- Arrest van 5 maart 2012

05/03/2012 - C.11.0107.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een wet is van openbare orde wanneer zij de wezenlijke belangen van de Staat of van de gemeenschap betreft of, in het privaatrecht, de juridische grondslagen vastlegt waarop de economische of morele orde van de samenleving berust (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0107.F

1. R. T.,

2. I. F.,

3. P. T.,

4. K. T.

5. C. V.

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het hof van cassatie,

tegen

KBC BANK nv,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 oktober 2010.

De zaak is bij beschikking van 13 februari 2012 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft op 20 februari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd op de griffie.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren in hun verzoekschrift drie middelen aan, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Een wet is van openbare orde wanneer zij de wezenlijke belangen van de Staat of van de gemeenschap betreft of, in het privaatrecht, de juridische grondslagen vastlegt waarop de economische of morele orde van de samenleving berust.

Luidens artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 10 van 15 oktober 1934 betreffende de termijnhandel in de ter beurs genoteerde effecten, zoals het te dezen van toepassing is, is degene die order geeft om ter beurs genoteerde effecten op termijn in te kopen of te verkopen, verplicht bij wijze van pand, aan de wisselagent of aan de bankier, die van hem last ontvangt het order uit te voeren of te doen uitvoeren, een dekking te leveren overeenkomstig het bepaalde bij artikel 2.

Artikel 4 van dat koninklijk besluit bepaalt dat, indien de ordergever, die van de uitvoering dadelijk kennis kreeg, de dekking niet levert binnen de voorgeschreven termijn, de lasthebber dezelfde hoeveelheid van de door hem op order verkochte of ingekochte effecten ter beurs moet doen terugkopen of opnieuw verkopen.

Luidens artikel 6, eerste lid, is tot het instellen van een rechtsvordering niet toegelaten de lasthebber die van de ordergever de wettelijke dekking niet heeft geëist of die zich niet heeft gedragen naar de bepalingen van artikel 4.

Die grond van niet-ontvankelijkheid, die wordt opgelegd om de privébelangen van de ordergever te vrijwaren, is niet van openbare orde.

Hieruit volgt dat die grond alleen door de ordergever kan worden opgeworpen en dat hij door hem kan worden gedekt.

Het onderdeel, dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Alain Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 5 maart 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden