- Arrest van 17 februari 2012

17/02/2012 - C.10.0651.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Er kan misbruik van recht zijn onder meer wanneer het recht zonder redelijk en voldoende belang wordt uitgeoefend; dat is inzonderheid het geval wanneer de veroorzaakte schade niet in verhouding staat tot het door de houder van dat recht nagestreefde of verkregen voordeel; bij de afweging van de voorhanden zijnde belangen moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak (1). (1) Cass. 30 jan. 1992, AR 9083, AC, 1991-92, nr. 283.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.10.0651.F

AXA nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

E. M.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Luik van 22 januari 2010.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 25, 3°, b), van de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 december 1992;

- de artikelen 11, eerste lid, en 88, eerste lid, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;

- artikel 1134, eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek;

- algemeen rechtsbeginsel dat rechtsmisbruik verbiedt;

- artikel 149 van de Grondwet.

Aangevochten beslissingen

Eerst geeft het bestreden vonnis de bewoordingen weer van artikel 25, 3°, b), van de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, die is vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 december 1992, vervolgens verwerpt het, met bevestiging van het beroepen vonnis, de regresvordering van de eiseres die ertoe strekte de verweerder te doen veroordelen om haar de bedragen terug te betalen die zij had uitgekeerd na het ongeval van 1 april 2002 en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep; het baseert die beslissing op de onderstaande redenen:

"De regresvordering, die onder meer wordt geregeld bij artikel 25 van de modelpolis vindt haar grondslag in het uitgebreide stelsel van de niet-tegenwerpelijkheid van de excepties die verbonden zijn aan de rechtstreekse vordering van het slachtoffer tegen de verzekeraar en op grond waarvan laatstgenoemde vaak een prestatie zal moeten leveren die hij in zijn betrekkingen met de verzekerde zou kunnen weigeren.

Aangezien de regresvordering de tegenhanger is van de niet-tegenwerpelijkheid van de excepties aan de benadeelde derden, is zij van contractuele aard.

Bijgevolg is de regresvordering, aangezien zij het gevolg is van een verval van de contractuele dekking, onderworpen aan artikel 11 van de wet van 25 juni 1992 dat het verval doet afhangen van de voorwaarde dat de tekortkoming in verband moet staan met het ontstaan van de schade.

Het doet er niet toe dat de modelverzekeringsovereenkomst, die is vastgelegd bij koninklijk besluit van 14 december 1992, onder de contractuele fouten, een onderscheid maakt tussen die welke, omdat ze in oorzakelijk verband staan met het ongeval, leiden tot het verval, en die welke automatisch een verval zouden teweegbrengen.

Een lagere norm kan immers niet afwijken van een hogere norm.

De (eiseres) voert ten onrechte aan dat het niet om een grond van verval maar om een uitsluitingsgrond gaat.

De dekking van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen heeft immers betrekking op een welbepaald voertuig en niet op een persoon. Wanneer een voertuig bij een ongeval betrokken is, zal de aansprakelijkheid van de bestuurder dan ook in beginsel gedekt zijn. Pas als de bestuurder niet beantwoordt aan sommige van de hem opgelegde verplichtingen, zal de verzekerde, de bestuurder, zijn recht op dekking verliezen.

(...) Uit de strafrechtelijke beslissing (van 21 juni 2004) volgt dat de onderstaande feiten bewezen zijn en voortvloeien uit de door de strafrechter onderzochte stukken:

- (de verweerder) reed sneller dan toegelaten is; terwijl er een snelheidsbeperking van 50 km/u gold, geeft hij toe dat hij tussen 70 tot 75 km/u reed,

- de bestuurders konden elkaar vanop een afstand van 75 meter zien,

- de bestuurder A., die voorrang moest verlenen, is het kruispunt opgereden toen het door (de verweerder) bestuurde voertuig zich op een afstand van 62,5 meter bevond,

- op het ogenblik van het ongeval was (de verweerder) reeds geslaagd voor het theoretisch en praktisch rijexamen, maar hij had niet tijdig de nodige stappen ondernomen om in het bezit te komen van het rijbewijs waarop hij recht had.

