- Arrest van 23 februari 2012

23/02/2012 - C.11.0459.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De vennootschap is gerechtigd om schadevergoeding te vorderen van een derde door wiens fout het vennootschapsvermogen werd aangetast; voor deze schade aan het vennootschapsvermogen komt aan de aandeelhouders geen zelfstandig vorderingsrecht toe (1). (1) Zie Cass. 4 feb. 2011, AR C.09.0420.N, AC 2011, nr. 103.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0459.N

1. F.L.,

2. T.H.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

KBC BANK nv, met zetel te 1080 Brussel, Havenlaan 2,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 20 juli 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

1. Het is niet tegenstrijdig te oordelen enerzijds dat de vennootschap Flih schade heeft geleden als aandeelhouder door het faillissement van de nv Coulier en anderzijds dat er voor deze schade geen aansprakelijkheidsvordering kan worden ingesteld.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

2. Anders dan waarvan het onderdeel uitgaat, oordelen de appelrechters niet dat de vennootschap Flih waarvan zij aannemen dat deze schade heeft geleden, beschikt over een schuldvordering tot vergoeding van de schade.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Tweede middel

Vierde en zesde onderdeel

3. De vennootschap is gerechtigd om schadevergoeding te vorderen van een derde door wiens fout het vennootschapsvermogen werd aangetast. Voor deze schade aan het vennootschapsvermogen komt aan de aandeelhouders geen zelfstandig vorderingsrecht toe.

De onderdelen die van een andere rechtsopvatting uitgaan, falen naar recht.

Eerste, tweede, derde en vijfde onderdeel

4. Gelet op het antwoord op het vierde en zesde onderdeel, kunnen de onderdelen niet tot cassatie leiden en zijn zij bijgevolg niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 663,27 euro en voor de verweerster op 175,27 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric

Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Fout van een derde

  • Aantasting van het vennootschapsvermogen

  • Vordering tot schadevergoeding

  • Vorderingsrecht

  • Aandeelhouders