- Arrest van 8 maart 2012

08/03/2012 - C.11.0779.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Onverminderd de mogelijkheid geboden door artikel 1089 Gerechtelijk Wetboek, kan de procureur-generaal bij het hof van beroep tegen de beschikking gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig artikel 88, §2, Gerechtelijk Wetboek, een schorsend cassatieberoep instellen wanneer hij van oordeel is dat de regels inzake de verdeling van de burgerlijke zaken onder de afdelingen, kamers of rechters van eenzelfde rechtbank van eerste aanleg werden geschonden; het middel dat niet aanvoert dat verdelingsregels werden geschonden, is niet ontvankelijk (1). (1) Zie de concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0779.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE GENT,

eiser in cassatie,

in de zaak van

R. E.,

eiseres op verzet,

met als raadsman mr. Sophie Beuselinck, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9070 Destelbergen, Eenbeekstraat 66, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. F.D. N.,

verweerder op verzet,

met als raadsman mr. Edward Daneels, advocaat bij de balie te Gent, met kantoor te 9040 Sint-Amandsberg, Maalderijstraat 2-4, waar de verweerder woonplaats kiest,

2. CITIBANK BELGIUM nv, met zetel te 1050 Elsene, Generaal Jacqueslaan 263 G,

verweerder op verzet.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beschikking van 7 december 2011 gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Gent overeenkomstig artikel 88, § 2, Gerechtelijk Wetboek.

Een afschrift van het verzoekschrift werd op 3 januari 2012 overeenkomstig de artikelen 88, § 2, en 642, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bij gerechtsbrief verzonden aan de rechter voor wie de zaak aanhangig is en aan de partijen.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 8 februari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste en tweede middel samen

1. Artikel 88, § 2, Gerechtelijk Wetboek bepaalt:

"Incidenten in verband met de verdeling van de burgerlijke zaken onder de afdelingen, kamers of rechters van een zelfde rechtbank van eerste aanleg worden op de volgende manier geregeld:

Indien een zodanig incident vóór ieder ander middel door een van de partijen of bij de opening van de debatten ambtshalve wordt uitgelokt, legt de afdeling, de kamer of de rechter het dossier voor aan de voorzitter van de rechtbank, die oordeelt of de zaak anders moet worden toegewezen. De griffier geeft kennis ervan aan de partijen, die over een termijn van acht dagen beschikken om een memorie in te dienen. De procureur des Konings gehoord, doet de voorzitter, binnen acht dagen, uitspraak bij beschikking. Tegen deze beschikking staat, buiten de voorziening van de procureur-generaal bij het hof van beroep, voor het Hof van Cassatie binnen de termijnen en volgens de regels zoals bepaald in artikel 642, tweede en derde lid, geen middel open. De griffier van het Hof zendt een afschrift van het arrest van het Hof van Cassatie aan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg en aan de partijen.

De beslissing bindt de rechter naar wie de vordering wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de rechtsgrond van de zaak te oordelen onverkort blijft."

Artikel 642, tweede en derde lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt:

"Die voorziening wordt ingesteld bij een verzoekschrift dat binnen vijftien dagen na de uitspraak van het vonnis ter griffie van het Hof van Cassatie wordt ingediend, en de griffier van het hof zendt bij gerechtsbrief een afschrift ervan aan de rechter voor wie de zaak aanhangig is, en aan de partijen. De voorziening schorst de rechtspleging voor de rechter voor wie de zaak aanhangig is.

De partijen beschikken over een termijn van acht dagen, te rekenen vanaf de kennisgeving van het afschrift van de voorziening, om aan het Hof van Cassatie hun opmerkingen te zenden in de vorm van een memorie, zonder dat er een advocaat bij het Hof van Cassatie dient aangesteld te worden, noch debatten ter zitting dienen gehouden te worden."

2. Uit deze bepalingen volgt dat, onverminderd de mogelijkheid geboden door artikel 1089 Gerechtelijk Wetboek, de procureur-generaal bij het hof van beroep tegen de beschikking gewezen door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg overeenkomstig artikel 88, § 2, Gerechtelijk Wetboek, een schorsend cassatieberoep kan instellen wanneer hij van oordeel is dat de regels inzake de verdeling van de burgerlijke zaken onder de afdelingen, kamers of rechters van eenzelfde rechtbank van eerste aanleg werden geschonden.

3. De middelen die niet aanvoeren dat verdelingsregels werden geschonden, zijn niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 8 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy

Dubrulle, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Rechtbank van eerste aanleg

  • Verdelingincident

  • Cassatieberoep van de procureur-generaal bij het hof van beroep

  • Cassatiemiddel

  • Ontvankelijkheid