- Arrest van 9 februari 2012

09/02/2012 - C.11.0486.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een overdracht van een zeeschip is slechts aan de beslaglegger tegenwerpelijk wanneer hij volgens het toepasselijke recht tegenwerpelijk is aan derden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0486.N

C-BULK nv, met zetel te 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 14,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

WILJO nv, met zetel te 2640 Mortsel, Maalderijstraat 2,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 6000 Charleroi, rue de l'Athénée 9, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 8 februari 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Uit artikel 3, 1°, Verdrag Scheepsbeslag van 10 mei 1952 (hierna: Verdrag Scheepsbeslag) en het daarmee overeenstemmende artikel 1469, § 1, Gerechtelijk Wetboek en artikel 9 van hetzelfde verdrag volgt dat wanneer het schip waarop de zeevordering betrekking heeft, wordt overgedragen nadat deze schuldvordering is ontstaan, een schuldeiser die niet als hypothecaire of bevoorrechte schuldeiser over een volgrecht op dat schip beschikt, op dat dit schip geen bewarend beslag mag leggen.

2. Een overdracht van het schip is slechts aan de beslaglegger tegenwerpelijk wanneer deze overdracht volgens het toepasselijke recht tegenwerpelijk is aan derden.

3. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de appelrechters door aan te nemen dat een schuldeiser niettegenstaande de overdracht van het zeeschip, hierop bewarend beslag kan leggen wanneer de voorwaarden voor de tegenwerpelijkheid aan derden van de overdracht niet waren vervuld op het ogenblik van het beslag, ten gunste van die schuldeiser een recht creëren waarin het Verdrag Scheepsbeslag noch het Gerechtelijk Wetboek voorzien, berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Het onderdeel faalt naar recht.

Tweede onderdeel

4. Krachtens artikel 6, tweede lid, Verdrag Scheepsbeslag worden de formaliteiten inzake het beslag op een schip, de verkrijging van het in artikel 4 bedoelde verlof en alle andere verwikkelingen die naar aanleiding van een beslag zich kunnen rijzen, beheerst bij de wet van de verdragssluitende Staat waarin het beslag gelegd of aangevraagd is.

5. Krachtens artikel 1472, derde lid, Gerechtelijk Wetboek, worden, wanneer het in beslag genomen zeeschip niet in België is te boek gesteld, het beslagexploot en een gewaarmerkt afschrift overgelegd aan de bewaarder van het scheepshypotheekkantoor die zich ertoe beperkt van deze documenten aantekening te doen in het register der neergelegde stukken, met dien verstande dat hij de inschrijving doet indien de teboekstelling later wordt gevorderd.

6. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat de geldigheid van het in België gelegde bewarend beslag op een zeeschip van een vreemde nationaliteit afhankelijk is van de naleving van de door de betrokken vlaggenstaat voor het beslag vereiste publiciteitsvoorschriften, berust op een onjuiste rechtsopvatting.

7. Het onderdeel berust voor het overige op de onjuiste rechtsopvatting dat de kapitein van een zeeschip niet geacht kan worden de wettelijke vertegenwoordiger te zijn van de rederij.

Het onderdeel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 920,91 euro en voor de verweerster op de som van 281,06 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 9 februari 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Zeeschip

  • Overdracht

  • Beslaglegger

  • Tegenwerpelijkheid