- Arrest van 29 maart 2012

29/03/2012 - C.11.0472.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit de bepalingen van de artikelen 748bis en 780, eerste lid, 3° Gerechtelijk Wetboek volgt dat het onderwerp van de vordering uitsluitend wordt bepaald door de syntheseconclusie.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0472.N

RODUC REHAB bvba, met zetel te 9100 Sint-Niklaas, Strodekkerstraat 1,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

B.G.,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 24 november 2010.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek bevat het vonnis, op straffe van nietigheid, onder meer het onderwerp van de vordering en het antwoord op de conclusies of middelen van de partijen.

2. Artikel 748bis Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat onverminderd de toepassing van artikel 748, § 2, en behoudens in het geval van conclusies die er slechts toe strekken om een of meer van de in artikel 19, tweede lid, bedoelde maatregelen te verzoeken, een tussengeschil op te werpen dat aan het geding geen einde maakt of te antwoorden op het advies van het openbaar ministerie, de laatste conclusie van een partij de vorm aannemen van syntheseconclusie en dat voor de toepassing van artikel 780, eerste lid, 3°, de syntheseconclusie alle vorige conclusies vervangen en desgevallend de gedinginleidende akte van de partij die de syntheseconclusie neerlegt.

3. Uit deze bepalingen volgt dat het onderwerp van de vordering uitsluitend wordt bepaald door de syntheseconclusie.

4. Het arrest dat vaststelt dat de vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad werd geformuleerd in de gedinginleidende akte en niet werd hernomen in de syntheseconclusie voor de eerste rechter en oordeelt dat "niet redelijk (kan) worden afgeleid dat het niet herhalen van deze vordering tot uitvoerbaarheid bij voorraad in de laatste syntheseconclusie, moet worden aangezien als een afstand van deze vordering" en op grond hiervan beslist dat de eerste rechter door de voorlopige tenuitvoerlegging in deze omstandigheden toe te staan, niet ultra petita heeft geoordeeld, is niet naar recht verantwoord.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Eric Stassijns, Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns en Koen Mestdagh, en in openbare rechtszitting van 29 maart 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Vordering in rechte

  • Onderwerp van de vordering

  • Syntheseconclusie