- Arrest van 9 februari 2012

09/02/2012 - C.11.0365.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De hypotheek genomen krachtens artikel 487, derde lid, Faillissementswet 1851, blijft na de homologatie van het akkoord alleen behouden ten voordele van de individuele schuldeisers indien de curator het vonnis van homologatie heeft doen inschrijven, zoals hem is opgedragen door artikel 518 Faillissementswet 1851 (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0365.N

Jean-Pierre WALRAVENS, met kantoor te 1070 Anderlecht, Ninoofsesteenweg 643, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van de bvba Olsen Food,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre-Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

BKCP cvba, met zetel te 1000 Brussel, Waterloolaan 16,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederostraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest,

en ten aanzien van

1. Marc BOELAERT, notaris, met kantoor te 1083 Ganshoren, Keizer Karellaan 343,

2. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, op vervolging en benaarstiging van de Ontvanger van het Ontvangkantoor der directe belastingen Anderlecht 2, met kantoor te 1000 Brussel, Kruidtuinlaan 50, bus 3123,

3. HEKLA nv, met zetel te 1700 Dilbeek, Tenbroekstraat 156,

4. C.O.,

5. Jean-Philippe LAGAE, notaris, met kantoor te 1000 Brussel, Koningsstraat 55/4,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de vijfde tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij woonplaats kiest,

tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 1 februari 2011.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 3 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel gaat ervan uit dat de gerechtsbrief aan de woonplaats van de verweerster werd aangeboden op 24 september 2008.

2. Het bestreden arrest stelt dit niet vast.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

3. Krachtens artikel 487, eerste lid, Faillissementswet 1851, zijn de curators te rekenen van hun ambtsaanvaarding op hun persoonlijke verantwoordelijkheid gehouden alle handelingen te verrichten tot bewaring van de rechten van de gefailleerde tegenover zijn schuldenaars.

Artikel 487, derde lid, Faillissementswet 1851, bepaalt dat zij bovendien zijn gehouden ten name van de gezamenlijke schuldeisers inschrijving te nemen op de onroerende goederen van de gefailleerde, waarvan het bestaan hun bekend is.

Krachtens artikel 518 Faillissementswet 1851, handhaaft de homologatie van het akkoord ten behoeve van elke schuldeiser de hypotheek die krachtens artikel 487 ingeschreven is op de onroerende goederen van de gefailleerde. Te dien einde doen de curators het vonnis van homologatie op het hypotheekkantoor inschrijven, tenzij het akkoord dienaangaande anders beslist.

4. Uit deze bepalingen volgt dat de hypotheek genomen krachtens artikel 487, derde lid, Faillissementswet 1851, na de homologatie van het akkoord alleen behouden blijft ten voordele van de schuldeisers indien de curator het vonnis van homologatie heeft doen inschrijven, zoals hem is opgedragen door artikel 518 Faillissementswet 1851.

5. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Vordering tot bindendverklaring

6. De verwerping van het cassatieberoep ontneemt alle belang aan de vordering tot bindendverklaring.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 654,12 euro, voor de verweerster op 175,27 euro en voor de vijfde tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij op 149,04 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 9 februari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Curator

  • Verantwoordelijkheid

  • Hypotheek

  • Akkoord

  • Homologatie