- Arrest van 17 januari 2012

17/01/2012 - P.11.0871.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De feitenrechter beoordeelt op onaantastbare wijze of de door de beklaagde gepleegde daden feiten van ontucht, zedenbederf of prostitutie uitmaken, voor zover hij aan die begrippen, die door de wetgever niet worden gedefinieerd, hun gebruikelijke betekenis toekent (1). (1) Cass. 2 okt. 1973, AC, 1974, 123; Cass. 26 april 1978, AC, 1978, 991; Cass. 30 april 1985, AC, 1984-85, 523; Cass. 8 sept. 1992, AR 5375, AC, 1991-92, 596.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0871.N

A. R. R. C.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Jeroen De Man, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 5 april 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, artikel 780, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, de artikelen "379 e.v." Strafwetboek, evenals miskenning van de motiveringsplicht, het beginsel van de restrictieve interpretatie van de strafwet en het "redelijkheidsbeginsel": de appelrechters beantwoorden eisers verweer niet dat de door hem gegeven schunnige opmerkingen niet vallen onder de begrippen prostitutie, bederf of ontucht; door te oordelen dat de geuite opmerkingen toch onder voormelde begrippen ressorteren, breiden de appelrechters de bepalingen van artikel 379 Strafwetboek op een ongeoorloofde wijze uit.

2. In zoverre het middel schending aanvoert van de artikelen van het Strafwetboek, volgend op artikel 379, zonder enige verdere precisering, is het middel onduidelijk, mitsdien niet ontvankelijk.

3. Artikel 379, eerste lid, Strafwetboek stelt strafbaar "hij die een aanslag tegen de zeden pleegt doordat hij, ten einde eens anders driften te voldoen, de ontucht, het bederf of de prostitutie van een minderjarige van het mannelijke of vrouwelijke geslacht opwekt, begunstigt of vergemakkelijkt".

4. De feitenrechter beoordeelt op onaantastbare wijze of de door de beklaagde gepleegde daden feiten van ontucht, zedenbederf of prostitutie uitmaken, voor zover hij aan die begrippen hun gebruikelijke betekenis toekent.

De begrippen ontucht, bederf en prostitutie worden door de wetgever niet gedefinieerd.

Het begrip ontucht omvat gedragingen van grove zinnelijkheid en onzedelijkheid in de brede zin die maatschappelijk als buitensporig worden beschouwd, onder meer rekening houdende met de leeftijd van de betrokkene.

Het begrip bederf slaat op het gevolg dat dergelijke handelingen hebben of kunnen hebben voor de seksualiteitsbeleving van de betrokkene.

5. De appelrechters stellen, onder meer met overname van de redenen van de eerste rechters, onaantastbaar vast dat:

- de drieënvijftig jaar oude eiser "elke keer dat hij alleen met haar in de kantine of aan de toog was," de net veertien jaar oude minderjarige "vroeg of ze al geneukt had, een vriendje had, zin had om hem te pijpen en haar hierbij meedeelde dat hij zin had om met haar muisje te spelen";

- de minderjarige vanaf begin juli 2008 dagelijks wel vijftien sms-berichten ontving met een zelfde vraag en mededeling;

- er inkomende berichten op de gsm van de minderjarige zijn die erop wijzen dat de eiser in de zomervakantie van 2008 met haar seksuele toenadering had gezocht;

- de minderjarige stelt dat zij het emotioneel moeilijk kreeg en wou dat de eiser haar met rust liet.

Aldus beantwoorden de appelrechters eisers verweer en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 66,53 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 17 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Ontucht, zedenbederf of prostitutie

  • Beoordeling van de gestelde daden