- Arrest van 16 maart 2012

16/03/2012 - C080323F-C090590F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die de afstand van geding heeft vastgesteld mag geen uitspraak meer doen over de grond van het geschil, maar dient wel te beslissen over een vordering tot schadevergoeding die gegrond is op het tergend of roekeloos karakter van de afstand (1). (1) Zie de conclusie van het openbaar ministerie in Pas. 2012, nr. ...

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.08.0323.F

1. A. B. en,

2. H. K.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. J. T. en,

2. N. Z,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

Nr. C.09.0590.F

1. A. B. en,

2. H. K.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. J. T. en,

2. N. Z,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep A.R. nr. C.08.0323.F is gericht tegen het vonnis en het verbe-terend vonnis die door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op 24 juni 2005 en op 30 juni 2006 in hoger beroep zijn gewezen.

Het cassatieberoep A.R. nr. C.09.0590.F is gericht tegen het vonnis van 19 juni 2009 van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel, die uitspraak doet over het verzoek tot herroeping van het gewijsde dat de eisers hebben ingediend teneinde de voornoemde vonnissen van 24 juni 2005 en 30 juni 2006 te doen intrekken.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 22 februari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Sylviane Velu heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

Tot staving van het cassatieberoep C.08.0323.F voeren de eisers twee middelen aan.

(...)

Tot staving van het cassatieberoep C.09.0590.F voeren de eisers drie middelen aan.

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Over de voeging van de cassatieberoepen

Het cassatieberoep A.R. nr. C.08.0323.F is gericht tegen het vonnis en het verbe-terend vonnis die op 24 juni 2005 en 30 juni 2006 door de rechtbank van eerste aanleg te Brussel in hoger beroep zijn gewezen. Het cassatieberoep A.R. nr. C.09.0590.F is, daarentegen, gericht tegen het vonnis van 19 juni 2009 van die rechtbank dat met name de eisers akte verleent van de afstand van hun verzoek tot herroeping van het gewijsde dat zij hebben ingediend tegen het voornoemde von-nis en het verbeterend vonnis.

Een goede rechtsbedeling vereist dat die twee cassatieberoepen worden gevoegd.

Cassatieberoep A.R. C.08.0323.F

(...)

Tweede middel

Derde onderdeel

Artikel 807 Gerechtelijk Wetboek, dat krachtens artikel 1042 van dat wetboek van toepassing is in hoger beroep, bepaalt dat een vordering die voor de rechter aan-hangig is, uitgebreid of gewijzigd kan worden, indien de nieuwe, op tegenspraak genomen conclusies, berusten op een feit of akte in de dagvaarding aangevoerd, zelfs indien hun juridische omschrijving verschillend is.

Uit die bepaling volgt dat de ontvankelijkheid van een nieuwe vordering die voor het eerst in hoger beroep wordt ingesteld, niet kan worden afgeleid uit de omstan-digheid dat zij berust op feiten die bij tussenvordering in een conclusie in eerste aanleg zijn aangevoerd of uit de omstandigheid dat de partij die tegen die vorde-ring verweer voert, concludeert dat zij niet gegrond zou zijn, indien zij toch ont-vankelijk zou worden verklaard, wat in hoofdorde wordt betwist.

Met de overweging dat "de term spar [werd] vermeld [...] in de voor de eerste rechter genomen conclusie van de [verweerders] [en dat] de partijen conclusies hebben uitgewisseld over die nieuwe vorderingen" verantwoorden de bestreden vonnissen niet naar recht de beslissing waarbij de nieuwe vordering van de ver-weerders die ertoe strekt een spar te vellen, ontvankelijk wordt verklaard.

Het onderdeel is gegrond.

(...)

Cassatieberoep A.R. C.09.0590.F

Eerste middel

Eerste onderdeel

Over de door de verweerders tegen het onderdeel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: de eisers hebben voor de rechtbank aanvaard dat deze hen in de kosten moest veroordelen

Een partij kan in cassatie geen beslissing over de procedure betwisten wanneer die conform haar conclusie is gewezen.

In hun syntheseconclusie betreffende de afstand van geding vorderden de eisers dat het "de rechtbank moge behagen de aan de verweerders verschuldigde rechts-plegingvergoeding vast te stellen op 75 euro".

Bijgevolg kunnen zij niet opkomen tegen de beslissing van het bestreden vonnis, die hen, conform die conclusie, in de kosten veroordeelt nadat zij hun akte van de afstand heeft verleend.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden aangenomen.

(...)

Tweede middel

Eerste onderdeel

Artikel 820, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat de partij, bij afstand van geding, afziet van de rechtspleging die zij is begonnen met een hoofdvordering of met een tussenvordering.

Krachtens artikel 563, derde lid, van dat wetboek worden tegenvorderingen ge-grond op het tergend of roekeloos karakter van een vordering, gebracht voor de rechter voor wie deze vordering aanhangig is.

Uit die bepalingen volgt dat de rechter, wanneer hij akte heeft verleend van de af-stand van geding, geen uitspraak meer kan doen over de grond van het geschil, maar wel dient te beslissen over een vordering tot schadevergoeding die gegrond is op het tergend of roekeloos karakter van de afstand.

