- Arrest van 28 februari 2012

28/02/2012 - P.11.0925.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De partijen bij de boedelbeschrijving hebben de verplichting elk goed aan te geven waarvan het bestaan een invloed zou kunnen hebben op de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen; geen wetsbepaling voorziet erin dat geen aangifte moet worden gedaan van goederen waarvan andere bij de boedelbeschrijving betrokken personen reeds op de hoogte zijn (1). (1) Cass. 6 sept. 2005, AR P.05.0406.N (onuitgegeven).

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.0925.N

E V,

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman mr. Sigfried Sergeant, advocaat bij de balie te Brugge,

tegen

Y A L D,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 11 april 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 226 Strafwetboek en de artikelen 1158, 8°, en 1183, 11°, Gerechtelijk Wetboek: de appelrechters stellen dat het verzwijgen van verdachte geldverrichtingen of van het bestaan van een rekening slechts aanleiding kan geven tot een valse eed bij boedelbeschrijving in zoverre het bestaan van die gegevens onbekend zou kunnen blijven; aldus voegen zij een voorwaarde toe aan artikel 226 Strafwetboek; zij oordelen overigens ten onrechte dat de eiseres over alle informatie omtrent die rekeningen zou beschikken.

2. De boedelbeschrijving, zoals bedoeld in de artikelen 1175 en 1183 Gerechtelijk Wetboek, heeft tot doel de omvang van een nalatenschap, een gemeenschap of onverdeeldheid vast te stellen en vormt aldus de basis voor een latere verdeling.

De partijen bij de boedelbeschrijving hebben de verplichting elk goed aan te geven waarvan het bestaan een invloed zou kunnen hebben op de samenstelling van het gemeenschappelijk vermogen.

Geen wetsbepaling voorziet erin dat geen aangifte moet worden gedaan van goederen waarvan andere bij de boedelbeschrijving betrokken personen reeds op de hoogte zijn.

3. De appelrechters stellen vast dat de verweerder bepaalde transacties en een Nederlandse postbankrekening niet heeft vermeld ter gelegenheid van de boedelbeschrijving. Zij oordelen vervolgens dat hij niet schuldig is aan valse eed bij boedelbeschrijving omdat het niet-vermelden door de verweerder van die gegevens ter gelegenheid van de boedelbeschrijving niet tot gevolg zou hebben dat zij onbekend zouden blijven of buiten de verdeling zouden kunnen blijven, "nu [de eiseres] zonder meer kennis had van het bestaan van deze gegevens".

Aldus verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

4. De overige grieven behoeven geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres tegen de verweerder.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerder in de kosten.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 117,62 euro waarvan 87,62 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 28 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Boedelbeschrijving

  • Verplichtingen van partijen

  • Aangifte goederen waarvan andere partijen op de hoogte zijn