- Arrest van 28 maart 2012

28/03/2012 - P.12.0097.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Overeenkomstig artikel 433 van het Strafwetboek heeft het feit dat een minderjarige werd gebruikt om een misdaad of een wanbedrijf te plegen, tot gevolg dat het minimum van de gevangenisstraf of van de tijdelijke opsluiting wordt verhoogd; aangezien die verhoging op het minimum en niet op het maximum van de straf slaat, heeft zij geen gevolgen voor de bij artikel 2, 1°, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden bepaalde mogelijkheid om een misdaad te correctionaliseren wanneer de in de wet daarop bepaalde straf twintig jaar opsluiting niet te boven gaat en de correctionalisering van dergelijke misdaad de rechter die daarvan kennisneemt niet verplicht om de voormelde verzwarende omstandigheid als onbestaande of niet van toepassing te beschouwen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0097.F

I. H. N.,

Mr. Carine Couquelet, advocate bij de balie te Brussel,

tegen

1. P. O. e.a.,

II. PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE BRUSSEL,

tegen

H. N.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 30 november 2011.

Het cassatieberoep van de eerste eiser is gericht tegen alle hem betreffende beschikkingen. Het cassatieberoep van de tweede is beperkt tot de beschikkingen betreffende de straf.

De eerste eiser voert drie middelen en de tweede eiser één middel aan in een memorie en een verzoekschrift die aan dit arrest zijn gehecht.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de eerste eiser

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de tegen hem ingestelde strafvordering

Eerste middel

De eiser voert aan dat het gebruiken van een minderjarige om een misdaad of wanbedrijf te plegen, een verzwarende omstandigheid is die niet toepasselijk is op de misdaden die met aanneming van de verzachtende omstandigheden zijn gecorrectionaliseerd.

Overeenkomstig artikel 433 Strafwetboek heeft het feit dat een minderjarige werd gebruikt om een misdaad of een wanbedrijf te plegen, tot gevolg dat het minimum van de gevangenisstraf of van de tijdelijke opsluiting wordt verhoogd.

Aangezien die verhoging op het minimum en niet op het maximum van de straf slaat, heeft zij geen gevolgen voor de bij artikel 2, 1°, van de wet van 4 oktober 1867 op de verzachtende omstandigheden bepaalde mogelijkheid om een misdaad te correctionaliseren wanneer de in de wet daarop bepaalde straf twintig jaar opsluiting niet te boven gaat.

De correctionalisering van dergelijke misdaad verplicht de rechter die daarvan kennisneemt niet om de voormelde verzwarende omstandigheid als onbestaande of niet van toepassing te beschouwen.

Het middel faalt naar recht.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre het de telastlegging bewezen verklaart en uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van de verweerders.

Verwerpt het cassatieberoep van de eerste eiser voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeeltelijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eerste eiser in de helft van de kosten van zijn cassatieberoep.

Laat de kosten van het cassatieberoep van de tweede eiser alsook de andere helft van de kosten van de eerste, ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 28 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van eerste voorzitter Etienne Goethals en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Verzwarende omstandigheid waardoor het minimum wordt verhoogd

  • Correctionalisering