Uit die gegevens volgt dat het ongeval te wijten is aan het feit dat bestuurder A. weigerde voorrang te verlenen en dat laatstgenoemde (de verweerder), ondanks diens overdreven snelheid, toch heeft moeten zien voordat die het kruispunt overstak.

(De verweerder) heeft geen enkele rijfout begaan die het ongeval zou hebben veroorzaakt; het feit dat hij te snel reed, heeft enkel de gevolgen van het ongeval verergerd.

Uit de toedracht van het ongeval blijkt dat het precies op dezelfde wijze zou zijn gebeurd indien (de verweerder) op administratief vlak minder slordig was geweest.

Bijgevolg staat het feit dat (de verweerder) geen rijbewijs bezat niet in oorzakelijk verband met het ongeval zoals het zich heeft voorgedaan en, bijgevolg, moet de regresvordering van (de eiseres) worden afgewezen.

Ten overvloede, in de onderstelling, quod non, dat het op artikel 25, 3°, van de modelovereenkomst gegronde regres automatisch zou zijn, zou het aanvoeren van dat recht in het licht van de omstandigheden van de zaak rechtsmisbruik opleveren.

De tekortkoming (van de verweerder) heeft immers louter betrekking op een formaliteit, aangezien vast staat dat hij aan alle voorwaarden voldeed om, zonder enige beperking, de afgifte van zijn rijbewijs te verkrijgen.

De (eiseres) die zich enkel beroept op het administratieve verzuim van haar verzekerde om de nagenoeg volledige terugbetaling van haar uitgaven te krijgen, wil hiermee een buitensporig profijt halen omdat haar dekking ten gunste van de benadeelde derden beperkt is tot het risico zelf, dat niet verzwaard is door haar wettelijke contractuele verplichting".

Grieven

(...)

Derde onderdeel

De rechter mag niet beslissen dat het aanvoeren van een wettelijke of verordenende bepaling, of van een contractueel beding rechtsmisbruik oplevert wanneer de beslissing tot gevolg heeft dat die bepaling of clausule haar uitwerking verliest. Artikel 25, 3°, b), van de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, vastgesteld bij koninklijk besluit van 14 december 1992, waarop de eiseres haar rechtsvordering baseerde, bepaalt niet dat de verzekeraar het bewijs moet leveren van het bestaan van een oorzakelijk verband tussen het ongeval en het niet naleven van de in de Belgische wet en reglementen opgelegde voorwaarden om een voertuig te besturen, en evenmin dat hij de ernst van die tekortkoming moet bewijzen.

Het bestreden vonnis oordeelt, "ten overvloede", dat "het aanvoeren van dat recht (op een regresvordering) in het licht van de omstandigheden van de zaak rechtsmisbruik zou opleveren" daar "de tekortkoming (van de verweerder) (...) louter betrekking (heeft) op een formaliteit, aangezien vast staat dat hij aan alle voorwaarden voldeed om, zonder enige beperking, de afgifte van zijn rijbewijs te verkrijgen", en verwijt de eiseres dat zij zich "enkel beroept op het administratieve verzuim van haar verzekerde om de nagenoeg volledige terugbetaling van haar uitgaven te krijgen", en aldus uit die tekortkoming "een buitensporig profijt" haalt.

