- Arrest van 27 januari 2012

27/01/2012 - F.11.0065.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Oud artikel 335 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, zoals het van toepassing is op het aanslagjaar 1994, moet aldus worden opgevat dat een nieuwe aanslag kan worden vastgesteld binnen zes maanden van de datum waarop de rechterlijke beslissing niet meer vatbaar is voor de voorzieningen bedoeld in de nieuwe artikelen 377 en 378 van voornoemd wetboek, ongeacht of het gaat om een vonnis van een rechtbank van eerste aanleg dan wel om een arrest van een hof van beroep (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas., 2012, nr. ….

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0065.F

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

tegen

S. N.,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 3 maart 2011 van het hof van beroep te Bergen.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 9 januari 2012 ter griffie een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Gustave Steffens heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Gegrondheid van het middel

Het arrest stelt vast dat er na de nietigverklaring, door de rechtbank van eerste aanleg, van een eerste aanslag voor het aanslagjaar 1994, een nieuwe aanslag is vastgesteld op grond van artikel 355 WIB92.

Die bepaling, zoals zij van toepassing is op dat aanslagjaar, geeft de administratie, na de nietigverklaring van een aanslag door de rechter, het recht een nieuwe aanslag vast te stellen binnen zes maanden te rekenen van de datum waarop die beslissing niet meer vatbaar is voor de voorzieningen bedoeld in de artikelen 387 tot 391.

De artikelen 387 tot 391, zoals zij van kracht waren vóór 1 maart 1999, regelden het cassatieberoep dat kon worden ingesteld tegen het arrest van het hof van beroep, dat rechtstreeks uitspraak had gedaan over de voorziening van de belastingplichtige tegen de beslissing van de directeur van de belastingen.

Krachtens artikel 34 van de wet van 15 maart 1999 betreffende de beslechting in fiscale geschillen, zijn de artikelen 387 tot 391 WIB92 vervangen door de artikelen 377 en 378 die betrekking hebben op de procedures van verzet, hoger beroep en cassatieberoep en waarvan de inwerkingtreding bij artikel 97 van de wet van de voornoemde wet van 15 maart 1999 is vastgesteld op 1 maart 1999.

Hoewel er krachtens het nieuwe artikel 355, zoals het gewijzigd is bij artikel 20 van deze wet, geen nieuwe aanslag meer mag worden vastgesteld na een nietigverklaring van de aanslagen door de rechter, treedt deze bepaling volgens artikel 97 pas in werking vanaf het aanslagjaar 1999.

Wat daarentegen het aanslagjaar 1994 betreft, volgt uit de opzet van de wet en de parlementaire voorbereiding dat het oud artikel 355 aldus moet worden opgevat dat een nieuwe aanslag kan worden vastgesteld "binnen zes maanden van de datum waarop de rechterlijke beslissing niet meer vatbaar is voor de voorzieningen als bedoeld bij de nieuwe artikelen 377 en 378 van genoemd wetboek", ongeacht of het gaat om een vonnis van een rechtbank van eerste aanleg dan wel om een arrest van een hof van beroep.

Het arrest, dat beslist dat "de beslissing bedoeld in voormeld artikel [355] [zoals dat artikel van toepassing was vóór de wijziging ervan bij artikel 20 van de wet van 15 maart 1999] de beslissing was van het hof van beroep (...) [en dat] bijgevolg moet worden vastgesteld dat [de eiser] niet opnieuw een aanslag mocht vaststellen na de nietigverklaring [door de rechtbank van eerste aanleg] van de aanslag die was ingekohierd voor het aanslagjaar 1994 (...)", schendt de in het middel bedoelde bepalingen.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 27 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Oud artikel 335 WIB 92

  • Aanslagjaar 1994

  • Aanslag nietig verklaard bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg

  • Belastingadministratie

  • Nieuwe aanslag

  • Wettigheid