- Arrest van 16 februari 2012

16/02/2012 - C.10.0309.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Indien het gemeentelijk parkeerreglement parkeerplaatsen voorbehoudt voor een bepaalde categorie van voertuigen en een andere categorie voertuigen uitsluit van het recht op die plaatsen te parkeren, kan de gemeente geen aanspraak maken op een parkeerretributie voor de voertuigen die geparkeerd staan waar dit hen op grond van dit reglement verboden is, ook al mogen andere voertuigen aldaar wel parkeren tegen retributie (1). (1) Zie Cass. 5 nov. 2010, AR C.10.0028.N, AC 2010, nr 659.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0309.N

A.G.B. GEMEENTELIJK AUTONOOM PARKEERBEDRIJF ANTWERPEN, met zetel te 2000 Antwerpen, Jordaenskaai 25,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

F.V.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in laatste aanleg van de vrederechter van het negende kanton te Antwerpen van 19 november 2009.

Raadsheer Eric Stassijns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 1 van de Wet van 22 februari 1965 waarbij aan de gemeenten wordt toegestaan parkeergeld op motorrijtuigen in te voeren, zoals gewijzigd door artikel 37 van de Wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid, bepaalt dat wanneer de gemeenteraden, overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer, reglementen inzake het parkeren vaststellen, die betrekking hebben op parkeren voor een beperkte tijd, het betalend parkeren en het parkeren dat voorbehouden is aan de bewoners, zij parkeerretributies of -belastingen kunnen instellen die van toepassing zijn op motorvoertuigen.

2. Uit deze bepaling blijkt dat de gemeenten alleen parkeerplaatsen tegen retributie ter beschikking kunnen stellen overeenkomstig de wetgeving en de reglementen op de politie van het wegverkeer.

De gemeenten kunnen geen plaatsen ter beschikking stellen waar het op grond van die wetgeving en reglementen verboden is te parkeren.

Indien het gemeentelijk parkeerreglement parkeerplaatsen voorbehoudt voor een bepaalde categorie van voertuigen en een andere categorie voertuigen uitsluit van het recht op die plaatsen te parkeren, kan de gemeente geen aanspraak maken op een parkeerretributie voor de voertuigen die geparkeerd staan waar dit hen op grond van dit reglement verboden is, ook al mogen andere voertuigen aldaar wel parkeren tegen retributie.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede middel

3. De door het eerste middel vergeefs bestreden reden dat de gemeente geen aanspraak kan maken op een parkeerretributie voor voertuigen die geparkeerd staan op een plaats waar parkeren voor dat soort voertuigen verboden is, schraagt op zich de bestreden beslissing.

4. Het middel komt op tegen een overtollig motief en kan, ook al was het gegrond, niet tot cassatie leiden.

Het middel is niet ontvankelijk wegens gebrek aan belang.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 468,05 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 16 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Retributie

  • Parkeerretributies

  • Voertuigen

  • Parkeerverbod

  • Implicaties