- Arrest van 19 maart 2012

19/03/2012 - D.11.0003.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

De aanvangsdatum van de termijn die begint te lopen vanaf een kennisgeving wordt berekend volgens de wijze waarop de kennisgeving daadwerkelijk is gebeurd en ongeacht de voorgeschreven wijze van kennisgeving; de vaststelling dat de kennisgeving bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs is gebeurd, terwijl dit volgens de wet bij aangetekende brief moest gebeuren, wijkt hier niet van af (1). (1) Cass. 17 juni 2011, AR D.10.0013.N, AC 2011, nr. 411.


Arrest - Integrale tekst

Nr. D.11.0003.F

STAFHOUDER VAN DE FRANSTALIGE ORDE VAN ADVOCATEN TE BRUSSEL,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. N.,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het hof van cassatie,

2. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE

BRUSSEL.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van 19 januari 2011 van de Franstalig en Duitstalige tuchtraad van beroep.

De zaak is bij beschikking van 18 januari 2011 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Afdelingsvoorzitter Albert Fettweis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Jean-Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Het door het openbaar ministerie ambtshalve tegen het cassatieberoep opgeworpen middel van niet-ontvankelijkheid: het cassatieberoep is laattijdig:

1. Volgens artikel 468, § 1, Gerechtelijk Wetboek, geeft de secretaris bij een ter post aangetekende brief kennis van de beslissing van de tuchtraad van beroep aan de betrokken advocaat, aan de stafhouder van de Orde waartoe hij behoort en aan de procureur-generaal.

Krachtens artikel 468, § 3, van datzelfde wetboek kan de stafhouder van de Orde waartoe de betrokken advocaat behoort, binnen de termijn van één maand te rekenen van de kennisgeving van de beslissing van de tuchtraad van beroep, de beslissingen van die raad aan het Hof van Cassatie voorleggen in de vormen van de voorzieningen in burgerlijke zaken.

Luidens artikel 1079, eerste lid, van dat wetboek, wordt de voorziening ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie de voorziening is gericht.

2. De aanvang van de termijn wordt berekend volgens de wijze waarop de kennisgeving daadwerkelijk is gebeurd, ongeacht de voorgeschreven wijze van kennisgeving. De vaststelling dat van de beslissing kennis is gegeven bij aangetekende brief met ontvangstbewijs, terwijl dit volgens de wet bij aangetekende brief moest gebeuren, wijkt hier niet van af.

De kennisgeving bij ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs biedt immers meer zekerheid omtrent de mogelijke datum van ontvangst, wat zowel de geadresseerde als de afzender ten goede kan komen. Het feit dat een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs werd verstuurd, blijkt daarenboven uit een vermelding op de omslag, wat, in tegenstelling tot wat de eiser beweert, de geadresseerde de mogelijkheid biedt hiervan op de hoogte te worden gebracht.

3. Artikel 53bis, 1°, van datzelfde wetboek bepaalt dat, wanneer de kennisgeving is gebeurd bij een ter post aangetekende brief met ontvangstbewijs, de termijn ten aanzien van de geadresseerde berekend wordt vanaf de eerste dag die volgt op deze waarop de brief werd aangeboden op zijn woonplaats of, in voorkomend geval, op zijn verblijfplaats of gekozen woonplaats.

Luidens artikel 54 wordt een in maanden of in jaren bepaalde termijn gerekend van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste.

4. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de bestreden beslissing aan de eiser ter kennis is gebracht bij een aangetekende brief met ontvangstbewijs, die hem op 24 januari 2011 werd aangeboden, zodat de termijn van een maand waarbinnen hij cassatieberoep diende in te stellen is ingegaan op dinsdag 25 januari 2011 en verstreken op donderdag 24 februari 2011.

Het cassatieberoep, dat is ingesteld bij een op vrijdag 25 februari 2011 op de griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift, is ingediend buiten de wettelijke termijn.

Het middel van niet-ontvankelijkheid is gegrond.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Sylviane Velu, Alain Simon,

Mireille Delange en Michel Lemal, en in openbare terechtzitting van 19 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier

Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Beatrijs Deconinck en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Wijze van kennisgeving

  • Termijn

  • Aanvangsdatum