- Arrest van 13 januari 2012

13/01/2012 - C.11.0135.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De partij die een recht dat zij grondt op een rechterlijke beslissing, voor een ander doeleinde uitoefent dan dat waarvoor het haar werd toegekend, misbruikt dat recht.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0135.F

J. H.,

Mr. Simone Nudelholc, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

C. L,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 9 november 2010.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In haar cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest gevoegd is, voert de eiseres een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Tweede onderdeel

Het bestreden arrest stelt vast dat, indien het hof van beroep in zijn arrest van 16 december 2009 "een termijn van vier maanden heeft vastgelegd om de akte van overdracht te verlijden waarna de openbare verkoping wordt bevolen, dit uitsluitend gebeurd is wegens de bijzondere motvering die aan die beslissing voorafgaat en om te antwoorden op de conclusie van [de eiseres] die staande hield dat [de verweerder] vertragingsmanoeuvres uitvoerde en dat de vereffening al lang genoeg had aangesleept" en dat "de termijn van vier maanden dus was ingesteld om de vereffening van de onverdeeldheid die [de eiseres] in felle bewoordingen vorderde, sneller te doen verlopen".

Op grond van die vaststelling overweegt het bestreden arrest dat "[de eiseres] thans zelf de afwikkeling van die zaak zou willen uitstellen ook al zijn de voorwaarden van het arrest [van 16 december 2009] vervuld, namelijk het onderzoek door de notaris van een eventuele herziening waarvoor hij geen redenen aanwezig achtte" en dat "er thans sprake zou zijn van misbruik van recht als er zou worden aangevoerd, zoals [de eiseres] doet, dat de gedwongen verkoping moet plaatsvinden omdat de termijnen verstreken zijn, terwijl de akte uitgerekend binnen de termijnen verleden had kunnen worden, maar alleen door toedoen van [de eiseres] niet verleden werd omdat zij een bezwaar had geformuleerd dat thans verworpen is".

Het bestreden arrest, dat bovendien vermeldt dat, "aangezien de wet de partijen toestaat een bezwaar te formuleren, [de eiseres] om die reden geen enkele schadevergoeding of schadeloosstelling aan de [verweerder] verschuldigd is", beslist aldus niet dat de eiseres een fout heeft begaan door dat bezwaar te formuleren, maar dat zij, aangezien het verstrijken van de termijn van vier maanden louter en alleen aan dat bezwaar te wijten is, het recht, dat zij grondt op het arrest van 16 december 2009, namelijk het recht om de openbare verkoping te vorderen ingeval die termijn verstrijkt, voor een ander doeleinde uitoefent dan dat waarvoor het haar werd toegekend.

Het bestreden arrest verantwoordt bijgevolg naar recht de beslissing waarbij het de vordering van de eiseres verwerpt omdat die een misbruik van recht oplevert.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 13 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Rechterlijke beslissing

  • Toekenning van een recht

  • Uitoefening van dat recht voor een ander doeleinde