- Arrest van 14 februari 2012

14/02/2012 - P.11.1181.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vereffende vennootschap wordt enkel geacht voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die tegen de vennootschap in vereffening tijdig worden ingesteld, en kan geen rechtsvorderingen instellen noch de verderzetting ervan benaarstigen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1181.N

D. C. G. V.,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Walter Van Steenbrugge, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9820 Gent, Jozef Hebbelynckstraat 2, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

P. P.,

burgerlijke partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 24 mei 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 12, 14, 26, 821, 824 en 1068 Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 183 en 198 Wetboek van Vennootschappen: ingevolge de sluiting van de vereffening van de bvba Peter en de publicatie ervan op 25 mei 2005, blijft de vennootschap enkel passief voortbestaan; de verweerder kon vanaf dat ogenblik niet meer actief als eiser optreden en de vennootschap in vereffening vertegenwoordigen; het hangende geding kon niet meer worden verder gezet en de verweerder heeft afstand gedaan van zijn rechtsvordering.

2. Artikel 183 Wetboek Vennootschappen bepaalt dat een vennootschap na haar ontbinding wordt geacht voort te bestaan voor haar vereffening.

De sluiting van de vereffening van een vennootschap overeenkomstig de artikelen 194 en 195 Wetboek Vennootschappen, maakt in beginsel een einde aan het bestaan en de rechtspersoonlijkheid van die vennootschap en aan het mandaat van de vereffenaar.

Artikel 198, § 1, derde streepje, Wetboek Vennootschappen bepaalt : Door verloop van vijf jaren te rekenen van de bekendmaking voorgeschreven bij artikel 195 verjaren alle rechtsvorderingen tegen de vereffenaars als zodanig, of bij ontstentenis van vereffenaars, tegen de personen die krachtens artikel 185 als vereffenaars worden beschouwd,.

Hieruit volgt dat de vereffende vennootschap enkel geacht wordt voort te bestaan om zich te verweren tegen vorderingen die tegen de vennootschap in vereffening tijdig worden ingesteld. Hieruit volgt ook dat de vennootschap in vereffening na de sluiting van de vereffening geen rechtsvorderingen kan instellen noch de verderzetting ervan kan benaarstigen.

3. Het arrest oordeelt dat de vennootschap in vereffening nog na de sluiting van de vereffening de behandeling kan benaarstigen van het hoger beroep dat de eiser instelde tegen het vonnis dat de door de vennootschap in vereffening bij burgerlijke partijstelling ingestelde rechtsvordering ontvankelijk en gegrond verklaart.

Die beslissing is niet naar recht verantwoord.

4. Voor het overige behoeft het middel, dat niet tot een cassatie zonder verwijzing kan leiden, geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 115,70 euro waarvan 85,70 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 14 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Vereffening

  • Afsluiting

  • Voortbestaan van de vereffende vennootschap

  • Doel