- Arrest van 17 januari 2012

17/01/2012 - P.11.1996.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het artikel 12, §1, Probatiewet, dat onder meer bepaalt dat de commissie de bij de rechterlijke beslissing gestelde voorwaarden geheel of ten dele kan opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, maar niet kan verscherpen en dat, indien de commissie van oordeel is dat zij een van deze maatregelen zal moeten nemen, de voorzitter de betrokkene bij een ter post aangetekende brief oproept meer dan tien dagen voor de datum die voor de behandeling van de zaak is gesteld, betreft enkel de gehele of gedeeltelijke opschorting, de nadere omschrijving of de aanpassing van de probatievoorwaarden door de probatiecommissie en is derhalve niet van toepassing wanneer deze commissie het in artikel 14, §2, Probatiewet, bedoelde verslag dat strekt tot herroeping van het probatieuitstel, opstelt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1996.N

A. M. B.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Alain Vanryckeghem, advocaat bij de balie te Ieper.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 28 oktober 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 12, § 1, Probatiewet en de miskenning van het recht van verdediging: de termijn van meer dan tien dagen tussen de oproeping en de behandeling van de zaak door de probatiecommisie werd niet nageleefd; dat deze termijn niet op straffe van nietigheid is voorgeschreven, betekent niet dat hij niet moet worden nageleefd; door het niet naleven van deze termijn werd het recht van verdediging van de eiser miskend; hij verloor de facto een aanleg, kon geen kennis nemen van het dossier en kon zich niet ter zitting verdedigen; indien de termijn wel zou zijn nagekomen, was de eiser op de zitting aanwezig geweest; ten onrechte oordeelt het arrest dat artikel 12, § 1, Probatiewet niet van toepassing is, omdat de probatiecommissie geen wijziging van de voorwaarden beoogde, maar enkel de herroeping van het uitstel.

De eiser vraagt de navolgende prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof:

"Maakt het een schending uit van het gelijkheidsbeginsel wanneer de probatiecommissie, om probatievoorwaarden geheel of ten dele op te schorten, nader te omschrijven of aan te passen aan de omstandigheden, gehouden is een termijn van meer dan tien dagen te respecteren, terwijl dat voor de intrekking van diezelfde probatievoorwaarden niet het geval zou zijn?"

2. In zoverre het middel gericht is tegen de rechtspleging voor de probatiecommissie, is het niet gericht tegen het bestreden arrest.

Het middel is in zoverre niet ontvankelijk.

3. Het artikel 12, § 1, Probatiewet bepaalt onder meer: "De commissie kan de bij de rechterlijke beslissing gestelde voorwaarden geheel of ten dele opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden. Zij kan die voorwaarden evenwel niet verscherpen." en "Indien de commissie van oordeel is dat zij een van de in het vorige lid bepaalde maatregelen zal moeten nemen, roept de voorzitter de betrokkene bij een ter post aangetekende brief op meer dan tien dagen voor de datum die voor de behandeling van de zaak is gesteld."

Deze bepaling betreft enkel de gehele of gedeeltelijke opschorting, de nadere omschrijving of de aanpassing van de probatievoorwaarden door de probatiecommissie en is derhalve niet van toepassing wanneer deze commissie het in artikel 14, § 2, Probatiewet, bedoelde verslag dat strekt tot herroeping van het probatieuitstel, opstelt.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt in zoverre naar recht.

4. De opgeworpen prejudiciële vraag preciseert niet welke bij artikel 26, § 1, 3°, Bijzondere Wet Grondwettelijk Hof bedoelde wet, decreet of in artikel 134 van de Grondwet bedoelde regel het gelijkheidsbeginsel schendt.

De vraag wordt niet gesteld.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 66,53 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 17 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Probatiecommissie

  • Verslag strekkende tot herroeping van het probatieuitstel

  • Rechtspleging

  • Artikel 12, § 1, Probatiewet

  • Oproeping meer dan tien dagen voor de behandeling van de zaak

  • Toepasselijkheid