- Arrest van 6 februari 2012

06/02/2012 - C.11.0149.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De opzettelijke verzwijging of opzettelijk onjuiste mededeling van gegevens over de beoordeling van het risico bij het sluiten van de overeenkomst, die krachtens voormeld artikel 6, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 leiden tot de nietigheid van die overeenkomst, kunnen nog worden aangevoerd in het geval bedoeld in artikel 31, §1, vierde lid, met name wanneer de verzekeraar de overeenkomst na het ontstaan van het schadegeval heeft opgezegd terwijl de strafvordering achteraf uitmondt in een buitenvervolgingstelling of een vrijspraak.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0149.F

L. A.,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

AXA BELGIUM nv,

Mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 21 september 2010 van het hof van beroep te Brussel.

De zaak is bij beschikking van 18 januari 2012 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 149 van de Grondwet;

- de artikelen 6, 29 en 31, § 1, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;

- de artikelen 26 en 27, 6°, van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart, met bevestiging van het beroepen vonnis, de verzekeringsovereenkomsten "alle risico's" en "burgerrechtelijke aansprakelijkheid" die de eiser bij de verweerster had aangegaan, nietig, omdat de eiser, bij het sluiten van die overeenkomsten, (zogenaamd) gegevens zou hebben verzwegen, en verwerpt bijgevolg het hoger beroep van de eiser, verklaart zijn vordering tot betaling van de prijs van zijn gestolen voertuig Mercedes 230 niet-gegrond en veroordeelt hem in de kosten.

Het arrest verklaart de tegenvordering tot nietigverklaring van de litigieuze verzekeringspolissen die de verweerster had ingesteld wegens opzettelijk verzwijgen en opzettelijk onjuist meedelen van gegevens, gegrond.

Het arrest grondt die beslissingen hierop dat "[de eiser] weliswaar bij vonnis van 11 juni 1993 van de correctionele rechtbank werd vrijgesproken van het ten laste gelegde feit [...] dat hij, met het bedrieglijk opzet derden te misleiden, verschillende valse documenten heeft opgemaakt of doen opmaken, te dezen met name: een vals vignet 705 nr. 635345, dat is aangebracht op de aanvraag tot inschrijving van 18 december 1992 [...];

Een dergelijke vrijspraak ontneemt de [verweerster] echter niet de mogelijkheid te besluiten dat de verzekeringspolissen nietig zijn, wanneer er, zoals in dit geval, gegevens opzettelijk werden verzwegen of onjuist werden meegedeeld, zodat de verzekeraar werd misleid over de gegevens op grond waarvan hij het risico beoordeelt;

Die tweezijdige analyse brengt in deze zaak het gezag van gewijsde van de strafrechterlijke beslissing niet in het gedrang;

Het is ondenkbaar dat [de eiser], toen hem werd gevraagd of hij ‘ooit was veroordeeld', uit het oog zou zijn verloren dat hij, meer bepaald in 1990, vervallen was verklaard van het recht tot sturen, om redenen die hij noodzakelijkerwijs diende te kennen;

In het formulier dat werd ingevuld met het oog op het sluiten van de verzekeringsovereenkomst, zijn specifieke antwoorden gegeven op precieze vragen; hieruit moet worden afgeleid dat de verzekeraar, voor het beoordelen van het risico, belang hechtte aan de antwoorden die aldus werden gegeven op de gestelde vragen;

Met name de aard van het uitgeoefende beroep en de mogelijke veroordelingen konden in dit geval een invloed hebben op de wijze waarop de verzekeraar het risico zou beoordelen voor elke verzekeringsovereenkomst die [de eiser] bij hem heeft gesloten. Die risico's verschillen immers naargelang de bestuurder al dan niet een beroep uitoefent, welk beroep hij uitoefent en of hij ooit werd veroordeeld. Die gegevens werpen niet alleen een licht op het gedrag van de bestuurder achter het stuur maar ook op zijn gedragingen in het algemeen die ten aanzien van de bepalingen inzake motorrijtuigenverzekering gevolgen kunnen teweegbrengen, met inbegrip van het risico op diefstal van het voertuig;

