- Arrest van 17 januari 2012

17/01/2012 - P.11.1650.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Artikel 44, zevende lid, Jeugdbeschermingswet bepaalt dat de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, bevoegd blijft om uitspraak te doen in geval van verandering van verblijfplaats tijdens het geding; het geding is bij de jeugdrechtbank aanhangig van zodra de jeugdrechter gelast is met het nemen van beschermingsmaatregelen ten aanzien van de minderjarige en het neemt pas een einde wanneer de jeugdrechter bij vonnis ten gronde een beslissing neemt die kracht van gewijsde heeft (1). (1) CONSTANT, J., "La protection sociale et judiciaire de la jeunesse", R.D.P., 1965-66, p.413; Les Novelles, "Protection de la jeunesse", Larcier, 1978, nr. 991; TULKENS, Fr. & MOREAU, Th.,"Droit de la jeunesse", Larcier, 2000, p. 708; DE SMET, B., Jeugdbeschermingsrecht in hoofdlijnen, 2de éd., Intersentia, 119-120.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1650.N

S. A. R. B.,

moeder van minderjarige,

eiseres,

met als raadsman mr. Marnix Decloedt, advocaat bij de balie te Brugge, met kantoor te 8210 Loppem, Rijselsestraat 3, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. A. S.,

minderjarige,

2. M. J. R. S.,

vader van minderjarige,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, jeugdkamer, van 14 september 2011.

De eiseres voert in een verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een grief aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest bevestigt het beroepen vonnis waar het beslist dat de eiseres niet moet bijdragen in de onderhouds-, opvoedings- of behandelingskosten die ten aanzien van de minderjarige voortvloeien uit de genomen maatregel.

In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

Grief

2. De grief voert schending aan van artikel 44 Jeugdbeschermingswet: het hof van beroep, jeugdkamer, verklaart zich territoriaal bevoegd om kennis te nemen van de zaak; de jeugdrechter te Gent die het beroepen vonnis heeft gewezen, was zelf territoriaal onbevoegd daar de minderjarige onder de bewaring is van haar vader die in het gerechtelijk arrondissement Brugge verblijft; bij wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige, wordt de zaak onttrokken aan de jeugdrechter die aanvankelijk bevoegd was om te worden verwezen naar de jeugdrechter die territoriaal bevoegd is voor de nieuwe verblijfplaats van de minderjarige.

3. Artikel 44, eerste lid, Jeugdbeschermingswet bepaalt dat de territoriale bevoegdheid van de jeugdrechtbank bepaald wordt door de verblijfplaats van de ouders, voogden of degenen die de persoon onder de achttien jaar onder hun bevoegdheid hebben.

Het zesde lid van dat artikel bepaalt dat de verandering van verblijfplaats van degene die de minderjarige onder zijn bewaring heeft, medebrengt dat de zaak wordt onttrokken aan de rechtbank onder wier bescherming de minderjarige is gesteld, en verwezen wordt naar de jeugdrechtbank van het arrondissement waar de nieuwe verblijfplaats gelegen is.

Het zevende lid van datzelfde artikel bepaalt dat de rechtbank waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, bevoegd blijft om uitspraak te doen in geval van verandering van verblijfplaats tijdens het geding.

4. Het geding is bij de jeugdrechtbank aanhangig van zodra de jeugdrechter gelast is met het nemen van beschermingsmaatregelen ten aanzien van de minderjarige. Het neemt pas een einde wanneer de jeugdrechter bij vonnis ten gronde een beslissing neemt die kracht van gewijsde heeft.

5. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de zaak bij de jeugdrechter aanhangig gemaakt werd toen de vader die de minderjarige onder zijn bewaring heeft, zijn verblijfplaats had in het gerechtelijk arrondissement Gent en dat de wijziging van de verblijfplaats plaatsvond toen het geding nog bij de jeugdrechter aanhangig was.

Hieruit volgt dat de jeugdrechter te Gent territoriaal steeds bevoegd was om kennis te nemen van de zaak. Bijgevolg is de beslissing van het arrest dat het beroepen vonnis ook inzake de bevoegdheid bevestigt, naar recht verantwoord.

De grief kan niet aangenomen worden.

Ambtshalve onderzoek

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 57,12 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 17 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Bevoegdheid

  • Territoriale bevoegdheid

  • Jeugdrechtbank

  • Maatregel van toezicht wegens problematische opvoedingssituatie

  • Verblijfplaats van degene die de minderjarige onder zijn bewaring heeft

  • Verandering van verblijfplaats tijdens het geding

  • Aanhangig geding