- Arrest van 15 maart 2012

15/03/2012 - F.11.0037.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Nu het WIB 64 niet preciseert wat onder materieel en outillage die onroerend zijn van nature of door bestemming moet worden verstaan, moet de term van nature of door bestemming worden begrepen in de betekenis van het gemeen recht (1). (1) Zie de conclusie van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0037.N

GHENT STEVEDORING TERMINAL nv, met zetel te 9042 Gent (Desteldonk), Skaldenstraat 1,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Brederodestraat 13, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kantoor te 1000 Brussel, Wetstraat 12-14, en voor wie optreedt de administratie der directe belastingen, gewestelijke directie Gent - taxatie, met kantoor te 9050 Gent

(Ledeberg), Gaston Crommenlaan 6, bus 604,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 januari 2011.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 13 februari 2012 een conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Het toepasselijke artikel 360, § 1, WIB64 bepaalt dat een kadastraal inkomen wordt vastgesteld voor alle gebouwde of ongebouwde onroerende goederen, alsmede voor het materieel en de outillering die onroerend zijn van nature of door hun bestemming.

Het WIB64 preciseert niet wat onder materieel en outillering die onroerend zijn van nature of door bestemming, moet worden verstaan. De term van nature of door bestemming moet worden begrepen in de betekenis van het gemeen recht.

2. Artikel 517 Burgerlijk Wetboek onderscheidt onroerende goederen uit hun aard, door bestemming of door het voorwerp waarop zij betrekking hebben.

3. Artikel 518 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat gronderven en gebouwen onroerend uit hun aard zijn.

4. De beperkte functionele beweging van een voorwerp dat bestemd is om duurzaam op een bepaalde plaats te blijven en aldaar verbonden is met de grond, ontneemt aan dat voorwerp niet zijn karakter van onroerend goed uit zijn aard.

5. Het arrest stelt vast:

- de rolkranen, waarover het geschil loopt, geplaatst zijn op een kade langs het kanaal Gent-Terneuzen;

- deze kranen op rails zijn geplaatst;

- volgens de mededeling van de eiseres deze kranen bewegen op de rails over een afstand van verschillende honderden meters op de kaai;

- ze worden gebruikt voor verticaal op- en neertillen van de scheepswaar en voor het horizontaal verplaatsen ervan;

- volgens de bewering van de eiseres de rails een lengte zouden hebben van 575 meter en hiervan zou 525 meter door de rolkranen worden gebruikt;

- de eiseres bevestigt dat de kranen grote afmetingen hebben;

- rekening houdend met het feit dat zij zware lasten moeten torsen, ervan moet uitgegaan worden dat deze grote kranen een groot gewicht hebben;

- met dit groot gewicht zij op de sporen rusten die zelf in of aan de kade vastzitten;

- deze rolkranen weliswaar een beweging kunnen uitvoeren, maar dit enkel is voor de noden van het lossen en laden van de schepen;

- de beweging beperkt is omdat ze maar kan gebeuren op de op de kade aangelegde sporen en dit binnen de lengte van de sporen.

6. De appelrechter heeft op grond van die vaststellingen wettig kunnen oordelen dat de rolkranen te beschouwen zijn als onroerend uit hun aard.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 110,75 euro en voor de verweerster op 84,69

euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Eric Dirix, en de raadsheren Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Filip Van Volsem, en in openbare rechtszitting van 15 maart 2012 uitgesproken door waarnemend eerste voorzitter Edward Forrier, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

Vrije woorden

  • Kadastraal inkomen

  • Materieel en Outillage

  • Onroerend van nature of door bestemming