- Arrest van 30 maart 2012

30/03/2012 - F.11.0011.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Aangezien het begrip lunapark in artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 niet nader omschreven is, moet het in de gewone betekenis van het woord worden opgevat.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0011.F

DERBY nv,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

BELGISCHE STAAT, minister van Financiën,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 4 februari 2010.

Op 8 maart 2012 heeft advocaat-generaal André Henkes ter griffie een conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes is in zijn conclusie gehoord.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert een middel aan:

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 76, § 1, 91, voor de wijziging ervan bij het decreet van de Vlaamse Raad van 19 december 2008 (in het Vlaams Gewest) en bij het decreet van het Waals Parlement van 18 december 2003 (in het Waals Gewest) en 92, voor de wijziging ervan bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en 13 juli 2001 en, in het Waals Gewest, bij het decreet van het Waalse Parlement van 10 december 2009, van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gecoördineerd bij het koninklijk besluit van 23 november 1965;

- artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 op het spel, aangevuld door de wet van 19 april 1963 en door artikel 1 van de wet van 22 november 1974 en uitgelegd door de wet van 14 augustus 1978 voor de opheffing van die bepalingen bij de wet van 7 mei 1999;

- artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 houdende de lijst van speelapparaten waarvan de uitbating toegelaten is en de bijlage ervan, vóór de opheffing ervan bij het koninklijk besluit van 22 december 2000.

Aangevochten beslissing

Het arrest verklaart de vorderingen tot ontheffing van de ingekohierde aanslagen en tot terugbetaling van de op basis daarvan betaalde bedragen niet gegrond, en veroordeelt de eiseres in de kosten. Het beslist aldus om alle redenen die hier als volledig weergegeven worden beschouwd, meer bepaald om de volgende redenen:

"1.Artikel 92 van het [Wetboek van met Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen], zoals het van toepassing was ten tijde van de feiten, luidt als volgt: ‘De plaatsing van een in artikel 91 bedoeld toestel in de in artikel 76, § 1, omschreven plaatsen geeft aanleiding tot een aanslag van ambtswege van 200.000 frank ten aanzien van de eigenaar van het toestel of, indien de eigenaar niet bekend is, ten aanzien van de persoon die de plaatsing van het toestel op voormelde plaatsen heeft toegestaan'.

De in artikel 91 bedoelde toestellen zijn de ‘hazardspelautomaten waarvan de exploitatie verboden is krachtens artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 betreffende het spel, aangevuld door de wet van 19 april 1963 en door artikel 1 van de wet van 22 november 1974'.

Het wordt niet betwist dat de exploitatie van de toestellen Wheel of Fortune, Pontoon en International Toote in 1999 in beginsel verboden was, behalve als het blijkens de bewoordingen van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 houdende de lijst van de speelapparaten waarvan de uitbating toegelaten is, een exploitatie betrof ‘door exploitanten van een pretpark, exploitanten van lunaparken of door kermisexploitanten tijdens kermissen, handelsbeurzen, jaarmarkten en dergelijke gelegenheden' (artikel 3).

2. (De eiseres) voert aan dat zij als een exploitant van een ‘lunapark' in de zin van voormeld koninklijk besluit kan worden beschouwd voor wat betreft de ruimte voor de kansspeltoestellen die zij had doen opstellen in haar turfkantoren en waaraan zij de algemene benaming ‘Magic Hall' heeft gegeven.

(De eiseres) bekritiseert de eerste rechter in zoverre hij bij ontstentenis van een definitie door de wetgever of de regelgevende overheid het woord lunapark gebruikt in de gewone betekenis van het woord, dat is de betekenis die het woord eerder in de volkstaal dan in de woordenboeken of encyclopedieën gekregen heeft.

De omschrijving van het woord lunapark als ‘gokhal' in het Van Dale-woordenboek waarnaar (de eiseres) verwijst, wat het hof [van beroep] vrij vertaalt als 'maison de jeu', is evenwel niet in strijd met de omschrijving die de eerste rechter eraan gegeven heeft op grond van de overweging dat de term lunapark in de gewone betekenis van het woord ‘ongetwijfeld het beeld oproept van een zaal met speelautomaten - ja zelfs kansspelautomaten - maar dat die zaal daarvoor ook moet gebruikt worden met een groot aantal verschillende toestellen en als een speelzaal moet overkomen bij het publiek dat er bijgevolg uit eigen beweging naartoe moet gaan met geen ander doel dan te spelen op automaten'.

