- Arrest van 10 februari 2012

10/02/2012 - C.11.0092.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de schadelijder of de verzekeraar die hem heeft vergoed, het herstel vordert van een welbepaalde door die fout veroorzaakte schade, verhindert het gezag van gewijsde van het vonnis dat over die vordering uitspraak heeft gedaan, enkel ingeval dat vonnis een volledig herstel van de huidige en toekomstige schade van de schadelijder heeft willen toekennen, dat die getroffene of zijn verzekeraar een vordering instellen die ertoe strekt een andere door die fout veroorzaakte schade te herstellen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0092.F

AG INSURANCE BELGIUM nv,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

ETHIAS nv,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de vonnissen in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Luik van 26 mei en 29 september 2010.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 20 januari 2012 een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Mireille Delange heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Het onderdeel voert schending aan van artikel 29bis, § 1 en § 4, WAM 1989, maar vermeldt niet hoe het bestreden vonnis van 26 mei 2010 die bepaling zou schenden.

In zoverre is het onderdeel niet ontvankelijk.

Voor het overige vermeldt artikel 23 Gerechtelijk Wetboek dat het gezag van het rechterlijk gewijsde zich niet verder uitstrekt dan tot hetgeen het voorwerp van de beslissing heeft uitgemaakt; vereist wordt dat de gevorderde zaak dezelfde is en dat de vordering op dezelfde oorzaak berust.

Luidens artikel 25 Gerechtelijk Wetboek verhindert het gezag van het rechterlijk gewijsde dat de vordering opnieuw wordt ingesteld.

Wanneer het slachtoffer van een fout of de verzekeraar die het heeft vergoed, het herstel vordert van een welbepaalde door die fout veroorzaakte schade verhindert het gezag van gewijsde van het vonnis dat over die vordering uitspraak heeft gedaan, enkel ingeval dat vonnis een volledig herstel van de huidige en toekomstige schade van de getroffene heeft willen toekennen, dat die getroffene of zijn verzekeraar een vordering instellen die ertoe strekt een andere door die fout veroorzaakte schade te herstellen.

Het bestreden vonnis van 26 mei 2010 stelt vast de verweerster, de verzekeraar die de slachtoffers van een verkeersongeval heeft vergoed, van de eiseres, de BA verzekeraar van degene die voor het ongeval aansprakelijk is, de terugbetaling gevorderd heeft van de geneeskundige kosten die werden betaald wegens de letsels van die slachtoffers; dat het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Luik van 1 februari 2005 over die vordering uitspraak heeft gedaan; dat de verweerster vervolgens, bij een nieuwe dagvaarding, de terugbetaling van andere geneeskundige kosten heeft gevorderd van de eiseres en dat niet betwist wordt dat die vordering betrekking heeft op betalingen van geneeskundige kosten "die niet begrepen zijn in de vorderingen die het voorwerp uitmaakten" van het vonnis van 1 februari 2005.

Het bestreden vonnis van 26 mei 2010 dat oordeelt dat "de gevorderde zaak niet dezelfde is" en dat "[de verweerster] geen voorbehoud hoefde te maken om het recht te behouden op te treden voor een nog niet gevorderde schade", zodat het gezag van het rechterlijk gewijsde van het vonnis van 1 februari 2005 die nieuwe vordering niet verhindert, schendt de artikelen 23, 24 en 25 Gerechtelijk Wetboek niet.

In zoverre het onderdeel ontvankelijk is, kan het niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Het onderdeel verwijt het bestreden vonnis van 26 mei 2010 dat het kennisneemt van een vordering waarover reeds in een vorige rechtspleging een eindbeslissing is gewezen.

Die grief houdt geen verband met artikel 19, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek zodat het onderdeel niet ontvankelijk is.

Het onderdeel voert tegen het bestreden vonnis van 29 september 2010 geen aparte grief aan.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 10 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koen Mestdagh en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Schade

  • Herstel

  • Nieuwe vordering

  • Zelfde fout

  • Herstel