- Arrest van 10 april 2012

10/04/2012 - P.12.0593.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Gewettigde verdenking veronderstelt dat de rechter niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de zaak of bij de openbare opinie gewettigde twijfel wekt aangaande zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen; het Hof moet nagaan of de verdenkingen die een partij zegt te koesteren, objectief gerechtvaardigd kunnen zijn (1). (1) Cass. 29 sept. 2006, AR P.06.0843.N, AC 2006, nr. 452, met concl. van advocaat-generaal met opdracht Cornelis.


Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0593.N

R. A.

verzoeker tot wraking,

met als raadsman mr. Thomas Gillis, advocaat bij de balie te Gent,

in aanwezigheid van

1. M. R.

beklaagde,

2. J. E. K.

burgerlijke partij,

3. Philip GHEKIERE, met kantoor te 8500 Kortrijk, Koning Albertstraat 24 bus 1, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van DERVEAUX DIAMOND bvba,

burgerlijke partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het verzoek tot wraking dat aan dit arrest is gehecht, beoogt de wraking van H. R., plaatsvervangend raadsheer in het hof van beroep te Gent, in de zaak nr. 922/11 die onder meer lastens de verzoeker hangende is voor dat hof.

Die plaatsvervangende magistraat heeft op 2 april 2012 de bij artikel 836, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven verklaring afgelegd, waarbij hij weigert zich van de zaak te onthouden.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Het verzoekschrift is neergelegd op de griffie van het hof van beroep te Gent op 29 maart 2012 en is ondertekend door een advocaat die meer dan tien jaar bij de balie is ingeschreven.

2. Het verzoek is gegrond op artikel 828, 1°, en 12°, Gerechtelijk Wetboek: de verzoeker beroept zich ten aanzien van de betrokken magistraat op gewettigde verdenking en op de hoge graad van vijandschap die tussen laatstgenoemde en verzoekers raadsman bestaat.

De verzoeker houdt voor dat tijdens het debat voor het hof van assisen met betrekking tot een andere zaak lastens een andere persoon dan de verzoeker, na een door H. R. in zijn hoedanigheid van raadsman van de beschuldigde opgestarte wrakingsprocedure, een hoge graad van vijandschap is ontstaan tussen verzoekers raadsman die alsdan de belangen van de nabestaanden behartigde, en Hans Rieder.

De verzoeker voert aan dat uit de bij het verzoekschrift tot wraking gevoegde stukken blijkt dat:

- de raadsman van de verzoeker tijdens het debat voor het hof van assisen stelde "dat H. R. door de voorzitter van het hof (van assisen) te wraken ‘spuwde op het graf van R.', zijnde het slachtoffer, alsook dat H. R. zich ten onrechte voordeed als een soort ‘Robin Hood in toga', zaken overgenomen door de pers";

- H. R. zich ten aanzien van zowel meester P. V. E. als ten aanzien van meester N. V. E. in de nasleep van voormeld assisenproces vijandig en rancuneus uitliet.

3. Krachtens artikel 828, 1°, Gerechtelijk Wetboek, kan iedere rechter worden gewraakt wegens gewettigde verdenking.

Artikel 828, 12°, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat iedere rechter kan worden gewraakt indien er tussen hem en een van de partijen een hoge graad van vijandschap bestaat.

4. Gewettigde verdenking veronderstelt dat de rechter niet in staat is op een onafhankelijke en onpartijdige wijze uitspraak te doen in de zaak of bij de openbare opinie gewettigde twijfel wekt aangaande zijn geschiktheid om op die wijze uitspraak te doen. Het Hof moet nagaan of de verdenkingen die een partij zegt te koesteren, objectief gerechtvaardigd kunnen zijn.

De hoge graad van vijandschap kan worden afgeleid uit een geheel van omstandigheden waaruit blijkt dat de rechter door zijn houding jegens één van de partijen of jegens de advocaat die haar vertegenwoordigt of haar bijstaat, de sereniteit en objectiviteit van de behandeling van de zaak in gevaar heeft gebracht of brengt.

5. Het Hof stelt vast dat uit de bij de akte tot wraking gevoegde krantenartikels blijkt dat de gezegden waaruit de verzoeker de gewettigde verdenking of de hoge graad van vijandschap onder meer meent te moeten afleiden, niet uitgaan van de magistraat, maar van de raadsman van de verzoeker tot wraking.

Het feit dat er tussen de advocaat van de verzoeker en H. R., in zijn hoedanigheid van advocaat, als tegenstrevers bij de behandeling van een andere zaak dan die waarop de wraking betrekking heeft, enige spanning of "intrinsieke vijandigheid" bestond, wat in de zittingszaal tussen de leden van deze beroepsgroep wel vaker voorkomt, weze het al dan niet gemeend, heeft niet tot gevolg dat H. R. als plaatsvervangend magistraat in de thans te beoordelen zaak waarin zijn vroegere tegenstrever optreedt, niet meer over de vereiste onafhankelijkheid zou beschikken om in alle objectiviteit te oordelen.

6. Het Hof oordeelt dat de magistraat wiens wraking wordt beoogd, nog over de vereiste onafhankelijkheid beschikt om in alle objectiviteit te oordelen.

Het Hof leidt uit de voormelde omstandigheden evenmin het bestaan af van een hoge graad van vijandschap zodat de vrees zou ontstaan dat de serene behandeling van de zaak van de verzoeker door plaatsvervangend raadsheer H. R. mogelijks in het gedrang zou worden gebracht.

Het Hof oordeelt ten slotte dat er, gezien het voldoende voorgelicht is over de aangevoerde omstandigheden, geen grond bestaat om de vordering tot verhoor van getuigen toe te wijzen.

Er bestaat geen grond tot wraking.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek tot wraking.

Wijst gerechtsdeurwaarder Koen Cuyvers, met kantoor te 1030 Schaarbeek, Roodebeeklaan 27, aan om het arrest binnen achtenveertig uren aan de partijen te betekenen.

Veroordeelt de verzoeker tot wraking in de kosten.

Bepaalt de kosten tot heden op 0 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, en de raadsheren Paul Maffei, Luc Van hoogenbemt, Benoît Dejemeppe en Françoise Roggen, en op de openbare rechtszitting van 10 april 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, als voorzitter, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Gewettigde verdenking

  • Begrip

  • Taak van het hof als rechter over de wraking