- Arrest van 18 januari 2012

18/01/2012 - P.11.2130.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de kamer van inbeschuldigingsteling, om haar beslissing met redenen te omkleden, alleen verwijst naar de redenen van niet nader genoemde administratieve beslissingen, zonder de inhoud ervan te verduidelijken, is het Hof niet in staat zijn toezicht uit te oefenen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.2130.F

S. S.,

mr. Philippe Charpentier, advocaat bij de balie te Hoei,

tegen

BELGISCHE STAAT, staatssecretaris voor migratie- en asielbeleid.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, van 20 december 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Het middel verwijt de appelrechters dat zij hun beslissing niet regelmatig met redenen hebben omkleed en dat zij artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet hebben geschonden, door geen toezicht uit te oefenen op de wettigheid van de tegen de eiser genomen bestuurlijke maatregel.

In zijn conclusie heeft de eiser aangevoerd dat de beslissing tot verwijdering van het grondgebied en tot handhaving van de hechtenis met het oog hierop, artikel 3 EVRM schond aangezien een terugkeer onder dwang naar zijn land van oorsprong, wegens zijn gezondheidstoestand, een onmenselijke of vernederende behandeling is.

Enerzijds vermeldt het arrest, met overneming van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie, dat dit middel niet gegrond is omdat het reeds door de administratieve rechtscolleges was onderzocht. Anderzijds oordeelt het dat het onderzoek van het verweermiddel volgens hetwelk een gedwongen terugkeer van de eiser naar zijn land van oorsprong een onmenselijke of vernederende behandeling is, neerkomt op een beoordeling van de opportuniteit van de maatregel waarvoor het niet bevoegd is.

De eerste reden beantwoordt het aangevoerde verweermiddel niet op regelmatige wijze, en de tweede kan de beslissing niet naar recht staven.

Enerzijds stelt het arrest, door alleen te verwijzen naar de redenen van niet nader genoemde administratieve beslissingen, zonder de inhoud ervan te verduidelijken, het Hof niet in staat zijn toezicht uit te oefenen.

Anderzijds kunnen de verwijdering van een vreemdeling en de daartoe genomen maatregel van vrijheidsberoving, leiden tot een toestand waarin artikel 3 EVRM moet worden toegepast, zo er ernstige redenen bestaan om te vrezen dat de vreemdeling na zijn verwijdering of door zijn verwijdering gevaar loopt om te worden onderworpen aan foltering of aan onmenselijke of vernederende behandelingen.

Daaruit volgt dat het onderzoeksgerecht, wanneer een vreemdeling dergelijk risico aanvoert, het bestaan ervan moet beoordelen in het kader van een toezicht op de wettigheid en niet op de opportuniteit.

Het middel is gegrond.

Er is geen grond om de overige middelen te onderzoeken die niet tot vernietiging zonder verwijzing kunnen leiden.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik, kamer van inbeschuldigingstelling, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 18 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Frédéric Close, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vrijheidsberoving

  • Rechtsmiddelen

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Redenen van de beslissing

  • Verwijzing naar niet nader genoemde administratieve beslissingen

  • Wettigheid