- Arrest van 19 maart 2012

19/03/2012 - C.09.0313.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het bestreden vonnis, dat het ongeval waarbij een werkwagen-landbouwwerktuig is betrokken dat als werktuig aan het manoeuvreren was en dus niet aan het verkeer deelnam, uitsluit van het begrip verkeersongeval en vervolgens beslist op grond van vaststellingen, die het in aanmerking neemt, dat de daaruit voortvloeiende schade wel degelijk schade is die karakteristiek is voor schade die kan zijn veroorzaakt door motorrijtuigen in het wegverkeer, verantwoordt op grond van die overweging de beslissing dat de schade is veroorzaakt in het wegverkeer, voldoende naar recht (1). (1) Cass. 5 dec. 2003, AR C.02.0261.F, AC 2003, nr. 626.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.09.0313.F

J. C. ,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. D. J.,

2. AXA BELGIUM nv, dat in de rechten treedt van de vennootschap

Winterthur Europe Assurances,

3. AG INSURANCE nv, voorheen Fortis Insurance Belgium,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

4. C. D.,

5. M. W.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis dat op 29 februari 2008 in hoger beroep is gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Bergen.

De zaak is bij beschikking van 1 maart 2012 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert een middel aan in het cassatieverzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

III. BESLISSING VAN HET HOF

(...)

Het middel

De twee onderdelen samen

3. Krachtens artikel 601bis Gerechtelijk Wetboek, neemt de politierechtbank kennis van alle vorderingen tot vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval.

Het wegverkeersongeval, in de zin van die bepaling, is het ongeval bedoeld in de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.

4. De draagwijdte van die laatste twee bepalingen moet worden bepaald overeenkomstig de uitlegging die het Benelux Gerechtshof heeft gegeven van de artikelen 2, § 1, en 3, § 1, met een soortgelijke inhoud, van de gemeenschappelijke bepalingen behorende bij de Benelux-overeenkomst van 24 mei 1966 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen.

Het Benelux Gerechtshof heeft in zijn arrest van 23 oktober 1984, in de zaak A 83/2, voor recht gezegd dat:

- de aansprakelijkheid voor schade, die veroorzaakt wordt bij het manoeuvreren van een motorrijtuig, zonder dat er sprake is van deelneming door dat motorrijtuig aan het verkeer, geen aansprakelijkheid is die krachtens artikel 3, § 1, van de gemeenschappelijke bepalingen behorende bij de Benelux-overeenkomst van 24 mei 1966, moet zijn gedekt;

- de omstandigheid dat de schade is veroorzaakt door een motorrijtuig dat niet of niet alleen is ingericht voor het verplaatsen van personen of goederen over wegen of terreinen, maar uitsluitend of mede om te dienen als werktuig voor andere verrichtingen dan het bewerkstelligen van dergelijk vervoer, en dat die schade is veroorzaakt terwijl het motorrijtuig aldus als werktuig werd gebruikt, staat er niet aan in de weg dat het motorrijtuig op dat moment deelnam aan het verkeer;

- wanneer, met name, het motorrijtuig bij het zich verplaatsen op een openbare weg of op terreinen als bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde gemeenschappelijke bepalingen, schade veroorzaakt die karakteristiek is voor schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer, zou het feit dat het motorrijtuig tegelijkertijd als werktuig in de hiervoor bedoelde zin werd gebruikt, niet eraan in de weg staan dat de schade zou moeten worden aangemerkt als in het verkeer veroorzaakt;

- toch kan niet worden beslist dat zulks het geval is wanneer de verplaatsingen van het motorrijtuig redelijkerwijs slechts gezien kunnen worden als een onderdeel van het manœuvre waarbij het motorrijtuig als "werktuig" wordt gebruikt en als de schade niet is veroorzaakt op een wijze die karakteristiek is voor schadeveroorzaking door een motorrijtuig in het verkeer.

5. Het bestreden vonnis stelt vast dat de verweerder sub 4, die de tractor van de eiser bestuurde, de bovendrempel heeft geraakt van de deur van een loods voor strobalen, gelegen in een manege die geëxploiteerd werd door de verweerster sub 5, op het ogenblik dat hij uit die loods reed. Die botsing heeft geleid tot een val van betonblokken, waardoor de verweerster sub 1 werd verwond.

Het vonnis wijst erop dat de tractor "zich verplaatste om strobalen uit het achterste gedeelte van de loods te halen en dat de bestuurder van plan was die balen voorlopig buiten te plaatsen", "op een voor het publiek toegankelijk terrein".

Het arrest vermeldt dat "de door de [verweerster sub 1] aangevoerde schade volgt uit de botsing tussen het beweeglijke gedeelte van het motorrijtuig-landbouwwerktuig en een vaste inrichting (de bovendrempel van de toegangspoort van een loods)", dat "het litigieuze ongeval het gevolg is van een foutief manœuvre van de bestuurder van de tractor, de [verweerder sub 4]", die "onvoldoende voorzichtig of aandachtig is geweest op het ogenblik dat hij achteruitreed om de loods te verlaten".

6. Het bestreden vonnis, dat "het ongeval waarbij een werkwagen-landbouwwerktuig is betrokken die als werktuig aan het manoeuvreren was en dus niet aan het verkeer deelnam, uitsluit [...] van het begrip wegverkeersongeval", beslist vervolgens op grond van de voormelde vaststellingen dat de daaruit voortvloeiende schade "wel degelijk schade is die karakteristiek is voor schade die kan zijn veroorzaakt door motorrijtuigen in het wegverkeer".

Op grond van die overweging wordt de beslissing dat de schade is veroorzaakt in het wegverkeer, voldoende naar recht verantwoord.

7. Het middel, dat het bestreden vonnis verwijt dat het beslist dat de verplaatsing van de tractor "geen werkmanoeuvre [vormde], maar een beweging die valt onder het begrip ‘wegverkeer'", kan in zoverre dus niet leiden tot vernietiging.

8. Geen enkel onderdeel kan worden aangenomen.

De vorderingen tot bindendverklaring van het arrest

9. De verwerping van het cassatieberoep ontneemt elk belang aan de vorderingen tot bindendverklaring van het arrest.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep en de vorderingen tot bindendverklaring van het arrest.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Alain Simon,

Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 19 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier

Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Vergoedingsplicht

  • Schade veroorzaakt door een motorrijtuig dat als landbouwwerktuig gebruikt wordt

  • Schade veroorzaakt in het wegverkeer

  • Verkeersongeval