- Arrest van 21 maart 2012

21/03/2012 - P.12.0439.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De inverdenkinggestelde kan geen cassatieberoep instellen tegen de afzonderlijke beschikking van de raadkamer die, met toepassing van artikel 26, § 3, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, beslist dat hij aangehouden blijft (1). (1) Cass. 8 dec. 2010, AR P.10.1892.F, AC, 2010, nr. 719.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0439.F

K. Z.,

Mr. Alexandre Chateau, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Namen van 7 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Inzake voorlopige hechtenis wordt het cassatieberoep niet geregeld door de artikelen 407 en 416 Wetboek van Strafvordering maar door artikel 31 Voorlopige Hechteniswet. Uit de paragrafen 1 en 2 van dit artikel volgt dat de inverdenkinggestelde geen cassatieberoep kan instellen tegen de afzonderlijke beschikking van de raadkamer die, met toepassing van artikel 26, § 3, van de voormelde wet beslist dat hij aangehouden blijft. Dergelijke beschikking is immers noch een arrest noch een vonnis, in de zin van artikel 31, § 1.

Het feit dat cassatieberoep hiertegen niet mogelijk is, ontzegt de beklaagde die naar de correctionele rechtbank is verwezen, niet het recht om toezicht te doen uitoefenen op de voorlopige hechtenis, daar hij zonder voorwaarde van termijn een verzoek tot invrijheidstelling kan indienen met toepassing van artikel 27 van de voormelde wet.

Krachtens paragraaf 3, vierde lid, van dat artikel, dient het gerecht dat kennisneemt van dergelijk verzoek, de handhaving van de hechtenis na te gaan in het licht van de feitelijke omstandigheden van de zaak en die welke eigen zijn aan de persoonlijkheid, die de volstrekte noodzakelijkheid van de hechtenis voor de openbare veiligheid verantwoorden. Het moet ook, voor zover het maximum van de van toepassing zijnde straf vijftien jaar opsluiting niet te boven gaat, het risico beoordelen op herhaling, het risico dat de betrokkene zich aan het optreden van het gerecht zou onttrekken, het gevaar dat bewijzen zouden verdwijnen of dat de betrokkene zich zou verstaan met derden.

Die procedure voldoet aan de vereisten van artikel 5.4 EVRM omdat zij een rechter de mogelijkheid biedt onverwijld na te gaan of de hoofdvoorwaarden voor de handhaving van de voorlopige hechtenis vervuld zijn. Artikel 5.4 vereist immers niet dat cassatieberoep moet mogelijk zijn tegen alle beslissingen die in deze materie in laatste aanleg zijn gewezen.

Artikel 31 van de wet schendt evenmin artikel 6.1 van het Verdrag. Dat artikel is niet bedoeld om te bepalen hoe in het intern recht de rechtsmiddelen moeten worden geregeld die de inverdenkinggestelde worden geboden tegen zijn vrijheidsberoving vóór de berechting van de zaak.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Het middel van de eiser dat geen verband houdt met de ontvankelijkheid van zijn cassatieberoep, behoeft geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 21 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Regeling van de rechtspleging

  • Raadkamer

  • Verwijzing naar de correctionele rechtbank

  • Handhaving van de hechtenis

  • Afzonderlijke beschikking

  • Cassatieberoep

  • Ontvankelijkheid