- Arrest van 16 januari 2012

16/01/2012 - C.11.0256.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De vordering die de arbeidsongevallenverzekeraar op grond van de artikelen 46 en 47 Arbeidsongevallenwet kan instellen tegen de derde die voor een arbeidsongeval aansprakelijk is, berust op een indeplaatsstelling waardoor de schuldvordering van de getroffene of van diens rechthebbenden uit hun vermogen overgaat naar de verzekeraar tot beloop van de door deze betaalde vergoedingen en van het kapitaal dat de door hem verschuldigde waarde van de jaarlijkse vergoedingen of renten vertegenwoordigt.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0256.N

1. DE FEDERALE VERZEKERINGEN, gemeenschappelijke kas voor de verzekering tegen arbeidsongevallen, met zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12,

2. DE FEDERALE VERZEKERINGEN cvba, met zetel te 1000 Brussel, Stoofstraat 12,

eiseressen,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 9051 Gent, Driekoningenstraat 3, waar de eiseressen woonplaats kiezen,

tegen

1. AXA BELGIUM nv, met zetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 25,

2. FORMEX MOLS-PUT nv, met zetel te 2570 Duffel, Nijverheidsstraat 9,

verweersters,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 523, waar de verweersters woonplaats kiezen,

3. Tom VANDECRUYS, als curator van het faillissement van Mavaro aluminium balustrades en trapleuningen nv, met zetel te 2200 Herentals, Industriezone Klein Gent 3, met kantoor te 2440 Geel, Rozendaal 78,

4. LEIE-INVEST nv, met zetel te 8510 Marke (Kortrijk), Hospitaalweg 1A,

5. NH BELGIUM cvba, met zetel te 1831 Diegem, De Kleetlaan 14,

6. EXPLOITATIE MAATSCHAPPIJ ALFA MECHELEN nv, met zetel te 2800 Mechelen, Korenmarkt 22-24,

7. HOTEL EXPLOITATIEMAATSCHAPPIJ DIEGEM nv, met zetel te 1831 Diegem, De Kleetlaan 14,

8. M.E.F., zonder gekende woon- of verblijfplaats in België,

9. Katelijne DE GRAUWE, als vereffenaar van Group Govaert nv, met kantoor te 1780 Wemmel, Andreas Vesaliuslaan 26,

10. DELTA LLOYD LIFE nv, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Fonsnylaan 38,

verweersters, minstens tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 13 juni 2005.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 20 oktober 2011 verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Ria Mortier heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseressen voeren in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. De appelrechters oordelen dat de tweede verweerster de bewaarder was van de borstweringen omdat:

- zij als aannemer van de betreffende werken de borstweringen heeft aangebracht;

- zij de enige was die gerechtigd was de nodige maatregelen te nemen om tot aan de oplevering erover te waken dat de borstweringen op deugdelijke, veilige wijze zouden aangebracht worden en alle maatregelen te nemen en erop toe te zien opdat zij hun functie van beveiliging van de gebruikers van het hotel zouden gestand doen;

- er nog geen levering had plaatsgevonden omdat de borstweringen nog niet voldeden en er nog werken van versteviging dienden uitgevoerd te worden;

- er slechts sprake kon zijn van levering van zodra het werk af was, met name het werk voleindigd was ter voldoening van de contractueel aangegane verbintenissen.

Zij oordelen tevens dat Alfa Hotels Management nv geen bewaarder van de borstweringen was omdat:

- de werf nog niet opgeleverd was;

- het bouwwerk slechts zou worden overgedragen aan de bouwheer op het moment van de oplevering, dit is de aanvaarding van het bouwwerk door de bouwheer;

- de bewaring van de borstweringen niet was overgegaan op de eigenaar.

2. Anders dan waarvan het middel uitgaat, beoordelen de appelrechters aldus de hoedanigheid van bewaarder van de gebrekkige borstweringen niet uitsluitend aan de hand van het criterium wie op het ogenblik van het schadegeval eigenaar was.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

Eerste onderdeel

3. De vordering die de arbeidsongevallenverzekeraar op grond van de artikelen 46 en 47 Arbeidsongevallenwet kan instellen tegen de derde die voor een arbeidsongeval aansprakelijk is, berust op een indeplaatsstelling waardoor de schuldvordering van de getroffene of van diens rechthebbenden uit hun vermogen overgaat naar de verzekeraar tot beloop van de door deze betaalde vergoedingen en van het kapitaal dat de door hem verschuldigde waarde van de jaarlijkse vergoedingen of renten vertegenwoordigt.

Hieruit volgt dat, wanneer de door een arbeidsongeval ontstane schade mede door de schuld van de aansprakelijke derde is veroorzaakt, de arbeidsongevallen-verzekeraar die aan de getroffene of zijn rechthebbenden de wettelijke vergoedingen heeft betaald, en dus de door de derde berokkende schade geheel of gedeeltelijk heeft vergoed, tot beloop van het betaalde in de plaats is gesteld van de getroffene of zijn rechthebbenden wat betreft hun recht op integrale vergoeding van de schade die hun door de derde is toegebracht, voor zover daarbij het bedrag van de schadeloosstelling die hun krachtens het gemene recht toekomt, niet wordt overschreden.

Deze subrogatie is niet beperkt tot de fractie van de betaalde wettelijke vergoedingen die gelijk is aan de fractie van de aansprakelijkheid die ten laste van de derde komt.

4. De appelrechters oordelen dat:

- de schade zoals deze zich heeft voorgedaan niet zou ontstaan zijn zonder de samenloop van de fout van het slachtoffer en zijn werkgever en het gebrek in de zaak waarvoor de tweede verweerster moet instaan;

- de fouten van het slachtoffer en zijn werkgever en het gebrek in de zaak in gelijke mate hebben bijgedragen tot de schade;

- de eerste eiseres slechts kan ageren tegen de aansprakelijke derde in de mate dat zij in de plaats is getreden van haar verzekerde;

- de subrogatoire vordering van de eerste eiseres begrensd is door de bedragen die het slachtoffer zelf in gemeen recht kan vorderen;

- geen berekening wordt voorgelegd en er zelfs geen overeenkomst bestaat omtrent de hoegrootheid van de werkonbekwaamheden of invaliditeiten en de respectieve periodes ervan.

5. Door op deze gronden de eerste verweerster te veroordelen tot de helft van een onbenoemde provisie in afwachting van de overlegging van de nodige stukken, beperken de appelrechters de subrogatoire vordering van de eerste eiseres niet tot de helft van de fractie van de door haar betaalde wettelijke vergoedingen die gelijk is aan de fractie van de aansprakelijkheid die ten laste valt van de tweede verweerster.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

6. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, wijzen de appelrechters de vordering van de eerste eiseres tot toekenning van vergoedende interest voorafgaand aan de datum van het arrest niet af maar kennen zij een onbenoemde provisie meer gerechtelijke interest toe vanaf de datum van het arrest, in afwachting dat de eerste eiseres de zaak in staat zal gesteld hebben en de nodige stukken zal bijgebracht hebben.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

eenparig beslissend,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseressen op 1084, 33 euro en voor de verweersters 1 en 2 op 281,57 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samengesteld uit raadsheer Eric Stassijns, waarnemend voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 16 januari 2012 uitgesproken door raadsheer Eric Stassijns, waarnemend voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Ria Mortier, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Vordering van de arbeidsongevallenverzekeraar tegen de voor het ongeval aansprakelijke derde

  • Rechtsgrond