- Arrest van 20 maart 2012

20/03/2012 - P.11.1552.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer het eerste voertuig van een konvooi, dit is het geheel van het uitzonderlijk vervoer en de begeleidings- of ondersteuningsvoertuigen, door het groene verkeerslicht rijdt, hebben alle voertuigen van het konvooi het recht dit te volgen en het kruispunt te ontruimen, op voorwaarde dat het overige verkeer dat door een rood licht werd stil gelegd, blijvend staande wordt gehouden door de verkeerscoördinator of begeleider.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.11.1552.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE MECHELEN,

eiser,

tegen

J M I F V L,

beklaagde,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Mechelen van 22 juni 2011.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Tweede onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1 en 11 Wegverkeerswet, de artikelen 41.3.1.2°.e en 61.1 Wegverkeersreglement en de artikelen 27 en 28 van het koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen (hierna: KB Uitzonderlijke Voertuigen): de bevoegdheid van de verkeerscoördinator en de begeleider is beperkt, in het bijzonder op kruispunten met verkeerslichten, tot het blijvend staande houden van het door een rood licht stil gelegde verkeer, gedurende de tijd nodig opdat het konvooi het kruispunt kan ontruimen; zij zijn niet bevoegd om aanwijzingen te geven aan het uitzonderlijk vervoer om een rood licht voorbij te rijden; omgekeerd geeft het feit dat de verkeerscoördinator of begeleider het door een rood licht stil gelegde verkeer, blijvend staande houdt opdat het konvooi het kruispunt kan ontruimen, aan het uitzonderlijk voertuig niet het recht om het rode verkeerslicht te negeren, doch enkel het recht om het kruispunt dat het onder dekking van een groen licht opreed te ontruimen, ook nadat het verkeerslicht op rood oversloeg; ten onrechte gaat het bestreden vonnis ervan uit dat de verweerder het rode licht mocht voorbijrijden indien ondertussen het verkeer uit de dwarsrichting blijvend staande werd gehouden door een verkeerscoördinator of begeleider, onder de voorwaarde dat deze laatste zelf onder dekking van een groen verkeerslicht het kruispunt waren opgereden; de door het bestreden vonnis gehanteerde redenering maakt een onderscheid al naargelang het uitzonderlijk vervoer eensdeels rijdt op wegen met 2 x 2 rijstroken en anderdeels op andere wegen.

2. Het bestreden vonnis maakt geen onderscheid tussen wegen met 2 x 2 rijstroken en andere wegen.

Het onderdeel berust in zoverre op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis en mist feitelijke grondslag.

3. Artikel 27, eerste lid, KB Uitzonderlijke Voertuigen bepaalt dat de verkeerscoördinator en de begeleiders waken over het goed verloop van het uitzonderlijk vervoer en dat zij aan de weggebruikers de nodige aanwijzingen geven om de veiligheid van het verkeer te verzekeren en om de doortocht van het uitzonderlijk voertuig te vergemakkelijken.

Artikel 27, tweede lid, KB Uitzonderlijke Voertuigen bepaalt dat zij om deze aanwijzingen te geven of om het verkeer stil te leggen gebruik maken van een schijf die het bord C2 voorstelt.

Artikel 28.1° KB Uitzonderlijke Voertuigen bepaalt dat de verkeerscoördinator en de begeleiders bevoegd zijn om op kruispunten uitgerust met verkeerslichten, het door een rood licht stil gelegde verkeer blijvend staande te houden gedurende de tijd nodig opdat het konvooi het kruispunt kan ontruimen.

Het in dat laatste artikel gebruikte begrip "konvooi" wordt in artikel 2, § 1, 10° KB Uitzonderlijke Voertuigen gedefinieerd als "het geheel van het uitzonderlijk voertuig en de begeleidings- of ondersteuningsvoertuigen".

4. Uit deze bepalingen volgt dat het alle voertuigen zijn welke het konvooi samenstellen, als een geheel genomen, die de gelegenheid krijgen het kruispunt te ontruimen, terwijl het door een rood licht stil gelegd overige verkeer blijvend staande wordt gehouden door de verkeerscoördinator of begeleider.

Rijdt het eerste voertuig van een konvooi door het groene verkeerslicht dan hebben alle voertuigen van het konvooi het recht dit te volgen en het kruispunt te ontruimen, op voorwaarde dat het overige verkeer dat door een rood licht werd stil gelegd, blijvend staande wordt gehouden door de verkeerscoördinator of begeleider.

Het onderdeel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt in zoverre naar recht.

Eerste onderdeel

5. Het onderdeel voert schending aan van de artikelen 1 en 11 Wegverkeerswet en de artikelen 3, 4.1, 5, 6 en 41.3.1.2°, e Wegverkeersreglement: het bestreden vonnis gaat er ten onrechte van uit dat de begeleider of verkeerscoördinator van een uitzonderlijk voertuig, bevoegde personen zijn waarvan de bevelen boven de verkeerstekens en boven de verkeersregels gaan.

6. Het bestreden vonnis grondt de vrijspraak van de verweerder op de artikelen 27, eerste en tweede lid, en 28, 2°, KB Uitzonderlijke Voertuigen.

Het oordeel dat de begeleider en verkeerscoördinator van een uitzonderlijk voertuig bevoegde personen zijn in de zin van artikel 6.1 Wegverkeersreglement is zonder invloed op die vrijspraak.

Het onderdeel, al was het gegrond, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Bepaalt de kosten op 53,10 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 20 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Etienne Goethals, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen

  • Konvooi

  • Begrip

  • Recht van alle voertuigen van het konvooi het eerste voertuig te volgen

  • Recht om het kruispunt te ontruimen