- Arrest van 25 januari 2012

25/01/2012 - P.11.0856.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de Wegverkeerswet is overtreden met een motorvoertuig dat op naam van een rechtspersoon is ingeschreven, kan het politieverhoor van de persoon die dat voertuig onder zich heeft, in de loop waarvan hem de vraag was gesteld wie de dag van de feiten het voertuig bestuurde, overeenstemmen met de vraag om inlichtingen, gevoegd bij het toegezonden afschrift van het proces-verbaal; indien die persoon niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten, moet hij de identiteit van de bestuurder meedelen binnen de termijn van vijftien dagen na dat verhoor (1). (1) Zie Cass. 29 nov. 2005, AR P.05.0995.N, AC, 2005, nr. 635.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0856.F

AB EXPLOITATION, bvba,

mr. Alexis Colmant, advocaat bij de balie te Bergen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Dinant van 7 maart 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Nadat was vastgesteld dat de eiseres een snelheidsovertreding had begaan met een aan haar toebehorend voertuig, wordt zij vervolgd wegens overtreding van artikel 67ter Wegverkeerswet. Zij verwijt de appelrechters dat zij de telastlegging bewezen verklaren, ofschoon het vonnis vermeldt dat de zaakvoerder had geantwoord dat hij het voertuig onder zich had, zonder mee te delen wie de bestuurder was op het ogenblik van de overtreding.

Krachtens het derde lid van die bepaling, moet, indien de persoon die het voertuig onder zich heeft niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten, die persoon eveneens de identiteit van de bestuurder meedelen.

De rechtbank die de eiseres op grond van de voormelde overweging veroordeelt, omkleedt zijn beslissing regelmatig met redenen en verantwoordt haar naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

De eiseres voert aan dat haar geen enkele specifieke vraag om inlichtingen werd gesteld en haar geen termijn van antwoord werd opgelegd, overeenkomstig de voormelde bepaling.

Het vonnis stelt evenwel vast dat het verhoor van de zaakvoerder door de politie van het Groothertogdom, waarbij hem was gevraagd wie de dag van de feiten het voertuig bestuurde, overeenstemt met de vraag om inlichtingen gevoegd bij het toegezonden afschrift van het proces-verbaal, zoals datzelfde artikel bepaalt.

Het stelt daarnaast ook vast dat de identiteit van die bestuurder niet was meegedeeld binnen de termijn van vijftien dagen na dat verhoor.

Met die overwegingen omkleedt de rechtbank zijn beslissing regelmatig met redenen en verantwoordt haar naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Vierde middel

De drie onderdelen samen

De eiseres voert aan dat het strafbaar feit in het Groothertogdom Luxemburg was gepleegd.

Dit feit wordt evenwel geacht voltrokken te zijn wanneer de overtreder niet geïdentificeerd is, zodat de plaats van het strafbare feit de plaats is waar de mededeling, als bepaald in het voormelde artikel 67ter, dient te worden ontvangen.

Het vonnis stelt vast dat de procureur des Konings te Dinant, naar aanleiding van een snelheidsovertreding die in zijn arrondissement is begaan en die wordt toegeschreven aan een voertuig van de eiseres, de persoon heeft doen verhoren die het voertuig onder zich heeft, in het land waar diens zetel is gevestigd.

De correctionele rechtbank heeft daaruit afgeleid dat de identiteit van de bestuurder aan de Belgische autoriteiten diende te worden meegedeeld, zodat het strafbaar geachte feit op het grondgebied van het Rijk werd gepleegd.

Met die overwegingen omkleden de appelrechters hun beslissing om zich territoriaal bevoegd te verklaren regelmatig met redenen en verantwoorden haar naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre

Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 25 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier

Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Motorvoertuig ingeschreven op naam van een rechtspersoon

  • Proces-verbaal

  • Vraag om inlichtingen

  • Verhoor van de persoon die het voertuig onder zich heeft

  • Mededeling van inlichtingen

  • Termijn

  • Aanvang