- Arrest van 22 februari 2012

22/02/2012 - P.11.1784.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De beklaagde heeft het recht om vrij te kiezen op welke wijze hij zijn onschuld voor de appelrechter wil aantonen, toch kan die rechter een uitlating uitsluiten die strijdig is bevonden met de waardigheid van het debat of onverenigbaar met de aan de eerste rechter verschuldigde eerbied, aangezien die uitsluiting geen sanctie oplegt voor de weigering van de eiser om schuld te bekennen en noch de schuldigverklaring noch de keuze van de straf grondt (1). (1) Zie Cass. 11 juni 2008, AR P.08.0353.F, AC 2008, nr. 363.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1784.F

I. A. B.,

II. A. B.,

Mrs. Sandra Berbuto, advocaat bij de balie te Luik, en Chantal Moreau, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

1. A. D.,

2. L. G.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Luik van 24 november 2009, en tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 10 oktober 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

B. Cassatieberoep tegen het veroordelend arrest

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de strafvordering die tegen de eiser is ingesteld wegens aanrandingen van de eerbaarheid met geweld of bedreiging, van een minderjarige beneden de leeftijd van zestien jaar, met de omstandigheid dat de schuldige tot degenen behoort die over het slachtoffer gezag hebben (telastlegging B.2).

Eerste middel

In het antwoord op de conclusie van de eiser vermeldt het arrest met name dat het erg ongepast en schandalig is te beweren dat de eerste rechter, om de telastlegging bewezen te verklaren, gepoogd zou hebben daar allerlei redenen voor te zoeken of te bedenken.

De eiser voert aan dat het hof van beroep hem, door zoiets te zeggen, het recht heeft ontzegd om zijn verdediging naar eigen inzicht voor te bereiden.

De vermelding waarop het middel kritiek uitoefent, beperkt zich tot de uitsluiting van een uitlating die strijdig is bevonden met de waardigheid van het debat of onverenigbaar met de aan de rechtbank verschuldigde eerbied. Die vermelding legt geen straf op voor de weigering van de eiser om schuld te bekennen en grondt noch de schuldigverklaring noch de keuze van de straf.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

De eiser voert de miskenning aan van het vermoeden van onschuld en van het recht van verdediging. Het arrest wordt verweten dat het de kwetsende woorden vermeldt die de eiser, volgens de appelrechters, gericht heeft tot iemand wiens klacht alleen geleid heeft tot een buitenvervolgingstelling.

Het dossier van de voormelde klacht, waarover een gerechtelijk onderzoek is gevoerd in het kader van dezelfde rechtspleging, maakt deel uit van de stukken waarover de partijen tegenspraak hebben gevoerd. Op zich kan het onderzoek van de inhoud van die stukken bijgevolg het recht van verdediging niet schenden.

De buitenvervolgingstelling voor een ten laste gelegd feit heeft niet tot gevolg dat de bodemrechters het recht wordt ontzegd om kennis te nemen van het volledige hen voorgelegde dossier en daar de gegevens in verband met de feiten of de persoonlijkheid uit te halen die kunnen dienen voor de uitspraak over de telastleggingen waarop de verwijzing betrekking heeft.

De vaststelling dat de eiser zich ten aanzien van het slachtoffer van de aan het vonnisgerecht voorgelegde feiten in gelijkaardige zin heeft uitgelaten als ten aanzien van de persoon aan wiens klacht geen gevolg is gegeven, miskent het vermoeden van onschuld niet.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare rechtszitting van 22 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique

Kosynsky.

Vrije woorden

  • Beklaagde

  • Uitlatingen t.a.v. de eerste rechter

  • Appelrechter

  • Uitsluiting