- Arrest van 23 februari 2012

23/02/2012 - C.11.0259.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Vandewal.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0259.N

M. V.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. M. C.,

2. K. C.,

3. L. C.,

4. B. N.,

5. BUCKINGHAM INVEST nv, met zetel te 2800 Mechelen, Leopoldstraat 29, vertegenwoordigd door haar voorlopige bewindvoerder mr. Etienne De Ridder, met kantoor te 2800 Mechelen, Leopoldstraat 64,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 9 maart 2004.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 30 december 2011 een conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Luidens artikel 17 Gerechtelijk Wetboek kan de rechtsvordering niet worden aangenomen indien de eiser geen hoedanigheid en geen belang heeft om ze in te dienen.

De procespartij die beweert houder te zijn van een subjectief recht, heeft, ook al wordt dat recht betwist, het vereiste belang opdat zijn vordering ontvankelijk kan worden verklaard.

Het onderzoek van het bestaan en de omvang van het subjectief recht dat die partij aanvoert, houdt geen verband met de ontvankelijkheid maar met de gegrondheid van de vordering.

2. Uit de redenen van het arrest die in het middel zijn weergegeven, blijkt dat het hof van beroep het subjectief recht waarop de eiser zijn vordering steunt, als "onbestaande" beschouwt.

3. Door op die grond de rechtsvordering van de eiser wegens gebrek aan belang niet-toelaatbaar te verklaren, schendt het arrest artikel 17 Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum,

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 23 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric

Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Ontvankelijkheid

  • Hoedanigheid en belang

  • Procespartij

  • Subjectief recht

  • Onderzoek

  • Aard