- Arrest van 20 februari 2012

20/02/2012 - S.10.0103.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De hoofdappellant die de hoedanigheid van gedaagde in hoger beroep verkrijgt zodra er tegen hem incidenteel beroep wordt ingesteld, kan op zijn beurt slechts incidenteel beroep instellen tegen de beschikkingen van het beroepen vonnis waartegen zijn hoofdberoep niet gericht was (1). (1) Zie Cass. 20 feb. 2012, Pas. 2012, nr. ... .

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.10.0103.F

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKE-RING, openbare instelling,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

LABORATOIRE MÉDICAL D'INVESTIGATION CLINIQUE,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de arresten van het arbeidshof te Luik van 30 juni 2009 en 15 juni 2010, op verwijzing gewezen ten gevolge van het arrest van het Hof van 14 februari 2005.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert twee middelen aan in het cassatieverzoekschrift, waarvan een eens-luidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

De door het openbaar ministerie tegen het cassatieberoep overeenkomstig ar-tikel 1097 van het Gerechtelijk Wetboek opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: de eiser voert geen enkel middel aan tegen het bestreden arrest van 30 juni 2009.

De eiser voert geen enkele grief aan tegen dat arrest.

De grond van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

De rest van het cassatieberoep

Eerste middel

Eerste onderdeel

De hoofdappellant die de hoedanigheid van gedaagde in hoger beroep verkrijgt zodra er tegen hem incidenteel beroep wordt ingesteld, kan op zijn beurt slechts incidenteel beroep instellen tegen de beschikkingen van het beroepen vonnis waartegen zijn hoofdberoep niet gericht was.

Het bestreden arrest van 19 juni 2010 dat, zonder te worden bekritiseerd, vaststelt dat de eiser hoofdberoep heeft ingesteld tegen alle beschikkingen van het beroe-pen vonnis van 11 juni 2001, beslist naar recht dat de eiser geen incidenteel beroep meer kan instellen.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Alain Si-mon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 20 februari 2012 uit-gesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Chantal Van-denput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Incidenteel beroep van hoofdappellant in de hoedanigheid van gedaagde in hoger beroep op incidenteel beroep van hoofdgedaagde

  • Subincidenteel beroep

  • Beroepen vonnis

  • Draagwijdte