Het is in feite ten genoege van recht aangetoond dat de verzwijgingen en de onjuiste verklaringen [van de eiser] van doorslaggevende invloed waren voor de inschatting van het risico door de verzekeraar die, indien die gegevens hem niet waren verzwegen, de overeenkomsten niet had gesloten;

Toen [de verweerster] hiervan op de hoogte werd gebracht, onder meer doordat er verschillende beoordelingsgegevens aan het licht zijn gekomen in de loop van de strafvervolging, inzonderheid met betrekking tot de ware bezigheden [van de eiser], heeft zij hieruit afgeleid dat die overeenkomsten nietig waren;

Ongeacht de vraag of de diefstal werkelijk heeft plaatsgevonden, wat de verzekeraar betwist, mag laatstgenoemde zich aldus te dezen nog steeds beroepen op de gegevens die de verzekerde bij het sluiten van de overeenkomsten heeft verzwegen, daar die verzwijgingen de nietigheid van de overeenkomsten rechtvaardigen, zonder dat hij het bestaan van een of meer strafrechtelijke misdrijven hoeft aan te tonen;

De eerste rechter heeft bijgevolg terecht de nietigheid van de verzekeringspolissen met de nummers 617670506 - PO2 en 617.3666.583 uitgesproken, terwijl de oorspronkelijke hoofdvordering derhalve ongegrond is".

Grieven

(...)

Tweede onderdeel

Het staat te dezen vast dat de verweerster, bij brief van 27 augustus en 3 december 1993, de door de eiser aangegane verzekeringen "alle risico's" en "burgerrechtelijke aansprakelijkheid" heeft opgezegd in de zin van de artikelen 29 en 31 van de wet van 25 juni 1992, "overeenkomstig artikel 26 van de algemene voorwaarden van de overeenkomst".

Artikel 26 van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen bepaalt dat zowel de verzekeraar als de verzekerde de overeenkomst van jaar tot jaar kunnen opzeggen, drie maanden vóór het verstrijken ervan, en artikel 27, 6°, voegt hieraan toe dat de maatschappij de overeenkomst kan opzeggen na iedere aangifte van een schadegeval.

Artikel 31, § 1, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst luidt, onder de titel "opzegging na een schadegeval", als volgt:

"In de gevallen waarin de verzekeraar zich het recht voorbehoudt de overeenkomst na het zich voordoen van een schadegeval op te zeggen, beschikt de verzekeringnemer over hetzelfde recht. Die opzegging geschiedt ten laatste één maand na de uitbetaling of de weigering tot uitbetaling van de schadevergoeding.

De opzegging wordt ten vroegste drie maanden na de dag van de betekening van kracht.

Evenwel kan zij van kracht worden één maand na de dag van de betekening ervan, indien de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde één van zijn verplichtingen, ontstaan door het schadegeval, niet is nagekomen met de bedoeling de verzekeraar te misleiden, op voorwaarde dat deze bij een onderzoeksrechter een klacht met burgerlijke partijstelling heeft ingediend tegen één van deze personen of hem voor het vonnisgerecht heeft gedagvaard, op basis van de artikelen 193, 196, 197, 496 of 510 van het Strafwetboek.

De verzekeraar moet de schade als gevolg van die opzegging vergoeden indien hij afstand doet van zijn vordering of indien de strafvordering uitmondt in een buitenvervolgingstelling of een vrijspraak".

Uit die bepalingen, en meer bepaald uit voormeld artikel 31, § 1, blijkt dat, indien de klacht die de verzekeraar indient na het ontstaan van het schadegeval, zoals te dezen, uitmondt in de vrijspraak van de verzekerde, de verzekeraar niet meer kan aanvoeren dat de verzekerde hem zou hebben willen misleiden en niet meer de nietigheid van de overeenkomst kan vorderen wegens verzwijging of het afleggen van opzettelijk onjuiste verklaringen bij het sluiten van de overeenkomst.

