- Arrest van 17 januari 2012

17/01/2012 - P.12.0049.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een verdachte is slechts ter beschikking van de onderzoeksrechter als bedoeld in artikel 3 Voorlopige Hechteniswet wanneer hij zich in het onmiddellijke bereik van die rechter bevindt zodat deze die verdachte onverwijld kan verhoren en dit is niet het geval wanneer die verdachte in een ander arrondissement in opdracht van de onderzoeksrechter van zijn vrijheid wordt beroofd op grond van artikel 2, 6°, Voorlopige Hechteniswet; het feit dat de verdachte van zijn vrijheid wordt beroofd ingevolge een gecoördineerde actie van de speurders geleid op verzoek van de onderzoeksrechter en dat hij binnen vierentwintig uren na zijn vrijheidsberoving door de speurders in het rechtsgebied van de onderzoeksrechter kan worden overgebracht om er door hen te worden verhoord, doet hieraan geen afbreuk (1). (1) Cass. 12 dec. 2000, AR P.00.1664.N, AC, 2000, nr. 683 en de noot van adv.-gen. M. De Swaef; Cass. 5 okt. 2005, AR P.05.1292.F, AC, 2005, nr. 485 met concl. van adv.-gen. Vandermeersch; Cass. 10 okt. 2006, AR P.06.1301.N, AC, 2006, nr. 476; Cass. 2 mei 2007, AR P.07.0558.N, AC, 2007, nr. 219; Cass. 17 jan. 2012, AR P.12.0051.N, AC, 2012, nr. ...; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 5de Ed., 2010, nr. 542 en 543.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0049.N

W. J.,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Etienne De Prijcker, advocaat bij de balie te Dendermonde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 5 januari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 1 en 3 Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt ten onrechte dat het tegen de eiser uitgebrachte aanhoudingsbevel regelmatig is; de eiser is aangehouden op heterdaad en was vanaf zijn vrijheidsberoving onmiddellijk ter beschikking van de onderzoeksrechter; dit blijkt uit de omstandigheden dat de speurders de eiser onnodig verhoord hebben in een ander gerechtelijk arrondissement, het onderzoek reeds geruime tijd vanuit Dendermonde gevoerd werd, de onderzoeksrechter op de hoogte was van eisers aanhouding en er voldoende tijd beschikbaar was om de eiser onmiddellijk over te brengen naar het rechtsgebied van de onderzoeksrechter zodat deze bij machte was om hem binnen de vierentwintig uren na zijn vrijheidsberoving te verhoren en onder aanhoudingsbevel te plaatsen; de onderzoeksrechter mocht bijgevolg geen bevel tot medebrenging tegen de eiser uitvaardigen waardoor hij de termijn van 24 uren bepaald in artikel 1, 1°, Voorlopige Hechteniswet kunstmatig heeft verlengd; het aanhoudingsbevel dat werd betekend meer dan vierentwintig uren na eisers vrijheidsberoving, is bijgevolg onwettig.

2. In zoverre het middel gericht is tegen het door de onderzoeksrechter afgeleverde bevel tot medebrenging en tegen het aanhoudingsbevel, is het niet gericht tegen het arrest en is het bijgevolg niet ontvankelijk.

3. Artikel 3 Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat de onderzoeksrechter een met redenen omkleed bevel tot medebrenging kan uitvaardigen tegen elke persoon tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld aan een misdaad of een wanbedrijf bestaan en die niet reeds te zijner beschikking is gesteld.

4. Een verdachte is slechts ter beschikking van de onderzoeksrechter als bedoeld in het voormeld artikel wanneer hij zich in het onmiddellijke bereik van die rechter bevindt zodat deze die verdachte onverwijld kan verhoren. Dit is niet het geval wanneer die verdachte in een ander arrondissement in opdracht van de onderzoeksrechter van zijn vrijheid wordt beroofd op grond van artikel 2, 6°, Voorlopige Hechteniswet. Het feit dat de verdachte van zijn vrijheid wordt beroofd ingevolge een gecoördineerde actie van de speurders geleid op verzoek van de onderzoeksrechter en dat hij binnen de vierentwintig uren na zijn vrijheidsberoving door de speurders in het rechtsgebied van de onderzoeksrechter kan worden overgebracht om er door hen te worden verhoord, doet hieraan geen afbreuk.

In zoverre faalt het middel naar recht.

5. Voor het overige komt het middel op tegen het onaantastbare oordeel in feite door het arrest dat de eiser onmiddellijk na zijn vrijheidsberoving niet ter beschikking van de onderzoeksrechter was of verplicht het tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 72,80 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 17 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Gecoördineerde onderzoeksactie op verzoek van de onderzoeksrechter

  • Onderzoeksactie in een ander arrondissement

  • Aanhouding in opdracht van onderzoeksrechter

  • Mogelijkheid om de verdachte nog binnen de termijn van vierentwintig uur over te brengen