- Arrest van 30 maart 2012

30/03/2012 - F.11.0043.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 98, §2, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven verbiedt de provincies niet om de economische activiteit van de telecomoperatoren die op het grondgebied van de provincie verwezenlijkt wordt door de aanwezigheid op publiek of privaat domein van gsm-masten, -pylonen of -antennes die voor die activiteit worden aangewend, om budgettaire of andere redenen te belasten (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2012, nr. … Dezelfde dag heeft het Hof vier andere arresten in dezelfde zin gewezen, drie tussen dezelfde partijen (AR F.11.0044.F, F.11.0045.F en F.11.0046.F) en één tussen een gemeente en dezelfde verweerster (AR. F.11.0080.F).

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.11.0043.F

PROVINCIE NAMEN,

Mr. Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

MOBISTAR nv,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nummer 2008/AR/1821 van het Hof van Beroep te Luik van 17 november 2010.

Op 8 maart 2012 heeft advocaat-generaal André Henkes ter griffie een conclusie neergelegd.

Raadsheer Martine Regout heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes is in zijn conclusie gehoord.

II. CASSATIEMIDDEL

In het cassatieverzoekschrift waarvan een eensluidend verklaard afschrift bij dit arrest is gevoegd voert de eiseres een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Volgens artikel 170, § 3, tweede lid, Grondwet bepaalt de wet ten aanzien van de door de provincie ingevoerde belastingen de uitzonderingen waarvan de noodzakelijkheid blijkt. De wet die op grond van dit artikel van de Grondwet is uitgevaardigd moet op beperkende wijze worden uitgelegd omdat zij de fiscale autonomie van de provincies beperkt.

Uit de bewoordingen van artikel 98, §2, eerste lid, van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, zoals zij is gewijzigd bij de wet van 19 december 1997, blijkt dat de overheid van wie het openbaar domein afhangt aan de operatoren van een openbaar telecommunicatienet slechts geen belasting, taks, cijns, retributie of vergoeding, van welke aard ook, kan opleggen voor het loutere gebruik van het openbaar domein dat enkel bestaat in het aanleggen van kabels, bovengrondse lijnen en bijbehorende uitrustingen. De in het geding zijnde bepaling waarborgt de kosteloosheid van het privatieve gebruik van het openbaar domein door de operatoren van openbare telecommunicatienetten en verbiedt dat de provincies een vergoeding krijgen in ruil voor het privatieve gebruik van het openbaar domein waarvoor zij te dezen toestemming verlenen.

Het Grondwettelijk Hof heeft in het arrest nr. 189/2011 van 15 december 2011 beslist dat de noodzaak van een federaal wetgevend optreden dus enkel vaststaat ten aanzien van het gebruik van het openbaar domein en uitsluitend voor de installaties bedoeld in artikel 98, § 2.

Voornoemde bepaling verbiedt derhalve de provincies niet om de economische activiteit van de telecomoperatoren die op het grondgebied van de provincie verwezenlijkt wordt door de aanwezigheid op publiek of privaat domein van gsm-masten, -pylonen of -antennes die voor die activiteit worden aangewend, te belasten om budgettaire of andere redenen.

Het bestreden arrest dat met aanneming van de gronden van de eerste rechter vaststelt dat de provincieraad van de eiseres op 6 februari 2001 een reglement heeft goedgekeurd waarin "ten voordele van de provincie Namen voor het dienstjaar 2001 een jaarlijkse belasting wordt ingevoerd op de pylonen en op de zend- en ontvangstinstallaties van de netwerken voor mobilofonie die op het grondgebied van de provincie Namen zijn aangebracht", welke belasting verschuldigd is door de exploitant van die pylonen of zend- en ontvangstinstallaties, dat vervolgens beslist dat de voorwaarden voor de vrijstelling als bedoeld in het bovenaangehaalde artikel 98, §2, vervuld zijn en dat het litigieuze belastingsreglement derhalve niet mag worden toegepast, schendt voornoemd artikel 98, § 2.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van het arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de uitspraak hieromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het Hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Sylviane Velu, Martine Regout, Alain Simon en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 30 maart 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Smetryns en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Operatoren van telecommunicatienetwerken

  • Economische activiteit

  • Gsm-pylonen, -masten of -antennes

  • Aanwezigheid op publiek of privaat domein

  • Belastingheffing

  • Wettigheid