- Arrest van 10 april 2012

10/04/2012 - P.12.0604.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vrijheid van komen en gaan kan niet worden ontnomen aan de verdachte die reeds om andere redenen wordt vastgehouden; de betekening van een beslissing die hem, met het oog op verhoor, zijn vrijheid zou ontnemen, is overbodig; dergelijke betekening kan niet leiden tot de nietigheid van een bevel tot aanhouding dat meer dan vierentwintig uren na die betekening werd verleend; het volstaat dat dit bevel onmiddellijk verleend wordt na het verhoor dat de onderzoeksrechter afneemt op het ogenblik dat hij het meest geschikt acht.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.0604.F

I. A. A. K. M.,

II. A. A. K. M.,

Mr. Emmanuel Verbrigghe, advocaat bij de balie te Bergen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 30 maart 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep, op 30 maart 2012 ingesteld op de griffie van het hof van beroep

Eerste middel

De eiser voert aan dat het bevel tot aanhouding hem, in strijd met artikel 2 Voorlopige Hechteniswet, meer dan vierentwintig uren na de vrijheidsberoving werd betekend. Volgens het middel is dit een dwingende termijn niettegenstaande het feit dat de inverdenkinggestelde om andere redenen wordt vastgehouden.

De termijn van vierentwintig uur, vóór het verstrijken waarvan, als daartoe grond bestaat, een bevel tot aanhouding moet worden verleend, begint te lopen vanaf het ogenblik dat de verdachte, ten gevolge van het optreden van de agent van de openbare macht, niet langer over de vrijheid van komen en gaan beschikt.

Die vrijheid kan niet worden ontnomen aan de verdachte die reeds om andere redenen wordt vastgehouden. De betekening van een beslissing die hem, met het oog op verhoor, zijn vrijheid zou ontnemen, is overbodig.

Zij kan niet leiden tot de nietigheid van een bevel tot aanhouding dat wordt verleend meer dan vierentwintig uren na de uitvoering van dergelijke betekening. Het volstaat dat dit bevel wordt verleend onmiddellijk na het verhoor dat de onderzoeksrechter afneemt op het ogenblik dat hij het meest geschikt acht.

De artikelen 12 Grondwet en 5 EVRM verplichten de politie niet om een verdachte van zijn vrijheid te beroven die reeds om andere redenen wordt vastgehouden. Overeenkomstig die bepalingen is een bevel tot aanhouding dat meer dan vierentwintig uur later wordt verleend niet nietig.

Het middel faalt naar recht.

Tweede middel

In strijd met wat de eiser aanvoert is de niet-ontvankelijkheid van de strafvordering niet de enig mogelijke sanctie op de schending van artikel 2bis van de wet van 20 juli 1990 waarbij het recht op bijstand van een advocaat wordt ingevoerd.

De rechter kan immers beslissen dat artikel 6 EVRM niet werd geschonden, met name indien blijkt dat de aanvankelijk zonder die bijstand afgelegde verklaringen niet gebruikt werden in de verdere rechtspleging.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

B. Cassatieberoep op 31 maart 2012 ingesteld bij de directeur van de strafinrichting

In de regel kan een partij in strafzaken geen tweede maal cassatieberoep instellen tegen eenzelfde beslissing, ook al wordt dit cassatieberoep ingesteld vooraleer over het eerste uitspraak is gedaan.

Het cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser in de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Paul Maffei, Luc Van

hoogenbemt, Benoît Dejemeppe en Françoise Roggen, en in openbare rechtszitting van 10 april 2012 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Guy Dubrulle, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

Vrije woorden

  • Verdachte reeds om andere redenen vastgehouden

  • Betekening van een beslissing tot vrijheidsberoving

  • Bevel tot aanhouding

  • Termijn van meer dan vierentwintig uren

  • Gevolg

  • Ogenblik