- Arrest van 6 maart 2012

06/03/2012 - P.11.1374.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procédé; digitale verspreiding vormt een dergelijk gelijkaardig procédé (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1374.N

F. D. S.,

burgerlijke partij,

eiser,

met als raadsman mr. Bert Van Praet, advocaat bij de balie te Dendermonde,

tegen

M. E.,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, correctionele kamer, van 14 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft op 13 februari 2012 een schriftelijke conclusie ter griffie neergelegd.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 25 en 150 Grondwet, de artikelen 162, 162bis, 182, 184, 185, §1, 189, 190, 191, 194, 211, 212, 226 en 227 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 3, 25, 38, 40, 41, 44, 45, 443 en 444 Strafwetboek: de appelrechters oordelen onterecht dat de verspreiding van een strafbare meningsuiting langs digitale weg ook een drukpersmisdrijf kan opleveren.

2. Het drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé. Digitale verspreiding vormt een dergelijk gelijkaardig procedé.

3. Het onderdeel dat ervan uitgaat dat enkel vermenigvuldiging en verspreiding van een strafbare meningsuiting door een drukpers een drukpersmisdrijf kan opleveren, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

4. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 25 en 150 Grondwet, de artikelen 162, 162bis, 182, 184, 185, §1, 189, 190, 191, 194, 211, 212, 226 en 227 Wetboek van Strafvordering en de artikelen 3, 25, 38, 40, 41, 44, 45, 443 en 444 Strafwetboek: het arrest oordeelt dat elke mening, zelfs in de vorm van simpele beledigingen, als constitutief bestanddeel voor het misdrijf van drukpers kan aangezien worden; met het begrip drukpersmisdrijf worden geen louter interpersoonlijke conflicten of discussies, die volledig losstaan van het maatschappelijk debat en geen enkele journalistieke relevantie hebben voor de ontwikkeling van een pluralistische samenleving bedoeld.

5. De door het drukpersmisdrijf vereiste strafbare meningsuiting in de betekenis die de Grondwet aan die uitdrukking hecht, is elke mening of opinie. Niet noodzakelijk is dat deze mening enige maatschappelijke relevantie of gewicht heeft.

Het onderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Derde onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en miskenning van het beschikkingsbeginsel, van het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging en van de motiveringsplicht: het arrest oordeelt dat de inhoud van het gepubliceerde niet is terug te brengen tot hetgeen onderzocht werd naar aanleiding van de klacht met burgerlijke partijstelling van de verweerder bij de onderzoeksrechter, dat zich wel in de interpersoonlijke sfeer tussen de verweerder en de eerste burgerlijke partij bevond; deze redenering is een afzonderlijk middel, dat niet werd aangevoerd door de partijen en waaromtrent de partijen geen standpunt hebben ingenomen.

7. De in het onderdeel aangevoerde "redenering" is niet ambtshalve aangevoerd door het arrest maar is een antwoord op het verweer van de eiser.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Bepaalt de kosten op 85,47 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Alain Bloch en Peter Hoet, en op de openbare rechtszitting van 6 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Drukpersmisdrijf

  • Begrip

  • Toepassing

  • Strafbare meningsuiting middels digitale verspreiding