De Magic Hall-zalen van (de eiseres) voldoen niet aan die beschrijving.

Uit de processen-verbaal blijkt dat die zalen slechts toegankelijk waren via de kantoren en zulks enkel tijdens de openingsuren ervan, en dat de deur tussen de twee zalen dikwijls openstond.

Bovendien tonen de foto's die (de eiseres) aan het hof [van beroep] voorlegt dat de voorbijgangers vanop de openbare weg de indruk wel moesten hebben dat het hier een turfkantoor betrof waarin het daarnaast ook mogelijk was op automaten te spelen. Terwijl de meeste kantoren een vast bord droegen met de naam ‘Ladbrokes' erop over de hele breedte van de gevel, beperkte de reclame voor de Magic Halls zich immers tot een affiche die aan de ramen van het kantoor opgehangen was en die even groot was als de gewone affiches waarin de weddenschappen op paarden of voetbal werden aangeprezen.

In strijd met wat (de eiseres) aanvoert, is een dergelijke reclame niet van die aard dat ze alleen klanten aantrekt voor Magic Halls.

Het feit dat de Magic Hall met een beschot afgesloten was van het turfkantoor doet hieraan niets af.

De elektronische kansspelen werden dus slechts als een bijkomstige activiteit aangeboden aan het publiek van de turfkantoren.

Vanuit dat gezichtspunt doet het niet terzake dat het bestuur (de eiseres) stilzwijgend toestond om de turfkantoren onder bepaalde voorwaarden onder te brengen in een gebouw dat ook voor andere handelsactiviteiten gebruikt werd daar dat gedoogbeleid helemaal niets te maken had met de vraag of dergelijke kantoren een ruimte mochten bevatten voor kansspelautomaten. Dat gedoogbeleid heeft als zodanig bij (de eiseres) geen gewettigde verwachtingen kunnen wekken inzake belastingen op de automatische ontspanningstoestellen.

Ten slotte doet de verwijzing van (de eiseres) naar de huidige wetgeving op de erkenning van de speelzalen van klasse II (wet van 7 mei 1999 op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers) niet terzake; Niet alleen was die wet niet van toepassing op het litigieuze aanslagjaar, maar bovendien bewijst (de eiseres) niet dat zij het statuut van inrichting van klasse II gekregen heeft.

De eerste rechter beslist dus terecht dat de exploitatie van de toestellen Wheel of Fortune, Pontoon en International Toote verboden was in de Magic Halls en dat de plaatsing ervan bijgevolg belastbaar was op grond van artikel 92 van het [Wetboek van de met Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen]".

Grieven

Artikel 92 van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, voor de wijziging ervan door de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, bepaalde dat het opstellen van een in artikel 91 bedoeld toestel in de bij artikel 76, § 1, omschreven plaats aanleiding geeft tot een aanslag van ambtswege van 200.000 frank ten name van de eigenaar van het toestel of, indien de eigenaar niet gekend is, ten name van de persoon die toestemming verleende om het toestel in de gezegde plaatsen op te stellen.

Artikel 91 van het met het Wetboek van de Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, zoals het van toepassing was op het geschil, slaat op de automatische kansspeltoestellen waarvan de exploitatie verboden is krachtens artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 betreffende het spel, aangevuld door de wet van 19 april 1963 en door artikel 1 van de wet van 22 november 1974. De plaatsen bedoeld in artikel 76, § 1, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, zijn de openbare wegen, de voor het publiek toegankelijke plaatsen of private kringen, ongeacht of de toegang tot deze kringen al dan niet onderworpen is aan bepaalde formaliteiten.

Bijgevolg geeft het opstellen van een bij artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902 op het spel verboden toestel op de openbare weg, in voor het publiek toegankelijke plaatsen of in private kringen, ongeacht of de toegang tot deze kringen al dan niet onderworpen is aan bepaalde formaliteiten, - behoudens afwijking - aanleiding tot de aanslag van ambtswege bedoeld in artikel 92 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.

