- Arrest van 6 maart 2012

06/03/2012 - P.11.1238.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het college van burgemeester en schepenen is in de regel bevoegd te beslissen om namens de gemeente in rechte op te treden en de gemeenteraad kan beslissen om die bevoegdheid in plaats van het college uit te oefenen; wanneer een of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen betrokken zijn, beslist enkel de gemeenteraad of hij al dan niet namens de gemeente zal optreden; artikel 193, tweede lid, Gemeentedecreet, noch een andere bepaling, vereisen dat een lid of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen reeds effectief partij zouden zijn in een gestarte rechtszaak opdat een lid of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen zouden 'betrokken' zijn in de zin van artikel 193, tweede lid, Gemeentedecreet (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1238.N

GEMEENTE KAPELLE-OP-DEN-BOS, vertegenwoordigd door haar college van burgemeester en schepenen, met kantoren gevestigd te 1880 Kapelle-op-den-Bos, Marktplein 29,

burgerlijke partij,

eiseres,

met als raadsman Mr. Bert Beelen, advocaat bij de balie te Leuven,

tegen

A. V. R.,

inverdenkinggestelde,

verweerder,

met als raadsman Mr. Peter Luypaers en Mr. Hans-Kristof Careme, advocaten bij de balie te Leuven.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling van 9 juni 2011.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft op 20 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 193 en 43, § 2, 17°, van het Gemeentedecreet van 15 juli 2005 (hierna: Gemeentedecreet): het arrest oordeelt ten onrechte dat de strafvordering niet ontvankelijk is op grond dat het college van burgemeester en schepenen niet kon beslissen een klacht met burgerlijke partijstelling in te dienen daar de van valsheid betichte notulen ondertekend werden zowel door de burgemeester namens het college als door de gemeentesecretaris zodat meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen betrokken zijn; opdat een lid van het college als "betrokken" kan beschouwd worden in de zin van artikel 193, tweede lid, Gemeentedecreet, moet er op het moment van de betreffende beslissing reeds een rechtszaak gestart zijn waarbij een of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen effectief partij zijn, hetgeen hier niet het geval is.

2. Artikel 43, § 1 en § 2, 17°, Gemeentedecreet bepaalt:

"§ 1. Behoudens bij de uitdrukkelijke toewijzing van een bevoegdheid in de zin van artikel 2, tweede lid, aan de gemeenteraad, kan de gemeenteraad bij reglement bepaalde bevoegdheden toevertrouwen aan het college van burgemeester en schepenen.

§ 2. De volgende bevoegdheden kunnen niet aan het college van burgemeester en schepenen worden toevertrouwd:

[...]

17° het beslissen tot het optreden in rechte, overeenkomstig artikel 193, tweede lid."

Artikel 57, § 2 en § 3, 9°, Gemeentedecreet bepaalt:

"§ 2. Het college oefent de bevoegdheden uit die eraan zijn toevertrouwd overeenkomstig artikel 43, § 1, of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen.

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd voor:

[...]

9° het vertegenwoordigen van de gemeente in rechte ingevolge artikel 193, behoudens in de gevallen, vermeld in artikel 193, tweede lid."

Artikel 193 Gemeentedecreet bepaalt:

"Het college van burgemeester en schepenen beslist tot het optreden in rechte namens de gemeente.

De gemeenteraad kan echter beslissen om deze bevoegdheid in de plaats van het college uit te oefenen. In de gevallen waarin een of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen betrokken zijn, beslist de gemeenteraad."

6. Uit deze bepalingen volgt dat het college van burgemeester en schepenen in de regel bevoegd is te beslissen om namens de gemeente in rechte op te treden en dat de gemeenteraad kan beslissen om die bevoegdheid in plaats van het college uit te oefenen.

Daarentegen, wanneer een of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen betrokken zijn, beslist enkel de gemeenteraad of hij al dan niet namens de gemeente zal optreden.

7. Artikel 193, tweede lid, Gemeentedecreet, noch een andere bepaling, vereisen dat een lid of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen reeds effectief partij zouden zijn in een gestarte rechtszaak opdat een lid of meerdere leden van het college van burgemeester en schepenen zouden "betrokken" zijn in de zin van artikel 193, tweede lid, Gemeentedecreet.

Het middel, dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten op 60,39 euro waarvan 30,39 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 6 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Gemeente

  • Geval waarin een lid van het college van burgemeester en schepenen betrokken is