- Arrest van 22 maart 2012

22/03/2012 - C.11.0551.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser aanvoerde dat de vergoeding in een beding van een overeenkomst een strafbeding is in de zin van artikel 1226 van het Burgerlijk Wetboek en verzocht tot matiging van de krachtens dit beding verschuldigde vergoeding, en niet blijkt dat door de partijen werd aangevoerd dat dit beding een bedongen vergoeding is als tegenprestatie om de overeenkomst voortijdig te beëindigen en waarop voornoemd wetsartikel niet van toepassing zou zijn, miskent het bestreden arrest het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging wanneer het ambtshalve beslist dat die vergoeding is bedongen als tegenprestatie voor het recht om de overeenkomst voortijdig te beëindigen, zonder hierover tegenspraak toe te laten (1). (1) Zie de andersl. concl. van het O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0551.N

J.V.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

Lino VERBEKE en Filip MELIS, advocaten, met kantoor te 8200 Brugge, Diksmuidse Heerweg 126, als curatoren van het faillissement van ASC/PALLMAC nv,

verweerders,

vertegenwoordigd door mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 36, waar de verweerders woonplaats kiezen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 11 april 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 27 januari 2012 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat de eiser aanvoerde dat de vergoeding in artikel 9.2 van de managementovereenkomst een strafbeding is in de zin van artikel 1226 Burgerlijk Wetboek en verzocht tot matiging van de krachtens dit beding verschuldigde vergoeding. Het blijkt niet dat door de partijen werd aangevoerd dat dit beding een bedongen vergoeding is als tegenprestatie om de overeenkomst voortijdig te beëindigen en waarop artikel 1226 Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zou zijn.

2. Door ambtshalve te beslissen dat de vergoeding vermeld in artikel 9.2 van de overeenkomst een "vergoeding is bedongen als tegenprestatie voor het recht om de overeenkomst vóór het verstrijken van de drie jaar te beëindigen", zonder hierover tegenspraak toe te laten, miskent het arrest het algemeen rechtsbeginsel van het recht van verdediging.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 22 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Taak van de rechter

  • Ambtshalve aanvullen van rechtsgronden

  • Toepassing

  • Overeenkomst

  • Beding

  • Kwalificatie

  • Ambtshalve wijziging door de rechter

  • Geen tegenspraak