Het onderdeel, dat van het tegenovergestelde uitgaat, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

Over de door de verweerders tegen het onderdeel opgeworpen grond van niet-ontvankelijkheid: het impliceert een onderzoek van de feiten

Het onderdeel houdt staande dat het bestreden vonnis uit de gegevens die het vaststelt, niet naar recht heeft kunnen afleiden dat er misbruik van de rechtspleging is gepleegd.

Het Hof is bevoegd om na te gaan of zulks het geval is.

De grond van niet-ontvankelijkheid kan niet worden aangenomen.

De gegrondheid van het middel

Een procedurehandeling kan tergend of roekeloos zijn wanneer degene die ze stelt zijn recht daartoe uitoefent ofwel met de bedoeling om een andere partij schade te berokkenen, ofwel op een wijze die de perken van de normale uitoefening van dat recht door een bedachtzaam en zorgvuldig persoon kennelijk te buiten gaat.

Het bestreden vonnis stelt vast dat, gelet op de afstand die is gebeurd, het aan de rechtbank niet staat te onderzoeken of het door de eisers ingediende verzoek tot herroeping van het gewijsde ontvankelijk en gegrond is.

Bovendien hadden de eisers, krachtens de artikelen 608 en 612 van het Gerechte-lijk Wetboek, het recht om cassatieberoep in te stellen tegen de vonnissen van 24 juni 2005 en 30 juni 2006, ofschoon zij een verzoek tot herroeping van het ge-wijsde hadden ingediend, en ervan afstand te doen, overeenkomstig artikel 820 van dat wetboek.

Het bestreden vonnis overweegt dat de eisers "zomaar hebben gekozen voor een ander rechtsmiddel [dan het verzoek tot herroeping van het gewijsde] tegen het vonnis van de 75e kamer, aangezien zij een cassatieberoep hebben ingesteld, [dat] die beide rechtsmiddelen [...] echter niet vergelijkbaar zijn en dat een partij aldus niet zomaar of naar eigen believen een van die rechtsmiddelen mag instellen tegen de tegenpartijen, om uiteindelijk in de loop van de procedure nog eens van gedacht te veranderen, [en dat] die handelwijze volstrekt deloyaal is en, vanzelfsprekend, schade berokkent aan degenen die er het slachtoffer van zijn".

Het bestreden vonnis dat aldus zijn beslissing dat de eisers de procedure hebben misbruikt, uitsluitend afleidt uit het feit dat zij de rechten hebben uitgeoefend die zij mochten uitoefenen, maar geen enkele omstandigheid vermeldt waardoor die uitoefening onrechtmatig zou kunnen zijn, verantwoordt bijgevolg zijn beslissing niet naar recht.

In zoverre is het onderdeel gegrond.

Derde middel

Eerste en tweede onderdeel samen

Overeenkomstig artikel 780bis, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan de partij die de rechtspleging aanwendt voor kennelijk vertragende of onrechtmatige doelein-den, worden veroordeeld tot een geldboete.

Om de eisers op grond van die bepaling te veroordelen tot een geldboete, verwijst het bestreden vonnis naar de "procedurefouten waardoor een inleidende zitting werd gehouden, een beschikking werd gewezen om de zaak in gereedheid te bren-gen, een terechtzitting werd gehouden voor een collegiale kamer in tegenwoor-digheid van het openbaar ministerie, een incident in verband met de verdeling werd uitgelokt (met advies van het openbaar ministerie), vervolgens een nieuwe terechtzitting voor een collegiale kamer werd gehouden, nog steeds in tegenwoor-digheid van het parket, en uiteindelijk een vonnis werd gewezen dat de te laat neergelegde conclusie en de afstand van geding verwierp" en erop wijst dat "evenmin uit het oog mag worden verloren dat telkens weer een beroep werd ge-daan op de leden van de griffie en op het administratief personeel, en dat zulks bovendien een verspilling van papier en energie opleverde".

Het bestreden vonnis heeft op grond van die vermeldingen, die impliceren dat het samengaan van de door de eisers ten onrechte gestelde handelingen en hun afstand van geding, blijkt geeft van een foutieve proceshouding, hen op wettige wijze de door voornoemd artikel bepaalde boete kunnen opleggen.

Die onderdelen kunnen niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Voegt de cassatieberoepen A.R. nrs. C.08.0323.F en C.09.0590.F;

Betreffende het cassatieberoep A.R. nr. C.08.0323.F

Vernietigt de bestreden vonnissen van 24 juni 2005 en 30 juni 2006 in zoverre ze uitspraak doen over de vordering van de verweerders die ertoe strekt een eik en een spar te vellen.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de gedeeltelijk vernietigde vonnissen.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Betreffende het cassatieberoep A.R. nr. C.09.0590.F

Vernietigt het bestreden vonnis van 19 juni 2009 in zoverre het de eisers veroordeelt tot betaling van schadeloosstelling en uitspraak doet over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eisers in de helft van de kosten, houdt de overige kosten aan en laat de uitspraak daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 16 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advo-caat-generaal Jean-Marie Genicot, met bijstand van griffier Patricia De

Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Afstand van geding

  • Tergende of roekeloze afstand

  • Schadevergoeding

  • Bevoegdheid van de rechter