gegrond is op redenen die pas aan het licht kwamen tijdens de rechtszitting waarop de pleidooien gehouden zijn.

Die uitzondering geldt niet wanneer de partij die de wraking wil voordragen, reeds vóór de aanvang van de pleidooien van de aangevoerde redenen tot wraking kennis had kunnen hebben.

3. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, volgt dat de raadsman van de verzoekster, die reeds aanwezig was van bij het begin van de rechtszitting van 3 januari 2012 en alsdan verscheen namens de verzoekster, pas na het pleidooi van de raadsman van de beklaagde P. V. W., navraag deed naar de al dan niet aanwezigheid van een plaatsvervangend raadsheer in de samenstelling van de zetel om vervolgens, na het bevestigend antwoord op deze vraag, een verzoekschrift tot wraking ter griffie neer te leggen.

Het verzoek dat niet werd voorgedragen vóór de aanvang van de pleidooien en gegrond is op een reden waarvan de verzoekster kennis had kunnen krijgen voor de aanvang van de pleidooien, is niet-ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek.

Wijst gerechtsdeurwaarder Peter Walraevens, met kantoor te 1000 Brussel, Terhulpsesteenweg 110, aan om het arrest binnen de achtenveertig uren aan de partijen te betekenen.

Veroordeelt de verzoekster in de kosten ook in de kosten verbonden aan de betekening van dit arrest.

Bepaalt de kosten van de verzoekster tot op heden op nul euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en op de openbare rechtszitting van 12 januari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Termijn

  • Aanvang van de pleidooien