- Arrest van 31 januari 2012

31/01/2012 - P.11.0732.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De tekortkoming van de ouder, aan wie de bewaring van het gemeenschappelijk kind bij rechterlijke beslissing is toevertrouwd, om zijn opvoedingsplicht te vervullen door het kind te overreden zich te schikken naar het bezoekrecht van de andere ouder, kan, in bijzondere omstandigheden die de feitenrechter dient vast te stellen, als niet-afgeven in de zin van artikel 432 Strafwetboek worden beschouwd; de ouder dient, rekening houdende met de leeftijd van de kinderen, zijn gezag te doen gelden teneinde de weerstand van een kind tegen de uitoefening van het bezoekrecht van de andere ouder te overwinnen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0732.N

D. T. M. K.,

beklaagde,

eiseres,

met als raadslieden mr. Freddy Mols en mr. Jan Roodhooft, advocaten bij de balie te Turnhout,

tegen

I. K.,

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het hof van beroep te Antwerpen, correctionele kamer, van 8 december 2010 en 9 maart 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 432, §§ 1, 2 en 3, Strafwetboek: het arrest vereist ten onrechte dat een ouder aan zijn kinderen het verlangen dient bij te brengen om een affectieve band met de andere ouder te handhaven; het houdt ten onrechte geen rekening met de door de eiseres aangehaalde argumenten waaruit blijkt dat zij al het mogelijke heeft gedaan om zich te schikken naar de rechterlijke uitspraken en dat er hevige onwil was bij de kinderen om mee te gaan met hun vader; uit de voorliggende feiten kon het arrest niet afleiden dat de eiseres wetens en willens de uitvoering van gerechtelijke beslissingen heeft belemmerd.

2. De tekortkoming van de ouder, aan wie de bewaring van het gemeenschappelijk kind bij rechterlijke beslissing is toevertrouwd, om zijn opvoedingsplicht te vervullen door het kind te overreden zich te schikken naar het bezoekrecht van de andere ouder, kan, in bijzondere omstandigheden die de feitenrechter dient vast te stellen, als niet-afgeven in de zin van artikel 432 Strafwetboek worden beschouwd. De ouder dient, rekening houdende met de leeftijd van de kinderen, zijn gezag te doen gelden teneinde de weerstand van een kind tegen de uitoefening van het bezoekrecht van de andere ouder te overwinnen.

3. De appelrechters stellen onder meer met verwijzing naar het beroepen vonnis, onaantastbaar vast dat:

- de eiseres in augustus 1998 Griekenland heeft verlaten met haar drie kleine kinderen van vijf, twee en één jaar oud en zich in België heeft gevestigd;

- de eiseres de verweerder uit het leven van die kleine kinderen heeft gesloten;

- de eiseres nooit de noodzakelijke inspanningen heeft geleverd om haar zonen een eigen beeld van hun vader te laten vormen, zich nooit positief heeft ingesteld of haar actieve medewerking heeft verleend in de uitoefening van de omgangsregeling door de verweerder en integendeel de kinderen die nog zeer jong waren op het ogenblik van de eerste beschikking van de kortgedingrechter, negatief heeft beïnvloed in hun houding tegenover hun vader;

- de verklaringen van de eiseres op 5 september 2005 en 16 januari 2006 symptomatisch zijn voor haar gebrek aan medewerking om de kinderen ertoe te bewegen daadwerkelijk met hun vader mee te gaan;

- de vaststelling van de gerechtsdeurwaarder op 25 december 2003 het beeld ondersteunt van een te weinig krachtig en doorleefd positief beeldvormingsproces over de verweerder ten huize van de eiseres, zonder dewelke de kinderen wel degelijk, zelfs met enig aandringen, ertoe zouden kunnen gebracht worden hun vader even te vergezellen.

De appelrechters verantwoorden aldus hun beslissing naar recht.

Het middel kan in zoverre niet worden aangenomen.

4. Voor het overige komt het middel op tegen dit onaantastbare oordeel van de appelrechters of verplicht het middel het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Tweede middel

5. Het middel voert schending aan van artikel 432, §§ 1, 2 en 3, Strafwetboek, evenals miskenning van het recht van verdediging: in de rechtstreekse dagvaarding wordt als incriminatieperiode opgegeven "van 21 juni 2001 tot 1 februari 2009"; de incriminatieperiode loopt eveneens tijdens periodes waarin er geen bezoekrecht aan de verweerder was toegekend of waarbij het verblijf in overleg tussen de partijen en hun kinderen zou plaatsvinden; het arrest verklaart de eiseres schuldig aan feiten voor de periode tussen 24 december 2003 en 1 februari 2009, maar motiveert de gewijzigde aanvangsdatum en de onderbrekingen in de incriminatieperiode niet zodat de beslissing arbitrair is.

6. In zoverre het aanvoert dat het arrest de eiseres ten onrechte schuldig verklaart voor periodes waarin er geen bezoekrecht aan de verweerder was toegekend of waarbij het verblijf in overleg tussen de partijen en hun kinderen zou plaatsvinden, verplicht het middel het Hof tot een onderzoek van feiten waarvoor het niet bevoegd is.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

7. Voor het overige verklaart het arrest op grond van een uitvoerige bespreking van de feiten de eiseres schuldig voor een kortere periode dan deze vermeld in de rechtstreekse dagvaarding.

In zoverre mist het middel dat berust op een onvolledige lezing van het arrest, feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 169,98 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 31 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Onttrekking van een kind aan de bewaring van de persoon aan wie het is toevertrouwd