- Arrest van 28 februari 2012

28/02/2012 - P.11.1802.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Het recht op een eerlijk proces gewaarborgd bij artikel 6.1 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof van de Rechten van de Mens, vereist slechts dat aan een verdachte bijstand van een advocaat bij zijn verhoor wordt verleend, wanneer hij zich in een kwetsbare positie bevindt of aan die kwetsbare positie niet wordt geremedieerd door maatregelen die ten volle zijn recht van verdediging waarborgen.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1802.N

A S,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Joris Van Cauter, advocaat bij de balie te Gent.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 27 september 2011.

De eiser voert in een memorie, die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 en 6.3.e EVRM en artikel 14.3.d IVBPR alsmede miskenning van de algemene rechtsbeginselen van het recht van verdediging en het recht op een eerlijk proces: het arrest oordeelt ten onrechte dat eisers verklaringen afgelegd tijdens het onderzoek, niet onontvankelijk zijn of niet dienen te worden uitgesloten; deze verklaringen werden afgelegd zonder de bijstand van een advocaat toen de eiser van zijn vrijheid beroofd was en zich bijgevolg in een kwetsbare positie bevond, en zonder dat hij gewezen werd op zijn zwijgrecht.

2. Het recht op een eerlijk proces gewaarborgd bij artikel 6.1 EVRM, zoals uitgelegd door het Europees Hof van de Rechten van de Mens, vereist slechts dat aan een verdachte bijstand van een advocaat bij zijn verhoor wordt verleend, wanneer hij zich in een kwetsbare positie bevindt of aan die kwetsbare positie niet wordt geremedieerd door maatregelen die ten volle zijn recht van verdediging waarborgen.

3. De enkele omstandigheid dat een verdachte tijdens zijn verhoor tijdelijk van zijn vrijheid is beroofd voor feiten die in beginsel aanleiding kunnen geven tot een aanhoudingsbevel en niet gewezen werd op zijn zwijgrecht, heeft niet noodzakelijk voor gevolg dat hij zich in een kwetsbare positie bevindt en dat zijn recht van verdediging en zijn recht op een eerlijk proces onherstelbaar zijn aangetast.

Een kwetsbare positie van de verdachte valt niet af te leiden uit het feit dat hij enkel voor verhoor van zijn vrijheid is beroofd omdat hij, na vruchteloze pogingen tot het beleggen van een afspraak, door de onderzoekers werd geïnterpelleerd.

Wanneer de verdachte reeds vóór zijn verhoor op de hoogte was van de hem verweten feiten, wist dat de overheid hem daarover wou horen en bijgevolg de gelegenheid had om een raadsman daarover te raadplegen, kon hij zijn verhoor met het oog op zijn verdediging ten volle voorbereiden zodat dit verhoor niet als ontoelaatbaar dient te worden uitgesloten en zijn recht op een eerlijk proces niet is aangetast. Daarenboven komt dat recht niet in het gedrang wanneer dat verhoor niet als doorslaggevend bewijs gebruikt wordt.

4. Het arrest oordeelt dat:

- de politie Gent op 18 september 2008 uit politionele informatie verneemt dat er in het pand aan de Wondelgemstraat 190 te Gent personen verblijven die zich in een onwettige administratieve toestand bevinden en waarbij de eiser misbruik zou maken van hun kwetsbare positie door kamers te verhuren die niet voldoen aan de minimale kwaliteitsvereisten;

- op 15 december 2008 een huiszoeking wordt uitgevoerd;

- de onderzoekers tot driemaal toe de eiser vruchteloos contacteren om een afspraak te beleggen;

- tijdens deze contacten de eiser op de hoogte gebracht werd van de reden van zijn verhoor;

- de eiser de gelegenheid gehad heeft om voorafgaandelijk aan zijn interpellatie en verhoor een advocaat te raadplegen;

- de eiser uiteindelijk op 3 februari 2009 wordt aangetroffen en gearresteerd, waarna hij dezelfde dag wordt gehoord;

- de onderzoeksrechter de opdracht geeft de eiser na zijn verhoor te laten beschikken.

Verder laat het arrest eisers schuldigverklaring met eigen redenen en met overname van de redenen van het beroepen vonnis steunen op andere bewijselementen dan zijn verhoor van 3 februari 2009, meer bepaald de verklaringen van getuigen, de vaststellingen naar aanleiding van de huiszoeking en de vaststellingen van de wooninspectie.

5. Op grond van het geheel van die redenen oordeelt het arrest naar recht dat de eiser zich niet in een kwetsbare positie bevond en dat zijn recht van verdediging en recht op een eerlijk proces geenszins zijn miskend.

Het onderdeel kan niet aangenomen worden.

Tweede onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt, enerzijds, dat de schuldigverklaring van de eiser gesteund is op andere bewijselementen dan zijn verklaringen afgelegd zonder de bijstand van een advocaat, anderzijds, dat zijn betwisting voor de appelrechters niet ernstig overkomt gelet op een verklaring afgelegd tijdens het onderzoek op 23 februari 2009; aldus is het arrest tegenstrijdig gemotiveerd.

7. Het arrest oordeelt dat eisers schuldigverklaring gesteund is op andere bewijsgegevens dan deze vervat in zijn verhoor van 3 februari 2009 afgelegd zonder bijstand van een advocaat. Het is bijgevolg niet strijdig met die reden te oordelen dat de eiser geen enkele opmerking formuleerde toen hij op 23 februari 2009 geconfronteerd was met de vaststellingen van de wooninspecteur.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 94,75 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 28 februari 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Onderzoek in strafzaken

  • Verdrag Rechten van de Mens

  • Artikel 6.1

  • Recht op een eerlijk proces

  • Recht op bijstand van advocaat

  • Interpretatie Europees Hof voor de Rechten van de Mens

  • Draagwijdte

  • Beperking