Artikel 1 van de wet van 24 oktober 1902, voor de opheffing ervan bij de wet van 7 mei 1999, bepaalde dat de exploitatie van de kansspelen verboden is met dien verstande dat de Koning gemachtigd is de lijst op te stellen van de kansspeltoestellen waarvan de exploitatie niettegenstaande de vorige bepalingen toegelaten blijft (artikel 1, laatste lid, van de wet van 24 oktober 1902, zoals het is geïnterpreteerd in het enige artikel van de wet van 14 augustus 1978).

Artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 houdende de lijst van de speelapparaten waarvan de uitbating toegelaten is, voor de opheffing ervan bij het koninklijk besluit van 22 december 2000, bepaalde dat de exploitatie van de spelen vermeld in de bijlage bij dit besluit toegelaten blijft, maar enkel door de exploitanten van pretparken of van lunaparken of door kermisexploitanten tijdens kermissen, handelsbeurzen, jaarmarkten en dergelijke gelegenheden.

De spelen International Toote, Pontoon en Wheel of Fortune staan vermeld in de bijlage bij het voormeld koninklijk besluit van 13 januari 1975; daaruit volgt dat die speelautomaten geen kansspelen zijn die bij artikel 1 van voormelde wet van 24 oktober 1902 verboden zijn wanneer zij door exploitanten van lunaparken worden aangebracht.

Het begrip lunapark doelt op elke zaal met speelautomaten waar kansspelen worden geëxploiteerd, ongeacht of zij al dan niet gelegen is naast een pretpark, een cinemazaal of een turfkantoor die als hoofd- of bijkomende activiteit geëxploiteerd wordt.

Het arrest beslist dat de spelen International Toote, Pontoon en Wheel of Fortune onderworpen zijn aan de aanslag van ambtswege, bedoeld in artikel 92 van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen op grond dat "de term lunapark ‘ongetwijfeld het beeld oproept van een zaal met speelautomaten - ja zelfs kansspelautomaten - maar [dat] die zaal daarvoor ook moet gebruikt worden met een groot aantal verschillende toestellen en dat zij als een speelzaal moet overkomen bij het publiek dat er bijgevolg uit eigen beweging naartoe moet gaan met geen ander doel dan te spelen op automaten'". Het beslist vervolgens dat "de Magic Hall-zalen van (de eiseres)" niet beantwoorden aan het begrip "lunaparken" op grond dat "de elektronische kansspelen slechts [...] als een bijkomstige activiteit aangeboden werden aan het publiek van de turfkantoren".

Zodoende miskent het arrest het begrip lunapark in de zin van artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 houdende de lijst van de speelapparaten waarvan de uitbating toegelaten is, daar het er voorwaarden aan toevoegt die daarin niet zijn bepaald. Het schendt bijgevolg de in het middel aangegeven bepalingen.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 houdende de lijst van de speelapparaten waarvan de uitbating toegelaten is, blijft eveneens toegelaten de uitbating van de in de bijlage bij dat besluit vermelde kansspelapparaten, maar enkel door exploitanten van pretparken of van lunaparken of door kermisexploitanten tijdens kermissen, handelsbeurzen, jaarmarkten en dergelijke gelegenheden.

Aangezien het begrip lunapark in artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 niet nader omschreven is, moet het in de gewone betekenis van het woord worden opgevat.

De appelrechters overwegen dat "de omschrijving van het woord lunapark als ‘gokhal' in het Van Dale-woordenboek waarnaar [de eiseres] verwijst, wat het hof [van beroep] vrij vertaalt als ‘maison de jeu', niet in strijd is met de omschrijving die de eerste rechter eraan gegeven heeft, namelijk dat de term lunapark in de gewone betekenis van het woord ‘ongetwijfeld het beeld oproept van een zaal met speelautomaten - ja zelfs kansspelautomaten - maar dat die zaal daarvoor ook moet gebruikt worden met een groot aantal verschillende toestellen en dat zij als een speelzaal moet overkomen bij het publiek dat er bijgevolg uit eigen beweging naartoe moet gaan met geen andere doel dan te spelen op automaten", en dat te dezen "de elektronische kansspelen [...] slechts als een bijkomstige activiteit aangeboden werd aan het publiek van de turfkantoren". Aldus hebben de appelrechters zonder artikel 3 van het koninklijk besluit van 13 januari 1975 te schenden kunnen beslissen dat de Magic Hall-zalen van de eiseres geen lunapark zijn.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep;

Veroordeelt de eiseres in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 30 maart 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Eric Stassijns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Lunapark