- Arrest van 31 januari 2012

31/01/2012 - P.12.0069.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De naleving van de termijn van artikel 52, §1, Wet Strafuitvoering dat bepaalt dat ingeval van verzoek tot elektronisch toezicht en van advies over de voorwaardelijke invrijheidstelling, de behandeling van de zaak plaatsvindt op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechtbank na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie en dat deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk twee maanden na de indiening van het schriftelijk verzoek of na de ontvangst van het advies van de directeur, is geen substantiële vormvereiste en de overschrijding ervan leidt niet tot de onwettigheid van de beslissing die een door de veroordeelde verzochte strafmodaliteit niet toekent; ze belet evenmin dat de veroordeelde steeds van zijn vrijheid beroofd blijft ter uitvoering van een veroordeling die door een bevoegde rechter is uitgesproken (1). (1) Cass. 27 feb. 2007, AR P.07.0108.N, AC, 2007, nr. 114; Cass. 28 aug. 2007, AR P.07.1166.N, AC, 2007, nr. 378.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0069.N

K. F. S. V. Z.,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd,

eiseres,

met als raadsman mr. Steff Stevens, advocaat bij de balie te Mechelen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel van 20 december 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 5.1 EVRM en artikel 12 Grondwet: het vonnis is laattijdig uitgesproken; de gevangenisdirecteur bracht immers advies uit op 27 juli 2011 voor wat betreft het elektronisch toezicht en op 28 augustus 2011 voor wat betreft de voorwaardelijke invrijheidstelling; aldus miskent het vonnis het recht van de eiseres op haar individuele vrijheid.

2. Artikel 5.1 EVRM en artikel 12 Grondwet beletten niet dat iemand ter uitvoering van een veroordeling die door een bevoegde rechter is uitgesproken, van zijn vrijheid is beroofd.

3. Artikel 52, § 1, Wet Strafuitvoering bepaalt dat ingeval van verzoek tot elektronisch toezicht en van advies over de voorwaardelijke invrijheidstelling, de behandeling van de zaak plaatsvindt op de eerste nuttige zitting van de strafuitvoeringsrechtbank na de ontvangst van het advies van het openbaar ministerie en dat deze zitting moet plaatsvinden uiterlijk twee maanden na de indiening van het schriftelijk verzoek of na de ontvangst van het advies van de directeur.

4. De naleving van deze termijn is geen substantiële vormvereiste en de overschrijding ervan leidt niet tot de onwettigheid van de beslissing die een door de veroordeelde verzochte strafmodaliteit niet toekent. Ze belet evenmin dat de veroordeelde steeds van zijn vrijheid beroofd blijft ter uitvoering van een veroordeling die door een bevoegde rechter is uitgesproken.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 5,31 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 31 januari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Termijn binnen dewelke de zitting moet plaatsvinden

  • Overschrijding