Het bestreden vonnis dat aldus beslist, in de feitelijke omstandigheden die het vermeldt, dat het verzuim, zoals dat van de verweerder, niet volstaat opdat de regresvordering gegrond zou zijn, voegt aan de clausule van de modelovereenkomst waarvan het toepassing maakt, een voorwaarde toe die zij niet bevat, aangezien zij uitsluitend de vaststelling vereist van een overtreding die erin bestaat, op het ogenblik van het schadegeval, een rijtuig te besturen zonder te voldoen aan de voorwaarden van de Belgische wet en reglementen, onder meer door niet in het bezit van een rijbewijs te zijn. Het doet er niet toe dat de bewuste bestuurder "aan alle voorwaarden voldeed om, zonder enige beperking, de afgifte van (dat document) te verkrijgen", wanneer wordt vastgesteld dat hij het op de dag van het ongeval niet bezat en hij trouwens daarvoor strafrechtelijk werd veroordeeld en het doet er evenmin toe of het voor hem, in dat geval, gaat om "een louter formele tekortkoming" dan wel om "een administratief verzuim".

Het bestreden vonnis dat zijn beslissing niet naar recht verantwoordt in het licht van de voornoemde clausule, heeft bijgevolg uit de gegevens die het vaststelt niet kunnen afleiden dat de eiseres misbruik heeft gemaakt van haar recht om die clausule aan te voeren en het verantwoordt derhalve niet naar recht zijn beslissing om de door haar ingestelde regresvordering te verwerpen (schending van artikel 25, 3°, b) van de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, vastgesteld bij het koninklijk besluit van 14 december 1992, en, bijgevolg, van artikel 1134, eerste en derde lid, van het Burgerlijk Wetboek en miskenning van het algemeen rechtsbeginsel dat misbruik van recht verbiedt).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Derde onderdeel

Het bestreden vonnis overweegt "dat, ondersteld [...] dat het op artikel 25, 3°, van de modelovereenkomst gegronde regres automatisch zou zijn, het aanvoeren van dat recht in het licht van de omstandigheden van de zaak rechtsmisbruik zou opleveren. [Verweerders] tekortkoming heeft immers louter betrekking op een formaliteit, aangezien vast staat dat hij aan alle voorwaarden voldeed om zonder enige beperking de afgifte van zijn rijbewijs te verkrijgen".

Met die redenen voegt het bestreden vonnis aan artikel 25, 3°, b), geen voorwaarde toe die het artikel niet bevat, maar overweegt het dat, gelet op de toedracht van de zaak, de verzekeraar een misbruik van recht begaat door het in die clausule van de modelovereenkomst bedoelde verhaalsrecht uit te oefenen.

In zoverre het onderdeel staande houdt dat het bestreden vonnis aan de clausule van de modelovereenkomst waarvan het toepassing maakt, een voorwaarde toevoegt die er niet in voorkomt, mist het feitelijke grondslag.

Bovendien kan er misbruik van recht zijn onder meer wanneer het recht zonder redelijk en voldoende belang wordt uitgeoefend; dat is inzonderheid het geval wanneer de veroorzaakte schade niet in verhouding staat tot het door de houder van dat recht nagestreefde of verkregen voordeel; bij de afweging van de voorhanden zijnde belangen moet de rechter rekening houden met alle omstandigheden van de zaak.

Eerst vermeldden de appelrechters dat de tekortkoming van de verweerder bij het litigieuze ongeval louter betrekking op een formaliteit had, aangezien hij aan alle voorwaarden voldeed om de afgifte van een rijbewijs te verkrijgen en vervolgens beslisten zij dat "de [eiseres] die zich enkel beroept op het administratieve verzuim van haar verzekerde om de nagenoeg volledige terugbetaling van haar uitgaven te krijgen, [...] hiermee een buitensporig profijt [wil] halen omdat haar dekking ten gunste van de benadeelde derden beperkt is tot het risico zelf, dat niet verzwaard is door haar wettelijke [en] contractuele verplichting".

Uit die vermeldingen hebben de appelrechters naar recht kunnen afleiden dat de regresvordering die de eiseres op grond van artikel 25, 3°, b), van de modelovereenkomst tegen de verweerder heeft ingesteld, rechtsmisbruik oplevert.

In zoverre kan het onderdeel niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, raadsheer Didier Batselé, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Mireille Delange en Lichel Lemal, en in openbare terechtzitting van 17 februari 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden