- Arrest van 16 april 2012

16/04/2012 - C.11.0602.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Wanneer een beslissing, die gewezen is door een collegiale kamer, slechts is ondertekend door twee van de rechters die het hebben gewezen en door de griffier, en is uitgesproken door één van die rechters krachtens een beschikking tot vervanging van de eerste voorzitter, waarin vastgesteld wordt dat de kamervoorzitter wettig verhinderd was de beslissing uit te spreken, maar waarin de onmogelijkheid voor laatstgenoemde om het arrest te ondertekenen evenwel niet is verantwoord overeenkomstig artikel 785, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, leidt het ontbreken van de handtekening van die magistraat, met toepassing van artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek, tot de nietigheid van het arrest.


Arrest - Integrale tekst

Nr. C.11.0602.F

1. D. D.,

2. F. D.,

3. A. G.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

FRANSE GEMEENSCHAP VAN BELGIË,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 1 maart 2011 van het hof van beroep te Bergen.

De zaak is bij beschikking van 22 maart 2012 van de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 779, 782, eerste lid, 782bis, 785, eerste lid, en 1042 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het arrest, dat de vordering van de eisers verwerpt en hen veroordeelt in de kosten van de twee instanties, met inbegrip van de basisrechtsplegingsvergoeding van 2.000 euro per instantie, wijst erop dat het werd gewezen door de heer G., kamervoorzitter, mevrouw M. O., voorzitter, en mevrouw F. T., raadsheer, maar is alleen ondertekend door mevrouw de voorzitter O., mevrouw de raadsheer T. en door de griffier, terwijl de uitspraak van dat arrest, op 1 maart 2011, is ondertekend door mevrouw de voorzitter O., die, met het oog op de uitspraak, werd aangewezen als vervanger van mijnheer de voorzitter G., en door de griffier.

Grieven

Artikel 779 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis enkel kan worden gewezen door het voorgeschreven aantal rechters en dat dezen alle zittingen over de zaak moeten hebben bijgewoond. Artikel 782, eerste lid, van datzelfde wetboek bepaalt dat het vonnis, vóór de uitspraak ervan, wordt ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier, en artikel 785, eerste lid, bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte. De beslissing is in dat geval geldig met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken.

Uit die bepalingen kan worden afgeleid dat alleen de handtekening van alle magistraten die de beslissing hebben gewezen of, bij gebrek daaraan, de vermelding bepaald in artikel 785, eerste lid, een garantie vormt voor de authenticiteit en de onaantastbaarheid van de beslissing die enkel door de voorzitter of door zijn vervanger zal worden uitgesproken.

Krachtens artikel 782bis van het Gerechtelijk Wetboek wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters. Het tweede lid bepaalt dat, indien een kamervoorzitter wettig verhinderd is het vonnis uit te spreken waarvoor hij aan de beraadslaging heeft deelgenomen, de voorzitter van het gerecht een andere rechter kan aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen.

Het arrest stelt vast dat mijnheer de voorzitter G. deelgenomen heeft aan de beraadslaging. Nochtans is het arrest niet door hem ondertekend en bevat het evenmin de vaststelling, door de griffier, dat die magistraat in de onmogelijkheid verkeerde het arrest te ondertekenen. De vermelding van de beschikking waarin vastgesteld wordt dat mijnheer de voorzitter G. de zitting van 1 maart 2011, waarop het arrest werd uitgesproken, niet heeft kunnen bijwonen, en waarin, met het oog daarop, zijn vervanger wordt aangewezen, vormt op zich geenszins de vaststelling van de verhindering om te ondertekenen.

Het arrest is bijgevolg nietig, daar het alle in het middel aangegeven bepalingen schendt.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Krachtens artikel 782, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, wordt het vonnis, vóór de uitspraak ervan, ondertekend door de rechters die het hebben gewezen en door de griffier.

Artikel 785, eerste lid, van dat wetboek, bepaalt dat, indien de voorzitter of een van de rechters in de onmogelijkheid verkeert om het vonnis te ondertekenen, de griffier daarvan melding maakt onderaan op de akte, en dat de beslissing geldig is met de handtekening van de overige rechters die ze hebben uitgesproken.

Krachtens artikel 782bis, eerste lid, van datzelfde wetboek, wordt het vonnis uitgesproken door de voorzitter van de kamer die het heeft gewezen, zelfs in afwezigheid van de andere rechters.

Het tweede lid van dat artikel bepaalt evenwel dat, indien een kamervoorzitter wettig verhinderd is het vonnis uit te spreken, de voorzitter van het gerecht een andere rechter kan aanwijzen om hem op het ogenblik van de uitspraak te vervangen.

Het arrest, dat is gewezen door een collegiale kamer van het hof van beroep, is slechts ondertekend door twee van de rechters die het hebben gewezen en door de griffier, en is uitgesproken door één van die rechters.

Het arrest stelt vast dat de kamervoorzitter, die wettig verhinderd was het uit te spreken, met het oog op de uitspraak is vervangen door die bijzitter krachtens een beschikking van de eerste voorzitter, waarvan het arrest melding maakt.

De onmogelijkheid voor de kamervoorzitter om het arrest te ondertekenen, is evenwel niet verantwoord overeenkomstig artikel 785, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek.

Het ontbreken van de handtekening van die magistraat leidt, met toepassing van artikel 779 Gerechtelijk Wetboek, tot de nietigheid van het arrest.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voorzitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Alain

Simon en Mireille Delange, en in openbare terechtzitting van 16 april 2012 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Chantal Vandenput.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

Vrije woorden

  • Ondertekening van het vonnis door de rechters die de beslissing hebben gewezen

  • Geen ondertekening

  • Ondertekening onmogelijk

  • Verantwoording

  • Geen verantwoording

  • Geldigheid van de beslissing