Het arrest, dat vaststelt dat de verweerster klacht heeft ingediend tegen de eiser wegens poging tot oplichting van de verzekering na de aangifte van diefstal van zijn voertuig en dat de eiser, bij vonnis van 11 juni 1999 van de correctionele rechtbank te Brussel, bevestigd bij het arrest van het hof van beroep te Brussel van 18 februari 2002, was "vrijgesproken van alle hem ten laste gelegde feiten", kon vervolgens niet terugkomen op de opzegging van de de litigieuze overeenkomsten om ze met toepassing van artikel 6 van de wet van 25 juni 1992 nietig te verklaren omdat de eiser gegevens had verzwegen bij het sluiten van de overeenkomsten (schending van de artikelen 6 en 31, § 1, van de wet van du 25 juni 1992 en van de artikelen 26 en 27, 6°, van het koninklijk besluit van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen).

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Tweede onderdeel

3. Artikel 6, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst bepaalt dat de verzekeringsovereenkomst, wanneer het opzettelijk verzwijgen of het opzettelijk onjuist meedelen van gegevens over het risico de verzekeraar misleidt bij de beoordeling van dat risico, nietig is.

4. Krachtens artikel 31, § 1, van die wet, kan de verzekeraar zich het recht voorbehouden de overeenkomst op te zeggen na het ontstaan van een schadegeval en kan die opzegging van kracht worden een maand na de datum van de betekening ervan, wanneer de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde een van zijn verplichtingen, ontstaan door het schadegeval, niet is nagekomen met de bedoeling de verzekeraar te misleiden, op voorwaarde dat de verzekeraar bij een onderzoeksrechter een klacht met burgerlijkepartijstelling heeft ingediend tegen één van die personen of hem voor het vonnisgerecht heeft gedagvaard op basis van de artikelen 193, 196, 197, 496 of 510 tot 520 Strafwetboek. De verzekeraar moet de schade als gevolg van die opzegging vergoeden indien hij afstand doet van zijn vordering of indien de strafvordering uitmondt in een buitenvervolgingstelling of een vrijspraak.

5. De opzettelijke verzwijging of opzettelijk onjuiste mededeling van gegevens over de beoordeling van het risico, die bij het sluiten van de overeenkomst worden gepleegd en die krachtens voormeld artikel 6, eerste lid, leiden tot de nietigheid van die overeenkomst, kunnen nog worden aangevoerd in het geval bedoeld in artikel 31, § 1, vierde lid, met name wanneer de verzekeraar de overeenkomst na het ontstaan van het schadegeval heeft opgezegd maar de strafvordering achteraf uitmondt in een buitenvervolgingstelling of een vrijspraak.

6. Het arrest beslist dat er "in dit geval gegevens opzettelijk werden verzwegen of onjuist werden meegedeeld, zodat de verzekeraar werd misleid over de gegevens op grond waarvan hij het risico beoordeelt" en dat "de verzwijgingen en de onjuiste verklaringen [van de eiser over zijn beroep en over zijn vroegere vervallenverklaringen van het recht tot sturen] van doorslaggevende invloed waren voor de inschatting van het risico door de verzekeraar die, indien die gegevens hem niet waren verzwegen, de overeenkomsten niet had gesloten".

Het beslist aldus wettig dat, "ongeacht de vraag of de diefstal werkelijk heeft plaatsgevonden, wat [de verweerster] betwist, mag laatstgenoemde zich aldus te dezen nog steeds beroepen op de gegevens die de verzekerde bij het sluiten van de overeenkomsten heeft verzwegen, daar die verzwijgingen de nietigheid van de overeenkomsten rechtvaardigen, zonder dat [zij] het bestaan van een of meer strafrechtelijke misdrijven hoeft aan te tonen".

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Alain Simon, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 6 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Sluiten van de overeenkomst

  • Verklaring

  • Opzettelijke verzwijging of opzettelijk onjuiste mededeling van gegevens

  • Eenzijdige opzegging