- Arrest van 23 januari 2012

23/01/2012 - C.09.0228.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer alleen het slachtoffer aansprakelijk is voor het ongeval, kunnen zijn rechthebbenden niet naar gemeen recht de vergoeding verkrijgen van de gevolgschade die zij geleden hebben ten gevolge van de lichamelijke letsels van het slachtoffer of zijn overlijden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0228.F

ALLIANZ BELGIUM nv, voorheen AGF Belgium Insurance,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. O.,

2. AXA BELGIUM nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

3. P. V.,

4. E.T.R.,

5. LA LUXEMBOURGEOISE,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

6. DE FEDERALE VERZEKERINGEN, gemeenschappelijke kas voor verzekering tegen arbeidsongevallen,

7. DE FEDERALE VERZEKERINGEN, besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,

in tegenwoordigheid van

1. L. D.,

2. F. B.,

3. D. B.

partijen opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van 30 juni 2008, in hoger beroep gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel.

De zaak is bij beschikking van 6 januari 2012 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert de volgende drie middelen aan.

(...)

Tweede middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen ;

- de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek ;

- algemeen beginsel van het recht van verdediging.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis beslist dat de vordering tot schadevergoeding van La Luxembourgeoise nv tegen de eiseres, Allianz Belgium, voorheen AGF Belgium Insurance nv, gegrond is.

Het verantwoordt die beslissing om alle redenen die hier als volledig weergegeven worden beschouwd, en in het bijzonder om de volgende reden :

"De nv La Luxembourgeoise, verzekeraar van de nv E.R.T., die op grond van artikel 29bis veroordeeld werd om de eisers te vergoeden, kan optreden tegen de voor het ongeval aansprakelijke persoon, aangezien zij in de rechten van het slachtoffer tegen de in gemeen recht aansprakelijke derde is getreden (artikel 29bis, § 4).

AGF Belgium Insurance nv moet dus worden veroordeeld om aan de nv La Luxembourgeoise alle bedragen te betalen die zij zelf aan de slachtoffers zou moeten betalen, daar de heer B. volledig aansprakelijk is voor het ongeval".

Grieven

Eerste onderdeel

Artikel 29bis, zoals het vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 januari 2001 van toepassing was op het tijdstip van het litigieuze ongeval, luidde als volgt :

"§ 1. Bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, wordt, met uitzondering van de stoffelijke schade, alle schade veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, vergoed door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet.

(...)

Deze vergoedingsplicht wordt uitgevoerd overeenkomstig de wettelijke bepalingen betreffende de aansprakelijkheidsverzekering in het algemeen en de aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen in het bijzonder, voorzover daarvan in dit artikel niet wordt afgeweken.

§ 2. De bestuurder van een motorrijtuig en zijn rechthebbenden kunnen zich niet beroepen op de bepalingen van dit artikel.

(...)

§ 4. De verzekeraar of het gemeenschappelijk waarborgfonds treden in de rechten van het slachtoffer tegen de in gemeen recht aansprakelijke derden.

(...)

§ 5. De regels betreffende de burgerrechtelijke aansprakelijkheid blijven van toepassing op alles wat niet uitdrukkelijk bij dit artikel wordt geregeld».

Die wetsbepaling bepaalt uitdrukkelijk dat de W.A.M.-verzekeraar van de bestuurder die de zwakke weggebruiker heeft vergoed, in diens rechten treedt tegen de voor het ongeval aansprakelijke derde. De gevolgen verbonden aan het begrip "indeplaatsstelling", zoals dat begrip is erkend in het gemeen recht, zijn van toepassing. De gesubrogeerde neemt met name de plaats in van de subrogerende schuldeiser en neemt aldus alle rechten, vorderingen, voorrechten en hypotheken van hem over.

Aanvankelijk veroordeelt het bestreden vonnis op grond van artikel 29bis van de wet op de zwakke weggebruikers, de nv Winterthur Europe Insurance, waarvan de nv Axa Belgium, verzekeraar van de heer M., het geding heeft hervat, en de nv La Luxembourgeoise, verzekeraar van de nv E.R.T., om de rechthebbenden van de heer B. schadeloos te stellen, op grond dat de vergoeding die krachtens voormeld artikel verschuldigd is wegens de betrokkenheid van een motorrijtuig, betaald moet worden door de verzekeraar die de aansprakelijkheid van de eigenaar, de bestuurder of de houder van dat voertuig dekt.

Het bestreden vonnis veroordeelt vervolgens de eiseres, op dat ogenblik de nv AGF Insurance Belgium, verzekeraar van de heer B., om aan de nv La Luxembourgeoise "alle bedragen te betalen die zij zelf aan de slachtoffers zou moeten betalen, daar de heer B. volledig aansprakelijk is voor het ongeval", alleen op grond dat "de nv La Luxembourgeoise, verzekeraar van de nv E.R.T., die op grond van artikel 29bis veroordeeld werd om de eisers te vergoeden, kan optreden tegen de voor het ongeval aansprakelijke persoon, aangezien zij in de rechten van het slachtoffer tegen de in gemeen recht aansprakelijke derde is getreden (artikel 29bis, § 4)". Het bestreden vonnis geeft aldus de nv La Luxembourgeoise, die de rechthebbenden van de heer B. zal vergoeden op grond van artikel 29bis, §1, het recht om, op grond van de vierde paragraaf van datzelfde artikel, de daartoe uitgegeven bedragen terug te vorderen van de eiseres, de verzekeringsmaatschappij die de wettelijke aansprakelijkheid motorrijtuigen van laatstgenoemde dekt.

