- Arrest van 24 januari 2012

24/01/2012 - P.12.0106.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijstand van de advocaat tijdens het verhoor bij de onderzoeksrechter heeft uitsluitend tot doel toezicht mogelijk te maken op de eerbiediging van het recht zichzelf niet te beschuldigen en de keuzevrijheid om een verklaring af te leggen, te antwoorden op de gestelde vragen of te zwijgen, de wijze waarop de ondervraagde persoon tijdens het verhoor wordt behandeld, inzonderheid op het al dan niet kennelijk uitoefenen van ongeoorloofde druk of dwang en de kennisgeving van de in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering bedoelde rechten van verdediging en de regelmatigheid van het verhoor.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0106.N

D. C.,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Jean Marie de Meester, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, kamer van inbeschuldigingstelling, van 10 januari 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM, evenals miskenning van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en van de wapengelijkheid: de raadsman van de eiser mocht als gevolg van "omzendbrief 1728,2 a2" zijn draagbare computer niet gebruiken in de gevangenis zodat hij slechts gedeeltelijk de gegevens van het dossier kon overnemen; nochtans mogen de onderzoekers wel gebruik maken van hun draagbare computer; aldus bestaat er een wapenongelijkheid tussen beiden en wordt eisers recht van verdediging miskend, te meer het inzagerecht beperkt is tot de openingsuren van de griffie.

2. Artikel 6 EVRM heeft in beginsel enkel betrekking op de uitoefening van het recht van verdediging voor de vonnisgerechten en niet op de rechtspleging inzake voorlopige hechtenis.

In zoverre faalt het middel naar recht.

3. Artikel 5.4 EVRM impliceert dat de inverdenkinggestelde het recht heeft om vóór de opening van het debat voor het onderzoeksgerecht dat uitspraak moet doen over de handhaving van de voorlopige hechtenis, inzage te nemen van de desbetreffende stukken van het dossier.

Artikel 21, § 3, eerste lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat het dossier gedurende de laatste werkdag vóór de eerste verschijning voor de raadkamer ter beschikking wordt gehouden van de verdachte en van zijn raadsman.

Artikel 22, vierde lid, Voorlopige Hechteniswet bepaalt dat bij de verdere handhaving van de voorlopige hechtenis het dossier gedurende twee dagen vóór de verschijning ter beschikking wordt gehouden van de verdachte en van zijn raadsman. De griffier geeft hun hiervan bericht per faxpost of bij ter post aangetekende brief.

Uit die bepalingen volgt dat zowel de raadsman als de verdachte inzage van het dossier moeten kunnen hebben zodat zij ter vrijwaring van het recht van verdediging vooraf overleg over de zaak kunnen plegen.

Geen enkele verdrags- of wetsbepaling schrijft evenwel voor dat de verdachte of zijn raadsman via technische hulpmiddelen zoals een draagbare computer nota moeten kunnen nemen van de inhoud van het dossier.

De eiser vermag geen miskenning van de wapengelijkheid af te leiden uit het loutere feit dat om veiligheidsredenen een andere reglementaire toegangsregeling tot een penitentiair centrum bestaat voor onderzoekers dan voor de gedetineerden of hun bezoekers, waaronder advocaten.

De omstandigheid dat de raadsman van de verdachte wegens de onmogelijkheid gebruik te maken van zijn computer, geen nota van het dossier kan nemen op de wijze die hij verkiest, belet niet dat hij inzage ervan heeft kunnen nemen en dat de verdachte zich kan verdedigen.

In zoverre faalt het middel naar recht.

4. De appelrechters stellen onaantastbaar vast en oordelen dat:

- zowel de eiser als zijn raadsman, zowel voor de raadkamer als voor de kamer van inbeschuldigingstelling, kennis hebben kunnen nemen van alle stukken van het strafdossier;

- zij voor deze onderzoeksgerechten alle mogelijkheden hebben gehad om op doeltreffende wijze hun verdediging naar voor te brengen en hun recht op tegenspraak uit te oefenen;

- zowel voor de raadkamer als voor de kamer van inbeschuldigingstelling omstandige conclusies werden neergelegd;

- de raadsman onbeperkte toegang had tot de eiser om het dossier voor te bereiden;

- de eiser noch zijn raadsman op enig ogenblik hebben verzocht de zaak uit te stellen teneinde het beperkte strafdossier grondiger te kunnen lezen.

Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM en de artikelen 10 en 11 Grondwet: anders dan bij zijn verhoor door de onderzoeksrechter, werd de eiser niet bijgestaan door een raadsman bij zijn eerste verhoor door de politie op 24 november 2011, waardoor onherstelbare schade aan het recht van verdediging werd toegebracht; in het arrondissement Kortrijk en het arrondissement Brugge bestaan verschillende regelingen bij het eerste verhoor, wat een ongelijkheid inhoudt; de raadkamer heeft niet afdoende geantwoord op eisers verweer dienaangaande; de kamer van inbeschuldigingstelling oordeelt ten onrechte dat de gegevens waarop zij mag acht slaan, niet toelaten af te leiden dat er twee soorten van regeling bij het eerste verhoor van toepassing zijn in het gerechtelijk arrondissement Brugge; nochtans moet zij hiervan als beroepsrechter voor de raadkamers van Brugge en Kortrijk op de hoogte zijn.

6. In zoverre het middel niet gericht is tegen het bestreden arrest maar tegen de beschikking van de raadkamer, is het niet ontvankelijk.

7. De appelrechters oordelen onaantastbaar dat de gegevens waarop zij vermogen acht te slaan, niet toelaten af te leiden dat er twee soorten van regeling bij het eerste verhoor van toepassing zijn in het gerechtelijk arrondissement Brugge.

In zoverre hiertegen gericht, is het middel niet ontvankelijk.

8. In zoverre het middel het Hof verplicht tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is, is het evenmin ontvankelijk.

9. De kamer van inbeschuldigingstelling die oordeelt over de handhaving van de voorlopige hechtenis, doet geen uitspraak over de schuld of onschuld van de verdachte.

Het arrest maakt geen gebruik van zelfbeschuldigende verklaringen die zijn afgelegd tijdens een politieverhoor zonder bijstand van een advocaat, tot staving van eisers veroordeling.

10. Artikel 6 EVRM ontneemt de onderzoeksgerechten die uitspraak moeten doen over de eventuele handhaving van de voorlopige hechtenis, evenwel niet de rechtsmacht te onderzoeken of de aangevoerde schending van aard is het voeren van een eerlijk proces te verhinderen.

11. Het arrest oordeelt onder meer dat:

- de eiser door de politie op 24 november 2011 ondervraagd werd met inachtneming van de rechten, bepaald in artikel 47bis Wetboek van Strafvordering;

- de eiser zowel bij de politiediensten als bij de onderzoeksrechter uitdrukkelijk kennis kreeg van zijn zwijgrecht, naast de mededeling dat zijn verklaring als bewijs in rechte zou kunnen worden gebruikt;

- er geen sprake was van enige dwang bij het afgenomen verhoor;

- de aanwijzingen van schuld niet enkel gesteund zijn op de eigen verklaringen van de eiser maar op het geheel van andere bewijsmiddelen die in de vordering van het openbaar ministerie worden beschreven;

- de eiser voor de onderzoeksrechter wel omstandig de bijstand van een raadsman heeft genoten en hij bij die gelegenheid uitleg heeft verstrekt met betrekking tot hetgeen reeds op regelmatige wijze aan het licht was gekomen, niettegenstaande hij alsdan zijn verklaring kon intrekken;

- hij na het politieverhoor en na het verhoor door de onderzoeksrechter overleg heeft kunnen plegen met zijn raadsman;

- in de latere processtadia voldoende waarborgen zijn ingebouwd zowel qua bijstand van een advocaat als qua tegenspraak.

De beslissing dat het aangevoerde verzuim eisers recht van verdediging niet heeft miskend, is aldus naar recht verantwoord.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Derde middel

12. Het middel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3 EVRM: het arrest herleidt de bijstand van een advocaat tot de "rol van een bloempot"; het standpunt van de appelrechters is niet verzoenbaar met het standpunt dat hierover wordt ingenomen door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

13. De bijstand van de advocaat heeft uitsluitend tot doel toezicht mogelijk te maken op:

1° de eerbiediging van het recht zichzelf niet te beschuldigen en de keuzevrijheid om een verklaring af te leggen, te antwoorden op de gestelde vragen of te zwijgen;

2° de wijze waarop de ondervraagde persoon tijdens het verhoor wordt behandeld, inzonderheid op het al dan niet kennelijk uitoefenen van ongeoorloofde druk of dwang;

3° de kennisgeving van de in artikel 47bis Wetboek van strafvordering bedoelde rechten van verdediging en de regelmatigheid van het verhoor.

14. Artikel 6 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof van de Rechten van de Mens, bepaalt niet dat de raadsman tijdens het verhoor bij de onderzoeksrechter advies mag geven aan de verdachte of inspraak krijgt in het verhoor door de onderzoeksrechter.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek

15. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 82,20 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 24 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Recht van verdediging

  • Verhoor van de verdachte door de onderzoeksrechter

  • Bijstand van een advocaat

  • Doel