- Arrest van 13 januari 2012

13/01/2012 - C.11.0091.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bevrijdende werking van overmacht verlengt een termijn die de wet toekent om een handeling te verrichten, in het voordeel van de partij die wegens overmacht die handeling onmogelijk kon verrichten tijdens het geheel of een gedeelte van die termijn; aangezien die termijn wordt opgeschort zolang de overmacht bestaat, begint hij opnieuw te lopen zodra de overmacht ophoudt te bestaan (1). (1) Zie Cass. 24 sept. 1979, AC, 1979-1980, nr. 51.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0091.F

C.-W.,

eiser,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. S.D.W. nv,

2. WETZELS bvba,

3. M.B.O. bvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 21 oktober 2010.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert een middel aan.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

De bevrijdende werking van overmacht verlengt een termijn die de wet toekent om een handeling te verrichten, in het voordeel van de partij die wegens overmacht die handeling onmogelijk kon verrichten tijdens het geheel of een gedeelte van die termijn. Aangezien die termijn wordt opgeschort zolang de overmacht bestaat, begint hij opnieuw te lopen zodra de overmacht ophoudt te bestaan.

Het arrest vermeldt eerst dat het beroepen vonnis op 28 mei 2010 aan de eiser werd betekend en neemt vervolgens aan dat ziekte voor hem van half juni tot 6 juli 2010 een beletsel heeft gevormd.

Het arrest dat overweegt dat het hoger beroep dat de eiser heeft ingesteld op 8 juli 2010, dus meer dan een maand na die betekening, laattijdig is omdat de eiser "niet aantoont dat hij zich in een toestand van overmacht bevond bij de betekening van het [beroepen] vonnis en dat hij [alle] tijd had om hoger beroep in te stellen of daartoe instructies te geven [tussen 28 mei en half juni 2010], te meer daar hij via zijn raadsman reeds op 29 april 2010 wist dat er wellicht een betekening zou gebeuren en hij reeds op 18 mei 2010 wist dat de beslissing om te betekenen, genomen was" verantwoordt niet naar recht zijn beslissing om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 13 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Termijn

  • Overmacht

  • Bevrijdende werking