Het betreft hier de subrogatoire vordering die de nv La Luxembourgeoise, verzekeraar van het voertuig dat niet aansprakelijk is voor de schade van de zwakke weggebruiker, heeft ingesteld tegen de eiseres, op dat ogenblik de nv AGF Belgium Insurance, verzekeraar van de aansprakelijkheid van die zwakke weggebruiker, die als enige naar gemeen recht volledig aansprakelijk is gesteld voor die schade, teneinde de bedragen terug te vorderen die zij aan de rechthebbenden van die zwakke weggebruiker heeft uitbetaald.

De bedragen die overeenkomstig artikel 29bis, § 1, zijn uitbetaald aan de rechthebbenden van dat beschermde slachtoffer, die zelf aansprakelijk is voor zijn schade, kunnen uiteraard niet het voorwerp uitmaken van de subrogatoire vordering bedoeld in artikel 29bis, § 4. De subrogerende partij, net als de gesubrogeerde, kunnen tegen de aansprakelijke derde immers slechts een aansprakelijkheidsvordering instellen op grond van de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.

De rechthebbenden van de heer B., in wier rechten de verzekeraar van de bestuurder is getreden, konden zich op grond van het gemeen recht van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid niet keren tegen de eiseres, W.A.M.-verzekeraar van de heer B., voor de schade die zijn rechthebbenden hebben geleden door de fout waarvoor alleen hij aansprakelijk is gesteld. Het gemeen recht inzake aansprakelijkheid biedt immers geen enkel rechtsmiddel om de vergoeding te verkrijgen van schade waarvoor men enerzijds aansprakelijk is maar waarvan men anderzijds het slachtoffer is.

Het bestreden vonnis, dat de subrogatoire vordering van de nv La Luxembourgeoise, verzekeraar van een voertuig dat bij een ongeval was betrokken, tegen de eiseres, verzekeraar van de zwakke weggebruiker (of van diens rechthebbenden) die werd vergoed en als enige voor het ongeval aansprakelijk is gesteld, gegrond verklaart, schendt de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek, alsook artikel 29bis van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen .

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

De gegrondheid van de middelen ten aanzien van de verweerders sub 3 tot 7

(...)

Tweede middel

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 29bis, § 1, eerste lid, WAM 1989, vóór de wijziging ervan bij de wet van 19 januari 2001, wordt bij een verkeersongeval waarbij een motorrijtuig betrokken is, alle schade, met uitzondering van de stoffelijke schade, veroorzaakt aan elk slachtoffer of zijn rechthebbenden en voortvloeiend uit lichamelijke letsels of het overlijden, vergoed door de verzekeraar die de aansprakelijkheid dekt van de eigenaar, de bestuurder of de houder van het motorrijtuig overeenkomstig deze wet.

Artikel 29bis, § 4, bepaalt dat de verzekeraar in de rechten van het slachtoffer treedt tegen de naar gemeen recht aansprakelijke derden.

Uit die bepalingen volgt dat de verzekeraar die de rechthebbenden van het slachtoffer heeft vergoed op grond van artikel 29bis, § 1, eerste lid, in de rechten van de eerstgenoemden treedt.

Wanneer alleen het slachtoffer aansprakelijk is voor het ongeval, kunnen zijn rechthebbenden niet naar gemeen recht de vergoeding verkrijgen van de gevolgschade die zij geleden hebben ten gevolge van de lichamelijke letsels van het slachtoffer of zijn overlijden.

Het bestreden vonnis dat, gelet op de volledige aansprakelijkheid van het slachtoffer H.B. voor het ongeval, de eiseres, zijn verzekeraar, veroordeelt om de verweerster sub 5 de bedragen terug te betalen die zij met toepassing van artikel 29bis, § 1, eerste lid, zou moeten betalen aan de rechthebbenden van dat slachtoffer, de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen, schendt de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek en het voormelde artikel 29bis, § 4.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden vonnis, in zoverre het de eiseres veroordeelt om aan de verweerster sub 5, de vennootschap La Luxembourgeoise, alle bedragen te betalen die zij zou moeten betalen aan de rechthebbenden van het slachtoffer, de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Verklaart dit arrest bindend ten aanzien van L.D., F.B. en D.B.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eiseres in de kosten van de verweerders sub 1 et 2.

Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten van de verweerders sub 3 tot 7 en houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 23 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Slachtoffer alleen aansprakelijk

  • Rechthebbenden

  • Schade van de naasten

  • Gevolgschade

  • Vergoeding