- Arrest van 9 februari 2012

09/02/2012 - C.11.0175.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De schuldeisers die overeenkomstig artikel 1193ter, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek zijn gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk zijn opgeroepen over de vraag van de curator van het faillissement aan rechtbank van koophandel te worden gemachtigd een onroerend goed die tot de failliete boedel behoort uit de hand te verkopen, zijn tussenkomende partijen in de zin van artikel 1031 van dit wetboek, ook al zijn zij niet tussengekomen op de in de artikelen 811 tot 814 van dit wetboek bepaalde wijze; zij kunnen derhalve overeenkomstig artikel 1193ter, vierde lid van dit wetboek hoger beroep instellen tegen de beschikking van de rechtbank; daartoe is niet vereist dat zij gevorderd hebben dat die machtiging afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0175.N

MARCHETTO PELLAMI spa, met zetel te 45100 Rovigo (Italië), Via

Giovanni Miani 33,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre-Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. Ivo VALGAEREN, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Leather Creation nv, met kantoor te 3550 Heusden-Zolder, Brugstraat 45,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederostraat 13, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. KBC BANK nv, met zetel te 1080 Sint-Jans-Molenbeek, Havenlaan 2,

verweerster,

3. LEATHER CREATION nv, met zetel te 3900 Overpelt, Albert Quintinlaan 2, failliet verklaard bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Hasselt van 26 april 2007,

verweerster,

4. D.V.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerder woonplaats kiest,

5. C.V.,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 23 december 2010.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 3 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Tweede onderdeel

1. Krachtens artikel 1190 Gerechtelijk Wetboek mag de curator van het faillissement de onroerende goederen die tot een failliete boedel behoren, niet verkopen dan nadat hij aan de rechter-commissaris machtiging heeft gevraagd.

Artikel 1193ter, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat, in het geval van artikel 1190, de curators aan de rechtbank van koophandel de machtiging kunnen vragen om uit de hand te verkopen. De curators leggen aan de rechtbank het door een notaris, aangewezen door de rechter-commissaris, opgemaakt ontwerp van verkoopakte voor, onder opgave van de redenen waarom de verkoop uit de hand geboden is.

Krachtens artikel 1193ter, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek moeten alle personen die hetzij een inschrijving, hetzij een kantmelding hebben op het betrokken onroerend goed en de gefailleerde worden gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk worden opgeroepen. Zij kunnen van de rechtbank vorderen dat de machtiging om uit de hand te verkopen afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden zoals een minimumverkoopprijs.

Krachtens artikel 1193ter, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek kan hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank ingesteld worden door de verzoeker of door de tussenkomende schuldeisers op de wijze bepaald in artikel 1031.

Artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat hoger beroep tegen de beschikking door de verzoeker of een tussenkomende partij binnen een maand na de kennisgeving wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat voldoet aan de bepalingen van artikel 1026 en wordt neergelegd op de griffie van het gerecht in hoger beroep.

2. Zoals blijkt uit de wetsgeschiedenis van artikel 1193ter Gerechtelijk Wetboek, zijn de schuldeisers die overeenkomstig het tweede lid van dat artikel zijn gehoord of bij gerechtsbrief behoorlijk zijn opgeroepen, tussenkomende partijen in de zin van artikel 1031 Gerechtelijk Wetboek, ook al zijn zij niet tussengekomen op de in artikelen 811 tot 814 Gerechtelijk Wetboek bepaalde wijze.

Deze schuldeisers kunnen derhalve overeenkomstig artikel 1193ter, vierde lid, Gerechtelijk Wetboek, hoger beroep instellen tegen de beschikking van de rechtbank.

Daartoe is niet vereist dat zij gevorderd hebben dat de machtiging om uit de hand te verkopen afhankelijk wordt gesteld van bepaalde voorwaarden.

3. De appelrechters die anders oordelen, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 9 februari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Onroerend goed

  • Verkoop uit de hand

  • Oproeping

  • Hoorplicht

  • Gevolg

  • Hoger beroep

  • Ontvankelijkheid